‘Van der Laan heeft te weinig contact met Marokkaanse organisaties’

Burgemeester Eberhard van der Laan zou te weinig contact hebben met Marokkaanse organisaties. Foto ANP/Robin van Lonkhuijsen

Marokkaanse organisaties beklagen zich over gebrek aan contact met het stadsbestuur van Amsterdam. Zij wijzen daarbij op het grote verschil tussen burgemeester Job Cohen, die na de moord op cineast Theo van Gogh, de Marokkaanse gemeenschap en de moskeeën nadrukkelijk betrok bij zijn beleid, en de huidige burgemeester Eberhard van der Laan.

“Hij lijkt wel of hij ons niet vertrouwt”, zegt Aissa Zanzen, bestuurslid van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders.

NRC Handelsblad sprak met verschillende organisaties en andere betrokkenen over de crisis in de stad nadat op 2 november 2004 Van Gogh werd vermoord door een radicale moslim. Cohen bewaarde de vrede onder meer door te hameren op de slogan ‘Wij Amsterdammers’. Hij kon de moslimgemeenschap daarbij mobiliseren door jarenlange investering in contacten daarmee.

‘Niet in onze naam’

In de laatste jaren van Cohens burgemeesterschap is wel al het stedelijk overleg met minderhedenorganisaties opgeheven. Maar nu, zegt Abdou Menebhi, die al jaren actief is in verschillende seculiere Marokkaanse organisaties, “worden we helemaal niet meer gehoord”.

Dat is niet zonder gevaar, vindt oud-ambtenaar Jeroen de Lange, die voor Cohen destijds het actieprogramma ‘Wij Amsterdammers’ opstelde. “Als morgen een aanslag wordt gepleegd op het Centraal Station, dan wil je dat overmorgen de Dam vol staat met Amsterdamse moslims die scanderen: ‘Niet in onze naam!’ Maar wie organiseert dat? Wie gaat die mensen bellen? Wat denkt een moslim als Van der Laan belt? ‘Ja, nu er een aanslag is gepleegd, hebben jullie mij ineens wel nodig’.”

Menebhi wijst op een bijeenkomst in de Amsterdamse Kadirmoskee, in maart vorig jaar, waar verschillende Marokkaanse organisaties een bijeenkomst over de Syriëgangers organiseerden. “Wij hebben de gemeente daarna onze hulp aangeboden. Niets op gehoord.”

Burgemeester Van der Laan, deze weken op handelsreis in China, laat via zijn woordvoerder weten dat hij “misschien wel minder in moskeeën komt dan Cohen, maar dat wil niet zeggen dat hij niets doet”.

Zoeken naar nieuwe netwerken

Sinds de spanningen in de stad deze zomer opliepen – door de oorlog in Gaza en de aantrekkingskracht van IS in Syrië op Nederlandse moslimjongeren – is volgens Van der Laan “fors geïnvesteerd in de bestrijding van polarisatie en radicalisering. Zo wil de burgemeester vooral voorkomen dat gevoelens van angst verdere escalatie veroorzaken.”

Daarnaast heeft hij “veel gesproken met vertegenwoordigers van de joodse en de islamitische gemeenschap in Amsterdam. Daarbij is doelbewust niet alleen gezocht naar gesprekspartners uit de oude netwerken en vertegenwoordigers van de moskeeën, maar wordt juist gekeken naar nieuwe netwerken en naar plekken waar radicaliserende jongeren bereikt kunnen worden. Deze burgemeester zal eerder religieuzen inzetten dan religie.”

‘Gemiste kans’

Van der Laan kreeg de afgelopen weken scherpe kritiek in de Amsterdamse gemeenteraad – “eens maar nooit weer”, oordeelde D66 – nadat hij debatcentrum Argan, zeg maar De Balie voor jonge moslims, met klem had ontraden een discussieavond met Okay Pala te organiseren. Hij is de voorman van Hizb ut Tahrir, een zeer orthodox-islamitische organisatie die streeft naar de vestiging van een islamitische staat.

Van der Laan vond dat een door de gemeente gesubsidieerde instelling als Argan geen platform mag bieden “aan een man die in gedachtegoed in dezelfde categorie thuishoort als IS, staat voor de burgemeester haaks op alle pogingen die de gemeente doet om radicalisering te bestrijden en jongeren weerbaar te maken, bijvoorbeeld door de inzet van sleutelfiguren”.

Tegenover de gemeenteraad zei Van der Laan het veelal jonge publiek in Argan zou te kwetsbaar en te gevoelig zou zijn voor de uitlatingen van Pala. “Kennelijk vertrouwde hij erop dat ik hem onvoldoende weerwoord zou kunnen geven”, zegt Zanzen, die ook was uitgenodigd. “Een gemiste kans”, vindt Pieter Hilhorst, tot begin dit jaar namens de PvdA wethouder in Amsterdam en beoogd leider van het debat in Argan. “Hizb ut Tahrir heeft via internet een podium waar ze nooit worden tegengesproken. Dat zou in dit debat wel zijn gebeurd. Juist door tegenspraak te organiseren wordt radicalisering tegengegaan.”

Lees dit weekend meer in NRC Handelsblad: ‘De stad na de moord: wij tegen zij’(€)