Van Berlijn naar Brussel

Het is zonder twijfel een van de aangrijpendste nieuwsmomenten uit de vorige eeuw: Oost-Duitse mannen, vrouwen en kinderen die in de nacht van 9 op 10 november 1989, aanvankelijk verbijsterd en aarzelend, maar gauw met steeds meer enthousiasme, onder luid applaus de grensovergang tussen Oost- en West-Berlijn overstaken. Wat velen 28 jaar lang voor onmogelijk hadden gehouden geschiedde: De Muur, hét symbool van de Koude Oorlog werd neergehaald. Het betekende het einde van het verdeelde Duitsland, van de vermolmde communistische regimes in Oost-Europa, van het Sovjetimperium en, volgens sommige denkers, zelfs van de geschiedenis.

25 jaar later herdenkt Europa deze historische gebeurtenis. Veel redenen om feest te vieren zijn er niet. De angst voor een economische recessie grijpt nu ook om zich heen in Duitsland, dat lang gezien werd als de locomotief van Europa. Nog niet zo lang geleden leek de euro ten dode opgeschreven. De Europese burgers, en niet het minst de Fransen, verkozen bij de voorbije Europese verkiezingen massaal eurosceptici in het Europees Parlement. Aan de oostgrens van Europa vallen weer doden in de oorlog in Oekraïne. Rusland is bedreigender voor Europa dan het de voorbije 25 jaar was. Defensieuitgaven stijgen weer. De NAVO toont zijn spierballen. Om maar te zeggen: de geschiedenis is verre van ten einde.

Terzelfder tijd is dat Europa aantrekkelijk. In letterlijke zin voor miljoenen vluchtelingen die, om begrijpelijke redenen proberen oorlog, verdrukking en honger in met name Afrika en het Midden-Oosten te ontvluchten en hun heil massaal zoeken in Europa. Aantrekkelijk ook voor Oekraïne, dat liever naar het Westen met zijn waarden en welvaart kijkt dan naar het Oosten. Aantrekkelijk voor ons, enkele honderden miljoenen burgers van Europa, die dankzij het Europese project in vrede en welvaart leven.

Een kwarteeuw nadat de Muur der Schande is gevallen en een Europese eenwording echt mogelijk werd, zijn de uitdagingen voor dat Europa groter dan ooit. De antwoorden op die uitdagingen zullen, of we het nu graag hebben of niet, niet zozeer gegeven worden in Den Haag, Rome, Parijs of Berlijn als wel in Brussel en in Straatsburg. Het zijn antwoorden die in een krachtig Europees kader moeten staan, van sterke en democratisch goed gecontroleerde Europese instellingen waarin nationale staten, regio’s en burgers zich goed vertegenwoordigd voelen. Europa zal gemaakt worden door zijn burgers. Dezelfde burgers die destijds de Muur neerhaalden. Een geloofwaardig alternatief is er gewoon niet.