Superieur in woorden en daden

Sven Kramer wint na zijn kritiek op ruimte voor ‘lifestylesporters’ afgetekend de vijf kilometer

Vrijdagmiddag om even over half vier stapt Sven Kramer met een racefiets in de hand door een achterdeurtje relaxed zijn ‘kantoor’ Thialf binnen. Prettig geluncht met oude rivaal Bob de Jong, tegen wie hij straks de slotrit rijdt op de vijf kilometer. Een paar geruststellend snelle trainingstijden uit het voorseizoen in de achterzak. En alweer sterk genoeg om zich aan de vooravond van de NK afstanden genadeloos uit te laten over collega-schaatsers.

„Er zijn er te veel niet goed”, sprak hij bij de NOS over de trainingsfaciliteiten in de aanloop naar het eerste toernooi van dit seizoen. „Daar heb ik last van. Het is te vaak druk hier op de baan.” Een duidelijke typering voor zijn minder getalenteerde collega’s had de schaatsmiljonair van de nieuwe ploeg Lotto-Jumbo ook. „Lifestyle-sporters.” En zeker geen profs.

Last van argusogen bij de andere schaatsers, nadat hij de hal van Thialf was binnengestapt? Dat viel mee, volgens Kramer. „Ik kreeg meer bijval dan klachten”, sprak hij na een afgetekende zege op de vijf kilometer. Zijn gepeperde uitspraken hadden hem in elk geval niet afgehouden van alweer een topprestatie. In 6.16,60 minuut won hij voor de zesde keer in zijn carrière de nationale titel op zijn favoriete afstand, waarop hij al twee olympische en vijf wereldtitels bezit. Ook nu weer was de voorsprong groot op zijn concurrenten, van wie Jorrit Bergsma als tweede en ploeggenoot Wouter Olde Heuvel als derde eindigden.

Nog veel lifestyle-sporters tegengekomen in het veld van twintig deelnemers? Kramer kon na afloop lachen om de vraag, maar haastte zich zijn woorden van een dag eerder te nuanceren. „Ik heb nooit bedoeld om personen of ploegen te duiden. Het gaat mij voornamelijk om het beleid.” Een paar jaar geleden deelde hij zijn trainingsijs met 25 topschaatsers uit drie grote ploegen en de opleiding van Jong Oranje. Inmiddels staat hij met wel zestig collega’s op de baan. Ook gesponsorde opleidingsteams als iSkate en Afterpay trainen inmiddels op de uren van de toppers.

Gevaarlijk druk en niet goed voor de allerbeste schaatsers van Nederland, vindt Kramer. „Op deze manier doe je de toppers tekort. Je moet de mensen die prijzen voor je land winnen maximaal ondersteunen. Het gaat mij er niet om dat anderen wegmoeten. Ik wil voor de beste twintig tot 25 schaatsers het allerbeste. Er is een bepaalde beleving en cultuur in Nederland om het voor iedereen zo goed mogelijk te maken. Maar dat vind ik geen topsport.” Boze gezichten? „Iedereen mag het met me eens zijn of niet. Ik geef alleen mijn visie op topsport.”

Een visie die hij in Thialf voor de zoveelste keer kracht bijzette met een topprestatie. Wat was eind vorig seizoen over van de grote Kramer? Zijn rug kraakte tijdens de verloren olympische tien kilometer tegen Bergsma. Een operatie aan de luchtwegen hield hem weg van het WK allround. Ernstige complicaties zetten hem op grote achterstand bij de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Uitgerekend nu hij ook nog eens voor een nieuwe trainingsaanpak koos, en van coach Gerard Kemkers overstapte naar Jac Orie. Voor het eerst twijfelde hij deze zomer openlijk.

„Jac kan zeggen dat goed gaat, maar ik geloof het pas op 31 oktober na twaalf en halve ronde”, zei hij op trainingskamp in het Italiaanse Cecina. Zelfs de toptijd van 3.39,65 op de drie kilometer, die hij een week voor de NK afstanden reed, stelde hem niet helemaal gerust. Zou zijn extra aandacht voor de 1.500 meter niet ten koste gaan van de lange afstanden?

Na overleg kort voor de race met ploeggenoot Olde Heuvel, die na blessureleed opvallend sterk rijdt, koos Kramer vrijdag voor een rustige start. Om vervolgens als enige in staat te blijken tot een reeks van negen rondjes in de 29 seconden. Zijn kroonprinsen Koen Verweij (zesde) en Jan Blokhuijsen (gevallen) betaalden tol voor hun motivatieproblemen in de zomer. Maar Kramer (28) staat ‘gewoon’ weer waar hij altijd stond: bovenaan. Kwestie van topsportmentaliteit.