Seculiere staat hoort opleiding voor geestelijke leiders niet te betalen

Het zou grof onrecht zijn dat de kwijnende opleidingen voor predikanten wel door de overheid met miljoenen worden gesubsidieerd, terwijl de florerende kweekschool voor imams in Rotterdam geen cent subsidie krijgt, aldus Harm Noordhof (NRC, 24 oktober).

Als theoloog en adviseur van de Islamitische Universiteit Rotterdam preekt hij duidelijk voor eigen parochie. Maar het onrecht is veel breder: waarom zou een staat als seculier instituut de vorming van geloofsverkondigers van welke huize ook moeten betalen?

Noordhof verwijst ook naar de humanistische raadslieden, die ook met overheidsgeld worden opgeleid aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. De opleiding tot ‘humanisticus’ (deze potsierlijke titel geeft de UvH aan de afgestudeerde) is het resultaat van het aanvechtbare beleid van het Humanistisch Verbond om als seculiere kerk gelijke rechten (en subsidies) te krijgen, volgens het principe ‘ik–ook’.

Belastinggeld aan het opleiden van geestelijke leiders besteden, betekent een ongerechtvaardigde bevoorrechting van gelovigheid. Het is een van de zestien gevallen die aan de kaak worden gesteld in de brochure Houd het geloof erbuiten, die De Vrije Gedachte onlangs heeft gepubliceerd. Het beginsel van de scheiding van kerk en staat betekent gewoon dat levensbeschouwelijke clubs voor de kweek van hun eigen geloofsverkondigers moeten opdraaien.

, voorzitter van de Atheïstisch-Humanistische Vereniging De Vrije Gedachte