Standsverschil valt niet te verhelpen, niks aan te doen

Lezers van NRC Handelsblad boffen. Zij zijn, meestal, hogeropgeleid. En hogeropgeleiden in Nederland leven langer dan lageropgeleiden en zijn ook gezonder. Ze verdienen meer en zijn minder vaak werkloos. Dat is nog eens opgeschreven in het rapport Gescheiden werelden? Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) geven daarin hun bevindingen weer nadat ze een verkenning hadden gedaan naar sociaal-culturele tegenstellingen in Nederland. Het rapport werd donderdag gepubliceerd.

Belangrijkste conclusie: er zijn wel grote verschillen tussen hoger- en lageropgeleiden, maar van een scheidslijn is geen sprake. Ook al gaat de een naar het Concertgebouw en de ander liever naar de Toppers. De verschillen tussen bevolkingsgroepen ten tijde van de verzuiling waren groter. En van iets als de culture wars in de Verenigde Staten, een schrikbeeld dat de onderzoekers herhaaldelijk oproepen bij wijze van waarschuwing, is al helemaal geen sprake. Een kanttekening: het onderzoek heeft zich geconcentreerd op eventuele tegenstellingen tussen autochtone Nederlanders. Dit geeft wellicht een vertekend beeld. Het kan nog worden gecorrigeerd als later dit jaar de SCP-publicatie Verschil in Nederland verschijnt, waarin ook allochtone Nederlanders aan bod komen.

Het rapport mag worden gezien als de wetenschappelijke bevestiging van wat velen al vermoedden. De verschillen tussen hoger- en lageropgeleiden zijn aanzienlijk. Hogeropgeleiden lezen andere kranten, kijken naar andere televisieprogramma’s, zoeken naar andere onderwerpen op internet, hebben een ander gevoel voor humor, enzovoorts. Grosso modo wel te verstaan, want zulke constateringen brengen het risico met zich mee van generalisatie en versimpeling.

Het grootste verschil met ‘vroeger’ is eigenlijk dat er veel meer hogeropgeleiden (ten minste hbo) zijn. Dertig procent nu, tegen één procent in de jaren zestig. Vooruitgang dus, maar dat heeft niet verholpen dat er een kloof tussen uitersten bestaat. Enerzijds de burgers die positief zijn over open grenzen, andere culturen, immigranten, de Europese Unie. Deze ‘universalisten’ zijn veelal hogeropgeleid. Anderzijds de burgers die van al deze onderwerpen veel minder of helemaal niet gecharmeerd zijn en die de politiek niet vertrouwen. Deze ‘particularisten’ zijn dikwijls lageropgeleid.

Gelukkig wordt deze tegenstelling op democratische wijze gestalte gegeven: zie de zetelverdeling in de Tweede Kamer. Tússen de particularisten en de universalisten zit overigens de grootste groep: de gematigden. Het leidt de rapporteurs tot de niet onbelangrijke conclusie dat er in Nederland „geen sprake is van een duidelijk gepolariseerd landschap met twee gescheiden sociaal-culturele blokken zonder overlap of tussenposities”.

Toch spreekt er zorg uit het onderzoek. Gesproken wordt over een reëel risico van „wederzijdse vermijding” van lager- en hogeropgeleiden. Dat er sprake is van „gescheiden sociale netwerken”, een „hiërarchisch onderscheid tussen hoog en laag” dat „schuurt met het egalitaire ethos dat zeker sinds de jaren zestig gemeengoed is”.

Dit klinkt wat al te dramatisch. Wat is nu precies het probleem? Mensen zitten op verschillende golflengtes; ze zoeken op hun eigen golflengte naar verwanten. Met hen gaan ze klaverjassen. Of bridgen. Naar het voetbal. Of het hockey. Naar het theater. Of naar alles. Het een is niet beter dan het ander. Het een is anders dan het ander.

Essentiëler is de waarschuwing in het rapport voor toenemende segregatie bij wonen en het onderwijs. Voeg de (gezondheids)zorg hier maar bij. Als de politiek – het kabinet heeft om dit onderzoek gevraagd – een taak heeft naar aanleiding hiervan, is het op deze terreinen. Met name het onderwijs heeft een bijdrage te leveren aan het voorkomen van de gevreesde, te scherpe tweedeling. Door het bieden van gelijke kansen aan iedereen, ongeacht afkomst en inkomensniveau.

Maar wel met de erkenning dat er ook dan hoger- en lageropgeleiden zullen blijven. Met hun eigen hobby’s, voorkeuren en affecties. Mensen zullen van elkaar blijven verschillen, zelfs ongeacht hun opleiding. En dat is maar goed ook.