Spijkers op laag water: een rechtszaak en een politicus

Hoe compleet moet de krant zijn over een rel van zestien jaar geleden? Nou ja, het was wel een rel van jewelste. De Volkskrant bracht de daverende primeur dat voorzitter Wouter Huibregtsen van de sportkoepel NOC*NSF kroonprins Willem-Alexander een judas en een saboteur had genoemd, en hem had beticht van lafheid. Huibregtsen voelde zich, in weerwil van een eerdere belofte, gepasseerd door de benoeming van de kroonprins tot lid van het Internationaal Olympisch Comité.

Het leidde tot een geruchtmakende rechtszaak van Huibregtsen tegen de Volkskrant, waarin die krant deels ongelijk kreeg: twee van de drie woorden („saboteur” en „lafheid”) had de krant niet als citaten mogen opschrijven (op basis van aantekeningen van een journalist op de achterkant van twee bankafschriften – ook een fijn detail), want het was niet hard te maken dat de sportbestuurder ze had uitgesproken.

Vorige week kreeg het verhaal een staartje, toen brieven opdoken uit het archief van oud-judoka Anton Geesink die de lezing van de krant bevestigen, inclusief een waarin Willem-Alexander Geesink bedankt voor de steun bij zijn benoeming. Huibregtsen, aldus de Volkskrant, had reden zich bedrogen te voelen.

NRC Handelsblad vatte dat compact samen: de krant schreef dat Huibregtsen Willem-Alexander een „judas”, „saboteur” en „lafaard” had genoemd, „uitlatingen die hij later zou herroepen” (Kroonprins bedankte Geesink voor zijn steun „in moeilijke dagen”, 24 oktober).

Maar dat is geen juiste weergave, schreef Gerard Schuijt mij, een mediajurist die destijds ook al over de zaak publiceerde.

Huibregtsen heeft die woorden niet zozeer „herroepen”, hij ontkende tegenover de rechter ze te hebben uitgesproken – toch wat anders. De hele rechtszaak werd in het bericht niet genoemd.

Spijkers op laag water?

Nee, vindt Schuijt, want als hij kwaad wil, zou Huibregtsen de krant nu kunnen aanklagen omdat die de gewraakte citaten herhaalt waar de Volkskrant destijds voor is veroordeeld. Ook al steunen de brieven van Geesink die versie.

Dat vonnis is trouwens nog steeds interessant. De rechter verwierp Huibregtsens klacht op belangrijke punten: zo had hij moeten beseffen, ook al beweerde hij geen „interview” te hebben gegeven, dat zijn uitspraken tegenover een journalist, een goede bekende, in de krant zouden komen. Hij had de journalist nota bene zelf teruggebeld.

Ook was de krant niet kwalijk te nemen dat de term ‘judas’ (waarvan Huibregtsen beweerde dat hij niet de kroonprins, maar IOC-topman Samaranch had bedoeld) in de context was opgevat als verwijzing naar de prins van Oranje.

Wel onrechtmatig waren de saboteur en de lafheid, omdat de krant die letterlijke woorden niet hard kon maken. Er hadden kortom geen aanhalingstekens omheen mogen staan.

Over het vonnis ontstond ophef: NRC Handelsblad waarschuwde in een commentaar voor „beknotting” van de vrije pers – want nu moesten journalisten permanent een „bandrecorder” paraat hebben, „uiteraard zichtbaar”. (Bonzen en media, 28 oktober 1998).

Tikje overdreven, lijkt me. Schuijt noteerde destijds al droogjes dat hij niet inzag „dat het een aanslag op de vrije journalistiek zou kunnen zijn de eis te stellen dat wat tussen aanhalingstekens staat ook gezegd moet zijn”.

Nog meer laag water en letterlijkheid?

Een andere lezer nam aanstoot aan de kop VVD-politicus Jos van Rey voor de rechter in de krant van zaterdag. „Schandalig”, fulmineert hij. „Uit de tekst blijkt dat hij geen lid meer is van de VVD. Waarom dit toch suggereren?”

Ja, om die partij in diskrediet te brengen, lezen we tussen de regels door.

Het gaat puur om de kop. In het bericht van correspondent Paul van der Steen wordt Van Rey anders aangeduid, als „voormalig wethouder van de VVD”.

Het argument van de eindredacteur die de kop maakte was: iedereen ként Van Rey als VVD-politicus. En de feiten waarvoor hij wordt vervolgd vonden plaats in zijn jarenlange loopbaan als wethouder van Roermond voor de VVD.

Niet zo moeilijk doen, dus?

Schandalig vind ik die kop zeker niet. Maar feitelijk juist evenmin. Van Rey is nu eenmaal geen VVD-politicus meer. Sterker, hij is gebrouilleerd met de top van die partij omdat Rutte hem niet op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen wilde. Hij begon daarna een lokale partij, de Liberale Volkspartij Roermond, die bij de verkiezingen 10 zetels haalde (van de 31).

Dat ‘iedereen hem zo kent’ is een begrijpelijk argument, maar ook zwak. Boven een portret van Van Rey door de jaren heen zou dat best kunnen, maar boven een bericht over zijn huidige wel en wee wringt het. Mocht Jan Pronk, die uit protest zijn lidmaatschap van de PvdA opzegde, de Nobelprijs voor de Vrede toegekend krijgen (om buiten de strafrechtelijke sfeer te blijven), dan zou het ook gek zijn hem in de kop van dat bericht ‘PvdA-politicus’ te noemen. ‘PvdA-icoon’ is dan nog wat anders.

Andere kranten identificeerden Van Rey in de kop als „ex-VVD’er” (Het Parool), „oud-wethouder” (nrc.next) of Van Rey (ex-VVD)” (de Volkskrant).

Maar ook de lezer vergist zich. Die maakt uit het bericht op dat Van Rey geen lid meer is van de VVD. Maar dat is hij nog steeds. Zijn advocaat bevestigde dat donderdag nog eens, „al bijna vijftig jaar!” O ja, die koppen met „ex-VVD’er” kloppen dus óók weer niet.

Nu we toch spijkers uit laag water opvissen: ook dat „voormalig wethouder van de VVD” is staatsrechtelijk eigenlijk niet correct, laat ik me vertellen. Je bent geen wethouder ván de VVD, maar van een gemeente. Zoals er ook geen VVD-Kamerleden bestaan, maar Kamerleden voor de VVD. Volksvertegenwoordigers zijn lid van de Tweede Kamer, voor een bepaalde politieke partij.

Om elke schijn van vooringenomenheid weg te nemen, er bestaan dus ook geen SP-Kamerleden, GroenLinks-wethouders of PvdA-ministers.

NRC-journalisten, ja, die bestaan wel.

Reacties: ombudsman@nrc.nl