Column

Mee naar het bejaardentehuis

De geur van gaarkeuken en incontinentieluiers brengt me dichter bij mijn overleden opa’s en oma’s, dus ging ik met een vriendin mee naar het bejaardentehuis. Haar oma wordt verzorgd in Den Haag, in een tehuis dat aan de binnenkant van glas is – als een omgekeerd aquarium – en uitkijkt op een binnentuin en kinderdagverblijf.

De oma voor wie we komen zit aan een ronde tafel in de gemeenschappelijke huiskamer. Ze kijkt op, maar herkent haar kleindochter niet direct. Mijn vriendin verzekert oma dat het logisch is; ze heeft langer haar dan vorige keer, daar moet het aan liggen.

Een vrouw in een beige vest toont dat ze kwieker is dan de rest: ze zegt de kleindochter wel te herkennen, maar ze wijst naar mij. Ze staat op en trekt met een stram been richting de gang: „Ik moet veel plassen wanneer het fris is.”

Op televisie is een item over de vermeende gevaren van melk te zien. Een boer die ooit meedeed aan Boer zoekt vrouw licht toe waarom hij niet wil geloven dat melk slecht voor je is. Het kalf groeit er groot en sterk van: het is de natuur, redeneert hij en lacht. „Maar ach... koeien zijn ook weer geen mensen.”

Ik kijk de kamer rond. Vier dames zitten in een stoel. Ze zwijgen, ze kunnen elkaar toch niet verstaan. Hun huid is droog, maar wil niet scheuren. Hun hoofden zijn leeg, omdat één minuut geleden alweer is verdwenen, maar hun harten willen niet stoppen met kloppen. Niet groei, maar verval is het ultieme kenmerk van de natuur.

De vrouw in het beige vest komt terug van haar plas en zwaait naar de goudvissen in een kleine aquariumtank.

De dame die net nog in zichzelf zat te mompelen, kijkt gefascineerd naar open wonden van make-up. EenVandaag is geschakeld naar een item over Halloween. Er lopen hechtingsdraadjes over de lippen van een meisje met een bebloed gezicht. Een plastic mes dringt bij haar ene slaap naar binnen en steekt er aan de andere kant weer uit.

De enige absolute vrijheid die iedereen heeft zolang-ie leeft is dat je de dood kunt kiezen voordat die jou verrast. Dementie heeft dat recht aangetast. Nu is het wachten.

„Denk je dat ik naar de hemel ga? Ik ben niet altijd lief geweest”, vraagt de oma.

„Voor mij ben je altijd lief geweest.”

„Maar jij bent mijn kleindochter.” Ze weet het weer. Eventjes. „Ik vergeet zoveel. Is jouw vader een neef van mij?”

Een whiteboard aan de muur meldt de datum. Eronder staat met permanente stift: „Aquarium ’s avonds licht uit”.

Morgen floepen de lichten weer aan en schrijft het verplegend personeel een nieuwe dag op het whiteboard. Wederom wachten de dames op het definitieve donker.