Scheer je weg, gans

Mooi hoor, wandelen in de natuur. Maar al die enge beesten! Een kleine catalogus van ongewenste tegenliggers.

Ontmoetingen met dieren in de vrije natuur (herten, reeën, wilde zwijnen) zijn een genot voor de wandelaar. Maar ooit stonden wij op een smal Zwitsers bergpaadje een kwartier lang oog in oog met een grote, grimmige gemsbok die kwaadaardig met zijn hoeven over de rotsen schraapte. Wat te doen? Opeens schichtte hij de steile berghelling af en verdween in het struikgewas.

Wat kan je overkomen als je geconfronteerd wordt met agressieve, kwade, opdringerige of anderszins enge beesten? Niet veel, zoveel staat wel vast. In 99 procent van de gevallen gebeurt er helemaal niks, zeggen alle kenners in koor. Maar wie bang is, vreest nu juist dat ene procent. Angst is irrationeel, dus moeilijk te beteugelen. Toch is het de moeite waard het te proberen, anders vergalt angst voor enge dieren je wandelplezier.

Een kleine catalogus.

HONDEN

Probeer ze te taxeren: zijn ze alleen speels of zijn ze kwaadaardig? Wie dan wegrent of schreeuwt, is de pineut, want dan ziet de hond je als prooidier. Het (gebaar van) het oppakken van een steen is vaak al toereikend. Honden zijn meesters in het herkennen van lichaamstaal, en wie angstig ineen krimpt geeft hun een sein tot de aanval. Ze indringend aankijken is ook af te raden want dat ervaren ze, evenals mensen, als provocatie. Het kan dus soms misgaan, zoals ik ervoer (in Zuid-Afrika en op Curaçao). Dan is een tetanusinjectie geboden, alsmede aangifte bij de politie tegen het baasje van de bijtende hond.

PAARDEN

Mooi gezicht: kudden wilde paarden, maar blijf op afstand. Dieren laten het heus wel merken als ze niet gediend zijn van menselijke nabijheid. Toen we in de Ooijpolder een kudde met hengst naderden, gooide die de oren in de nek en sloeg de achterpoten omhoog in onze richting. Dan moet je weg wezen.

SLANGEN

De enige die kwaad kan, is de adder, maar die is al weggeglipt voordat je hem ziet. Op de Hoge Veluwe maakte de boswachter in dertig jaar nooit een adderbeet bij mensen mee, alleen eens bij een hond. Wie adders wil vermijden, moet op het pad en uit het gras blijven.

ZWANEN

Zwanen verdedigen hun territorium fanatiek, vooral als ze broeden of jongen hebben. Met uitvallen van hun snavel en lange hals schrikken ze iedereen af die nadert. Dat ze met de kracht van hun vleugels je arm kunnen breken is geen fabeltje. Loop dus met een boog om zwanennesten heen. Bij Montfoort stuitte ik op een nest langs een smal pad, met een sloot aan beide zijden: keer dan terug op je schreden.

BUIZERDS

Deze zomer vielen agressieve buizerds mensen aan en gingen op hun hoofd zitten. Wandelgebieden werden ervoor afgesloten! Kenners menen dat deze vogels afkomstig waren uit opvangcentra en aan mensen gewend waren, want het is geen normaal gedrag voor buizerds. Zijn nest hoeft hij niet te verdedigen tegen wandelaars, want dat is hoog in de boom.

WILDE ZWIJNEN

Wilde zwijnen zijn bijziend, zodat je ze bij een eventuele aanval kunt misleiden door weg te duiken in de bosjes of achter een boom te gaan staan. Ze vallen trouwens zelden mensen aan. Alleen als ze gewond zijn of zich in het nauw gedreven voelen, kunnen ze agressief worden. Zeugen beschermen hun biggen tegen wie te dichtbij komt, maar willen met hun uitvallen, de borstels opgezet, alleen imponeren; vaak rennen ze voor je langs. In de Imbosch stuitte ik op een moederzwijn met kroost dat agressief uitviel naar mijn hond. Toen ik die van de lijn liet, kon ’ie er vandoor en was het gevaar geweken.

Wie de dieren voert, vraagt om problemen. Je kunt ze niet wijsmaken dat het snoepgoed op is en dan worden ze opdringerig. Het is voorgekomen dat een toerist verlost moest worden uit een boom waarin hij zijn toevlucht had gezocht voor een kudde snoeplustige en grommende zwijnen.

RUNDEREN

Deze zomer zijn in Zwitserland twee maal wandelaars aangevallen door koeien met kalfjes; een man is op de hoorns genomen. Er staan nu bordjes langs de wandelpaden die je manen op veilige afstand van de dieren te blijven en ze vooral niet met je ogen te fixeren. Schotse Hooglanders en Galloway-runderen zien er met hun grote hoorns geducht uit, maar zijn doorgaans braaf. Natuurbeheerders vragen wandelaars 25 meter bij de dieren vandaan te blijven, maar ze scholen graag samen bij de in- en uitgangshekjes en dan zit er niets anders op dan terug te gaan. Als ze kalveren hebben, is een omweg sowieso raadzaam.

Zogenaamde ‘klompenpaden’ gaan dwars door weiden en jonge koeien zien de wandelaars als vertier. Opgetogen springen ze om hen heen en sluiten hen soms in. Van dichtbij lijken ze erg groot. Eens stond ik op een plank over een sloot in het Varkensland bij Broek in Waterland met aan twee kanten een kudde overenthousiaste pinken. Hoe nu verder? Je moet je vermannen en je een weg banen tussen al die grote lijven door – ze blijken geen kwaad in de zin te hebben. Bij Ilpendam dreven ze ons eens steeds verder een sloot in en wisten we nog maar net, via de modderige oever, te ontsnappen.

GANZEN

Ganzen worden niet voor niks als ‘waakhond’ ingezet. Fel sissend kunnen ze met de bek vlak boven de grond op je af komen. Als je ze niet kunt ontwijken, kan een wandelstok goede diensten bewijzen. Overigens zijn geen gevallen van door ganzen toegebracht menselijk letsel bekend, wel van verwonde honden.

VOSSEN

Vossen zijn mensenschuw maar verliezen die schuwheid doordat mensen ze voeren. Sommigen moedigen hun kinderen zelfs aan een vos te voeren. Tja, zegt de boswachter, dan kan het gebeuren dat de vos iets te gretig toehapt. Niet voeren dus!

Slotsom: „Een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest, maar dat nooit op komt dagen…” De gevaren van enge dieren doen zich op het wandelpad zelden voor. Zo lang je de dieren maar in hun waarde laat en respectvol behandelt. De boswachter vestigt er de aandacht op dat mensen opmerkelijk genoeg het bangst zijn voor dieren die je kunt zien, terwijl het grootste gevaar komt van beestjes die je nauwelijks ziet: teken. Die kunnen de ziekte van Lyme overbrengen en die is niet voor de poes. Sommige websites raden wandelaars aan niet onder bomen te lopen, wat wandelen praktisch onmogelijk maakt. En het is larie: teken vallen niet uit bomen. Ze zitten op bladeren en grashalmen die langs ledematen strijken. De wandelaar moet regelmatig zijn huid checken om met de tekenpen (altijd paraat!) eventuele teken subiet te verwijderen.