‘Preventief agenderen’ zodat de eigen premier buiten beeld blijft

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Dijsselbloem, Rutte en de beeldvorming rond de EU-naheffing.

Ofwel: hoe je procedures gebruikt om de premier uit beeld houden.

Tekst Tom-Jan Meeus / Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Vorige week donderdagavond, zestien minuten over tien, kwam bij de griffie van de Tweede Kamer een e-mailtje binnen, verstuurd vanuit Israël.

Achteraf bepaalde dit mailtje de manier waarop de controverse over de ‘Europese naheffing’ van 642 miljoen euro deze week politiek werd afgehandeld. Ofwel: waarom minister van Financiën Dijsselbloem in de wind stond, en premier Rutte buiten beeld bleef.

Parlementaire procedures: als je natrekt hoe ze worden ingezet, gaat er een wereld voor je open. De achterkant van de politiek.

Leidende politici en hun medewerkers vertellen je graag dat politiek vaker toeval is dan jij als journalist denkt. Maak ons tactisch vernuft niet te groot, zeggen ze. We knutselen maar wat.

En inderdaad: vaak zie je crises waarin elke regie afwezig is. Of pogingen tot regie die uitlopen op een slapstick.

Evengoed heb je gevallen waarin gericht op verandering van de beeldvorming wordt aangestuurd. En lang niet altijd onsuccesvol.

Dit was inzake die Europese “naheffing’ het geval. De man die dat mailtje vorige week donderdagavond laat naar de griffie verzond - het mailtje waarmee voor de Kamer alles begon - was het VVD-Kamerlid Mark Verheijen.

De Kamer had reces, en Verheijen bracht een werkbezoek aan Israël en de Palestijnse gebieden. De Limburger, pas twee jaar Kamerlid, wordt ook in andere partijen als vaardig politicus gezien.

Die donderdag had hij uit Den Haag een tip ontvangen dat de Financial Times ’s avonds nieuws over de naheffingen op zijn site zou brengen.

Kern daarvan: het Verenigd Koninkrijk (ruim 2 miljard euro naheffing) en Nederland (642 miljoen) werden extra aangeslagen door een herberekening van de omvang van de economie van alle EU-lidstaten. Statistisch was de Britse en Nederlandse economie hierdoor ineens procenten groter dan die van andere EU-landen – en dus werden hun afdrachten verhoogd, terwijl die van de meeste andere lidstaten omlaag gingen.

Een kwetsbaar thema voor de VVD - zeker voor Mark Rutte. Eerder dit jaar bleek al hoe coalitie- en C3-politici (D66, CU, SGP) dit in april, tijdens begrotingsoverleg op Financiën, met eigen ogen zagen.

Rutte koelde destijds zijn woede op Dijsselbloem. De laatste legde CBS-cijfers op tafel, opgesteld voor het proces van Europese herberekening, dat toen al liep. De grotere nationale economie waarop het CBS uitkwam leidde toen al tot twee ongemakken voor Rutte en de VVD: Dijsselbloem ging uit van hogere uitgaven voor de Derde Wereld en de EU, omdat beide posten een percentage van van het bruto nationaal inkomen zijn.

„Moet je daar nú mee komen?”, beet Rutte de minister van Financiën toe. Het begrotingsoverleg liep al moeizaam, en de Europese verkiezingen, met Wilders als Angstgegner voor de VVD, waren in aantocht.

Rutte kwam volgens getuigen amper tot bedaren. „Onbestaanbaar, onbestaanbaar”, zei hij volgens een aanwezige.

Nu staat de premier bekend om zijn woedeaanvallen – maar politieke leiders zagen iets anders: een veel minder soepele relatie tussen hem en Dijsselbloem dan vaak wordt gezegd. De zaak werd in der minne geschikt met een bekende Haagse variant: uitstel.

Onverstandig was dit niet eens, bleek vorige week. Nederland kende de uitkomst van de herberekening voor andere lidstaten dit voorjaar nog niet, en een deel van de Europese revisie gold bovendien met terugwerkende kracht. Zodoende werd ook voor Financiën pas 17 oktober duidelijk welke (onverwachte) orde van grootte deze tegenvaller had.

Maar toen die omvang vorige week donderdag openbaar werd, wist Verheijen meteen wat hem te doen stond. „Preventief agenderen”, noemen ze dat in de VVD: voordat anderen jouw politiek probleem benoemen, zet jij het zelf als probleem op de agenda. Zo vermijd je de indruk dat je wegduikt en, belangrijker, houd je greep op de parlementaire afhandeling.

Vandaar dat Verheijen nog diezelfde avond mondelinge vragen claimde voor het Vragenuurtje van afgelopen dinsdag. Vragen aan Dijsselbloem, niet Rutte.

Het Vragenuurtje is een claimsysteem. Kamerleden brengen onderwerpen voor mondelinge vragen aan bij de griffie, de voorzitter kiest er vijf thema’s uit. Het Kamerlid dat zo’n thema als eerste claimde mag de vragen stellen.

En Verheijen, de slimmerik, was zijn concurrenten die donderdag ruim voor. Eddy van Hijum, financieel woordvoerder van het CDA, meldde het thema van de Europese naheffing om 23.01 uur; 45 minuten na de VVD’er.

Diezelfde donderdag begon in Brussel een Europese top, Rutte was daar, en zo moest de premier, die persoonlijk van niets wist (zijn ambtenaren waren alleen globaal op de hoogte), vrijdagochtend vroeg als eerste voor de camera’s op de Europese naheffing reageren. ’s Middags opnieuw.

Vrijdag, halverwege de ochtend, arriveerde ook Dijsselbloem, die eveneens het woord voerde. Maar in de VVD zagen ze, tot hun ergernis, dat de premier op het televisienieuws werd gepresenteerd als probleemeigenaar.

En wat de ergernis versterkte: journalisten die vrijdagochtend Financiën belden, werden doorverwezen naar Algemene Zaken omdat Rutte in Brussel over het onderwerp sprak.

Intussen sloeg de oppositie de handen ineen: CDA’er Van Hijum, de redelijkheid zelve, vroeg vrijdagmiddag namens zeven oppositiepartijen een brief „van het hele kabinet”, zoals hij zei. Ook meldde hij zich aan voor de regeling van werkzaamheden, dinsdag na het Vragenuurtje, met een verzoek voor een plenair debat. „Een debat met Dijsselbloem én Rutte”, zei hij.

In het weekeinde nam Dijsselbloem een deel van de ergernis bij de VVD weg. Hij trad als probleemeigenaar naar buiten (bij voorbeeld zondag in Nieuwsuur). En op Financiën zeiden ze dat de doorverwijzingen naar Algemene Zaken van vrijdag alleen gingen over de uitspraken van Rutte; het ministerie had wel uitleg gegeven over de naheffing zelf.

Hoe ook: bij de VVD taxeerden ze maandagmorgen dat ze, dankzij de vroege claim van Verheijen, regie over het onderwerp konden houden. Het is nu eenmaal zeldzaam dat de Kamer een thema binnen één week in het Vragenuurtje én in een plenair debat behandelt.

Dus de voorzitter, Anouchka van Miltenburg (VVD), zou dinsdag bepalen hoe dit afliep: als zij de mondelinge vragen van Verheijen aan Dijsselbloem toestond, kwam er deze week geen plenair debat met Rutte.

Zo geschiedde. Dinsdagmorgen koos Van Miltenburg voor de vragen van Verheijen. In zijn antwoorden was Dijsselbloem wel zo precies om even te melden dat de naheffing eerder „ambtelijk gedeeld’’ was met Algemene Zaken.

Maar toen daarna CDA’er Van Hijum alsnog vroeg om een plenair debat, „uiterlijk volgende week”, met Dijsselbloem én Rutte, weigerde de Kamervoorzitter dit. Van Hijum had die termijn in zijn verzoek niet genoemd, dus „ik kan u dat zo niet toezeggen’’, aldus Van Miltenburg.

Het leidde ertoe dat het probleem van de Brusselse naheffing deze week in de politieke beeldvorming in handen van Dijsselbloem bleef. En volgende week wordt het niet anders: dan staat alleen een commissie-overleg over dit thema op de agenda, met alleen Dijsselbloem namens het kabinet. (Rutte reist naar Azië en Australië.)

Bij de VVD waren ze tevreden met het eindresultaat – al leerde de rest van de week ook dat een premier zóveel problemen op zijn bord krijgt (MH17, naheffing van de belastingdienst, etc.) om de waarde van dit succesje te relativeren.

Aan de andere kant liet de kleine geschiedenis evengoed zien dat de VVD een klassieke machtspartij wordt – zoals het CDA dat decennialang was. Een partij die procedures en posities weet aan te wenden om de eigen premier te beschermen.

Van Hijum zag dat ook, zei hij, maar volgens hem was het een tijdelijk voordeel. Uiteindelijk komt dat debat met Rutte er toch, over 2 weken, en dan moet, dacht hij, „de premier alsnog met de billen bloot”.

Ik zei: maar tegen die tijd heb je met de snelheid van de huidige nieuwscyclus grote kans dat het hele onderwerp allang van de radar is.

We zullen zien, reageerde de CDA’er sceptisch. „Al geef ik toe dat de VVD het deze week goed gespeeld heeft”, zei hij.