Column

Los/loos

Misschien is de fijnste zin in het Duits nog wel: „Jetzt geht’s los.” Dit is een dusdanig fijne zin, dat hij de laatste jaren ook letterlijk vertaald wordt in het Nederland, zo dus: „Nu gaat het los.”

Een zin waar je niets tegenin kunt brengen.

Als iemand het eenmaal gezegd heeft, kun je niet meer zeggen: „Nee, hoor, dat valt wel mee.”

Als het los is, is het los.

Mocht je het daar niet mee eens zijn, dan zit er niets anders op om in stilte weg te sluipen en een prikkelarme ruimte op te zoeken.

Dat het Duits deze eer ten deel valt is al zo’n zestig jaar niet voorgekomen, vooral omdat we het te druk hebben met het letterlijk vertalen van Engelse uitdrukkingen („doe je ding”, om maar eens iets te noemen).

Het gaat dus los, maar je kunt ook zelf helemaal los gaan, als mens.

En wat vooral heel vaak los gaat, is Twitter. „Dus hij sneed ineens, prime time, dat onderwerp van zijn eigen aambeien aan, en Twitter ging natuurlijk he-le- maal los.”

Los is ongecontroleerd en chaotisch.

Dat was het vroeger ook al, maar toen was dat slecht en nu juist gezellig.

Een vrouw van losse zeden was vroeger vies of op z’n minst zielig.

Nu is iemand ‘lekker los’ en dat betekent dat hij/zij geen vervelende anale fixaties heeft, en bijvoorbeeld ‘lekker in d’r lijf zit’.

Wij zeggen trouwens wel gewoon ‘los’, en spreken het niet, Duitsgewijs, uit als ‘loos’.

Want ‘loos’ gebruiken we al van onszelf.

Vroeger vooral in combinatie met ‘alarm’, of desnoods in een zin als: „Het was weer loze moeite om Jan-Willem aan het werk te krijgen.”

Inmiddels wordt het ook wat breder gebruikt. „Ik vond die hele informatie-avond nogal loos, eigenlijk.”

Of: „Die vrouw is zo loos bezig, met d’r online cupcake-shizzle.”

En zo kan één o’tje het verschil maken tussen dol enthousiasme en duffe saaiheid.