Nature spant media voor kar

Gesubsidieerde wetenschapsatikelen zijn enkel gratis voor media, betreurt Warna Oosterbaan.

Vorige week was het de week van open access, een week waarin de wetenschappelijke wereld discussieerde over de vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties. Die vrije toegang is er nog steeds niet. In Nederland wordt voor wetenschappelijk onderzoek jaarlijks 4,5 miljard euro aan de publieke middelen onttrokken, maar de belastingbetaler die kennis wil nemen van de resultaten van dat onderzoek komt van een koude kermis thuis. Je kunt alles op internet lezen, maar een huisarts, ingenieur of belangstellende leek die een wetenschappelijk artikel wil raadplegen, moet eerst vijfentwintig euro aan een uitgever betalen. Wie aan een universiteit werkt, heeft daar geen last van: via zijn Universiteitsbibliotheek heeft hij gratis toegang tot de gehele wetenschappelijke wereldliteratuur. De bibliotheken betalen jaarlijks tientallen miljoenen aan de uitgevers om dat mogelijk te maken.

Staatssecretaris Dekker heeft vorig jaar aangekondigd dat over vijf jaar 60 procent van de wetenschappelijke tijdschriftpublicaties voor iedereen toegankelijk moet zijn, zodat er in 2024 volledige open access is. Het is niet erg waarschijnlijk dat dit ook gaat gebeuren. Over vrije toegang wordt al heel wat jaren gediscussieerd, maar de resultaten zijn beperkt en de superwinsten van uitgevers als Elsevier, Wiley, Springer en Informa blijven grotendeels intact.

Voor die stagnatie zijn vele oorzaken. Om er enkele te noemen: de machtspositie van de grote uitgevers, het prestige van hun tijdschriften en het gebrek aan belangstelling voor open access bij veel onderzoekers. Al die kwesties zijn de afgelopen week aan de orde gekomen.

Ik wil hier wijzen op een factor die niet de belangrijkste is, maar wel stelselmatig over het hoofd wordt gezien: de weinig kritische rol van de journalistiek. Zeker, ook deze krant heeft bij herhaling over vrije toegang geschreven en heeft daar in commentaren voor gepleit. En ja, de wetenschapsredactie citeert regelmatig artikelen uit tijdschriften die wél voor iedereen toegankelijk zijn, bijvoorbeeld de tijdschriften die behoren tot de Public Library of Science (PLOS). Maar daar staat een veel groter aantal artikelen tegenover die niet voor iedereen toegankelijk zijn.

Op het eerste gezicht is daar niets mis mee. Is het niet een kerntaak van de journalistiek om verslag te doen van hetgeen zich buiten de gezichtskring van de lezers bevindt? Natuurlijk. Toch zijn er drie problemen.

Om te beginnen wordt zo de illusie geschapen dat die vrije toegang er al is. De meeste lezers zullen niet weten dat wetenschapsredacteuren van grote kranten een exclusieve inlogcode van de uitgevers kunnen krijgen, zodat ze alle wetenschappelijke tijdschriften kunnen lezen. Daarmee bewijst de redactie de lezers ongetwijfeld een dienst. Pas als een lezer op internet gaat zoeken naar een geciteerd artikel dat zijn belangstelling heeft gewekt, ziet hij hoe de vork in de steel zit: voor dat artikel moet betaald worden. De vrije toegang die de redacteuren hebben, heeft hij niet. Iets wat de krant niet vermeldt.

Het tweede probleem is dat kranten in hun ijver de wetenschap te volgen, propaganda maken voor de felste tegenstanders van de vrije toegang: de wetenschappelijke uitgevers. Het prestige van tijdschriften als bijvoorbeeld Nature of The Lancet is zeker voor een deel toe te schrijven aan de vele krantenartikelen waarin die titels worden genoemd. Het is niet uit grootmoedigheid dat uitgevers als Elsevier inlogcodes aan journalisten geven. Het is meer een feilloos inzicht in de waarde van free publicity.

Tot slot nog een ethisch probleem. Een burger moet vijfentwintig euro betalen voor een wetenschappelijk artikel, een wetenschapsredacteur krijgt het gratis. Het stijlboek van deze krant meldt niets over deze kwestie. Maar wijkt deze praktijk principieel af van het aannemen van geschenken of het maken van gesponsorde reizen – twee praktijken die het stijlboek categorisch afwijst? Daar staat tegenover dat het stijlboek wel goedvindt dat een redacteur een gerecenseerd boek of cd houdt. Maar dat is een andere kwestie. Een wetenschapsredacteur krijgt iets wat andere burgers nooit kunnen krijgen: volledige toegang tot vrijwel alle wetenschappelijke tijdschriften, compleet met verfijnde mogelijkheden om daarin te zoeken. Het is goed dat kranten als NRC Handelsblad die mogelijkheden hebben. Het zou nog beter zijn als ze zich realiseren welke belangen ze daarmee dienen, en als ze tegenover hun lezers verantwoording afleggen over de bevoorrechte positie waarin ze verkeren.