Moord voor wat chocola

Zeilen creëert speciale behoeften. Na drie weken oceaan kan een uurtje slaap of een stuk chocola de doorslag geven, weet Carolijn Brouwer.

De zeilsters van SCA – met Brouwer in het midden – smeren zich in met visresten, een ritueel bij het passeren van de evenaar. Foto Corinna Halloran/Team SCA/Volvo Ocean Race

Zeilen, eten, slapen. En opnieuw. Vier uur op, vier uur af, een leven dat zich altijd onder een hoek afspeelt op een deinende oceaan. Waar oververmoeidheid en zeeziekte op de loer liggen, maar ook stormen, een slapende walvis of een verloren zeecontainer. „Echt comfortabel is het niet”, zegt Carolijn Brouwer, de Nederlandse zeilster op de Zweedse vrouwenboot SCA.

Drie weken geleden gingen ze met zes andere racejachten in Alicante van start in de Volvo Ocean Race. Nu, midden op de Atlantische Oceaan, ruim drieduizend kilometer van Kaapstad en honderden kilometers achter de rest van de vloot, is het vechten. „We hebben het de afgelopen dagen lastig gehad”, zegt Brouwer via een satellietverbinding. „We zijn in een windgat terechtgekomen. De andere boten konden eromheen varen. Het heeft ons acht uur gekost, zomaar veertig of vijftig zeemijl. Dat is best slikken, maar het hoort bij deze race. Die is nog heel lang. We hebben genoeg kansen tot Kaapstad om terug te komen. We blijven ervoor vechten.”

Morfine en chocola. Gevriesdroogde curry, antibiotica en oordoppen. Alles is aan boord om de leefgemeenschap – twaalf vrouwen op een boot van twintig meter – over de oceaan te helpen. Na het eerste etmaal gaat het ritme wennen, zegt Brouwer, die de beruchte oceaanrace twaalf jaar geleden al eens zeilde. Vier uur aan dek, dan een maaltijd en een paar uur rust. Maar rust is relatief met elf andere vrouwen op een stampend jacht, waar elk geluid wordt versterkt, als in een klankkast. „Als je niet kan slapen ga je gewoon liggen rusten. Dat helpt. Sommigen zetten hun iPod op of doen oordoppen in. Maar ik wil er pijlsnel bijzijn als er wat gebeurt.”

Twintig minuten voor haar wacht wordt ze gewekt. Tenzij de schipper een zeil wil wisselen – dan is het alle hens aan dek. „Ook als je net ligt te slapen. Soms is het 48 uur achter elkaar enorm hectisch. Dan kun je geen voet meer voor de andere zetten. Maar dat haal je wel weer in. Als je dan ineens tweeënhalf uur achter elkaar kunt slapen voel je je als een nieuw mens.”

Pasta carbonara

Tenminste zo belangrijk als rusten is eten. In de negen maanden durende race komen vijftien verschillende gevriesdroogde maaltijden bij toerbeurt voorbij. Heet water opgooien, roeren – en klaar. „Ogen dicht en happen. Het lekkerst vind ik de pasta carbonara. Maar veel van onze meiden zijn curry-fan, dus dat zit er ook tussen. Het is allemaal vooraf gesorteerd in zakjes. Je ontbijt met muesli of pap, lunch en avondeten zijn gevriesdroogd.”

Na drie weken op zee krijgt ‘eten’ een heel andere lading. „Wij hebben er heel erg op gehamerd dat goed eten even belangrijk is als goed sturen. Als je één keer een maaltijd overslaat omdat je geen tijd hebt, kom je in een neergaande spiraal.”

In eerdere races kwam het volgens schipper Bouwe Bekking van Team Brunel voor dat zeilers acht tot tien kilo afvielen. Om zo min mogelijk gewicht aan boord te hebben werd ook op voorraden bespaard. „Na drie weken zeilen kon je voor een Mars honderd dollar vragen”, zei Bekking vlak voor de start in Alicante.

Tegenwoordig is er meer proviand. Individuele tussendoortjes als energierepen, vooral chocola, vormen een onbetaalbare mentale beloning. Brain food, zegt Brouwer. „Vooral op dag twintig, als alles tegenzit en niemand het meer ziet zitten.”

Toen ze twaalf jaar geleden meedeed aan de race nam ze voor de zware etappe tussen Kaapstad en Sydney, over de Zuidelijke Oceaan, drie chocoladeletters mee voor de twaalfkoppige bemanning. „Ik wilde ze uitdelen op 5 december. Maar de dag daarvoor was de sfeer zó slecht dat ik dacht: we moeten de boel opbeuren. Dus haalde ik die letters tevoorschijn. Ongelooflijk wat er dan gebeurt.”

Ook nu heeft ze aan de andere meiden gedacht. „Ik had ergens op de boot een zak drop verstopt. Sommigen zeggen: weer een halve kilo gewicht extra aan boord. Maar als je weet wat je daarmee kunt bereiken, is dat het absoluut waard. Ik heb die zak al twee keer tevoorschijn gehaald, toen we hoorden hoe ver we achterop waren geraakt. Maar hij nog niet leeg. ”

Een goede moraal aan boord kan zelfs ongelukken voorkomen. Toch zijn blessures inherent aan racen over de oceaan. „Deze boten kauwen op mensen, daarna spugen ze ze uit”, zei de Engelse veteraan Neal McDonald een aantal jaren geleden. De zeilers doen er alles aan om heelhuids thuis te komen, maar iedereen wil winnen. En de oceaan kent geen mededogen.

Naast talloze huidklachten – aan boord wordt niks meer droog – staan sneeën in handen, beknelde vingers, spierverrekkingen, verdraaide gewrichten, rugpijn en kneuzingen aan alle denkbare lichaamsdelen op de behandellijsten. In eerdere races braken ribben, raakten ruggewervels van hun plaats, scheurden kniebanden en raakten nieren geïnfecteerd. Brouwer: „De voordekkers lopen de grootste kans op blessures. Wie een golf niet ziet aankomen kan naar achteren spoelen en tegen een zwaard knallen, of tegen de mast.”

Morfine aan boord

Om de eerste nood te kunnen lenigen – ook op tweeduizend kilometer van het vasteland – heeft elke boot drie medics aan boord, zeilers die een medische cursus hebben gevolgd. „Zij kunnen een wond hechten, een kies trekken, een injectie geven”, zegt Brouwer. „We hebben drie grote kisten met medicijnen aan boord. Even masseren is er niet bij, dus er gaat al snel een pijnstiller in, al doe ik dat zelf niet snel.” Voor noodgevallen – botbreuken of een acute blindedarmontsteking – is morfine en antibiotica aan boord, om de patiënt te stabiliseren. Verder is het vooral wachten op hulp, al kan dat op de oceaan vele dagen duren. „We kunnen wel rechtstreeks contact opnemen met de teamarts”, zegt Brouwer. In ernstiger gevallen wordt een videoverbinding gelegd met artsen van Derriford Hospital in Plymouth.

Een berucht geval betrof de meest succesvolle schipper uit de geschiedenis van de race, tweevoudig winnaar Conny van Rietschoten. Hij kreeg in 1981 onderweg naar Nieuw Zeeland op de Flyer een hartaanval, midden op de Zuidelijke Oceaan. Maar de Nederlander weigerde de hulp in te roepen van concurrent Ceramco, met een cardioloog aan boord. Hij was bang dat hij de etappe uit handen zou geven. Uiteindelijk overleefde hij het drama – en won de race voor de tweede keer.

Van Rietschoten was een uitzondering, maar kritieke situaties kunnen uit het niets ontstaan. De Nieuw-Zeelander Tony Mutter werd in 2008 bij de Kaapverdische Eilanden geëvacueerd via een vissersbootje nadat een ingegroeid kniehaartje was uitgegroeid tot een levensgevaarlijke ontsteking. „Je moet heel goed voor jezelf zorgen”, zegt Brouwer. „Op een boot kan een klein wondje op je vinger enorm verergeren. Ook al heb je geen tijd, of ben je te moe, je moet er meteen iets aan doen.”