Misschien lukt zwemmen wél

Met jouw lichaam en genen doe je wellicht de verkeerde sport. NOC*NSF gaat zondag honderden jonge sporters daarop screenen. Wellicht levert het verrassend talent op.

Foto Arie Kievit

Je bent hockeyer maar wordt over acht jaar als baanwielrenner olympisch kampioen sprint. Of, je bent voetballer en wint als roeier een medaille op de Spelen van 2028.

Logisch? Nu niet. Je hebt immers voor de verkeerde sport gekozen. Maar dat kan in de toekomst veranderen.

Sportkoepel NOC*NSF gaat het juiste lichaam bij de juiste sport zoeken, te beginnen zondag, bij onder andere het nationale sportcentrum Papendal, tijdens een landelijke talentdag voor sporters tussen de twaalf en achttien jaar. In het bijzonder voetballers en hockeyers voor wie de top niet haalbaar is zijn uitgenodigd. Misschien loopt op die velden een uitzonderlijke triatleet. Of een excellente volleyballer. Achterliggende drijfveer: de ambitie om tot de tien sterkste sportlanden van de wereld te behoren.

Na de massale screening zondag van 320 geselecteerde jonge sporters wordt gehoopt op een tiental per sport dat kan doorgroeien naar topniveau. De stille wens bij Papendal is dat ten minste één olympische kampioen uit het project voortkomt. De sporten die meedoen hebben ‘legostenen’ gemeen: de juiste lengte, de juiste spiervezels, uithoudingsvermogen. In het roeien en het sprinten op de baan is volgens de experts het succes maakbaar. Een roeikampioen? 1.85 m bij de vrouwen en 1.90 m bij de mannen, duurvermogen en sterke spieren. Sprintkampioen op de wielerbaan? Een royale voorraad fast-twitch-spiervezels geeft kansen.

Hoe reëel is die zoektocht naar dat olympische pareltje? Zelfstandig prestatiemanager en voormalig volleybalbondscoach Peter Murphy is sceptisch. „Ik vind het een lastige, gevaarlijke exercitie. De moeite waard, daar niet van, maar de heilige graal zullen ze niet vinden. De parameters voor succesvolle sporters zijn er niet, anders waren die al lang bekend.”

Er bestaat geen blauwdruk voor kampioenen, stelt Murphy. Als voorbeeld neemt hij de dressuuramazones Anky van Grunsven en de Duitse Isabell Werth, twee verschillende types. De één (Van Grunsven) fijnmotorisch, de ander (Werth) grofmotorisch. Maar ook taakgerichtheid (Van Grunsven) tegenover improvisatie (Werth). En toch werden beiden olympisch kampioen.

Gymleraren maken een begin

Kanttekeningen ontmoedigen niet bij NOC*NSF, ook al zijn bij Papendal weinig parameters gevonden die een kans op succes bieden. Onder regie van de bonden en in samenspraak met gymleraren is gepoogd een begin te maken. Er is een screentest opgesteld voor ‘aan de poort’ voor drie profielen: ‘lang en sterk’, ‘explosief’ en ‘uithoudingsvermogen’.

In ‘lang en sterk’ wordt gekeken naar de biometrie (lengte, benen, gewicht en wendbaarheid) en het vermogen (watt-bike). Bij ‘snel en explosief’ worden sprinttesten van tien en 30 meter afgenomen, plus de watt-bike (maximaal vermogen in vijf seconden). Onder ‘uithoudingsvermogen’ valt: zwemtechniek, een vermogenstest en de shuttle run.

Talenten identificeren zonder een vervolgprogramma is zinloos. De vijf bonden die zondag meedoen garanderen na de NOC*NSF Talentdag een periode van minimaal een half jaar voor talentbevestiging. Het vervolgtraject kan leiden tot doorgroei naar een topsportprogramma, inclusief een aangepaste studie op een Topsport Talent School. Wat NOC*NSF betreft is dit het begin. Voor een tweede testronde zitten wegwielrennen, boog- en geweerschieten en atletiek in de pijplijn.

Voetballers werden hockeyspelers

Groot-Brittannië is Nederland voorgegaan met testdagen. De focus lag daar op voetballers en rugbyers. Met succes, als de berichten kloppen. Op de Spelen van 2016 in Rio de Janeiro zouden de resultaten zichtbaar moeten zijn. Twee voorbeelden van switches komen uit het voetbal. Alex Jennings, een doelman uit het reserveteam van Orient maakt deel uit van de nationale hockeyselectie en James Hoad, perspectiefloos speler bij Watford, heeft de stap gemaakt naar het bobsleeën.

Ervaringsdeskundige is tweevoudig olympisch kampioen roeien Nico Rienks, die op persoonlijke titel vrouwen zoekt voor een nieuwe Holland Acht die op de Spelen van Tokio (2020) prijzen kan winnen. Op zijn project zijn intussen 300 vrouwen afgekomen, zoals hockeysters, korfbalsters en volleybalsters. Vijfentwintig zijn er door de eerste selectie gekomen. Rienks: „Daar zitten echt kanonnen bij. Of respectvoller gezegd: verborgen parels.”

In kringen van sportbestuurders leidt Rienks’ initiatief ook tot gefronste wenkbrauwen. Omdat hij de vrouwen voor 2020 (Tokio) een olympische titel in het vooruitzicht stelt. Alsof je onvoorbereid de Mount Everest beklimt. Rienks haalt er zijn schouders over op. „Een olympische ambitie zit echt in het hoofd. Op de middelbare school zei ik al tegen vrienden dat ik aan de Olympische Spelen zou meedoen. Typisch Nederlands om dat niet te mogen benoemen.”