Miss Blackpool

Elke week staat op deze plek een fictieverhaal. Deze week een fragment uit Funny Girl, de nieuwe roman van Nick Hornby, die deze week verscheen.

Barbara wist dat ze niet voor een dag als koningin door het leven wilde, zelfs niet voor een jaar. Ze wilde helemáál geen koningin zijn. Ze wilde gewoon op tv komen en mensen aan het lachen maken. Koninginnen waren niet grappig, tenminste, niet die van Blackpool, en die in Buckingham Palace ook niet. Ze had alleen maar ingestemd met het plan van tante Marie omdat Dorothy Lamour ooit Miss New Orleans was geweest en Sophia Loren tweede was geworden bij de Miss Italië-verkiezing. (Barbara had altijd al een foto willen zien van het meisje dat Sophia Loren had verslagen.) En ze had ingestemd omdat ze stond te trappelen om vooruit te komen en er gewoon íéts moest gebeuren. Wat dan ook. Ze wist dat ze haar vaders hart zou breken, maar ze wilde hem eerst laten zien dat ze wel had geprobeerd gelukkig te zijn op de plek waar ze al haar hele leven woonde.

Ze zou willen dat ze gelukkig kon zijn, natuurlijk wilde ze dat; ze zou willen dat ze níét anders was. In tegenstelling tot Barbara leken haar schoolvriendinnen en haar collega’s van de cosmetica-afdeling in R.H.O. Hills zich niet de stad uit te willen klauwen, graven, wurmen en schoppen, en soms wilde ze niets liever dan dat ze net zo was als zij. En was het ergens niet een beetje kinderachtig om op televisie te willen? Stond ze niet gewoon als een tweejarige ‘Kijk eens naar mij! Kijk eens naar mij!’ te schreeuwen? Toegegeven, sommige mensen, mannen van alle leeftijden, keken inderdaad naar haar, maar niet op de manier waarop ze wilde dat ze keken. Ze keken naar haar blonde haar en haar boezem en haar benen, maar zagen nooit meer dan dat. Ze zou dus meedoen aan de wedstrijd, en hem winnen, en ze zag verschrikkelijk op tegen de blik in haar vaders ogen als hij doorkreeg dat het allemaal geen enkel verschil maakte.

De burgemeester kwam niet meteen ter zake; hij was nu eenmaal niet zo’n soort man. Hij bedankte iedereen voor het komen en maakte een flauw grapje over het feit dat Preston de finale van de FA Cup had verloren, en een wreed grapje over zijn vrouw, die dit jaar vanwege haar eeltknobbels niet kon meedoen. Hij zei dat de schare schoonheden die voor hem stond – en hij was echt zo’n man die de uitdrukking ‘schare schoonheden’ gebruikte – hem nog trotser maakte op de stad. Iedereen wist dat de meeste meisjes vakantiegangers waren, afkomstig uit Leeds en Manchester en Oldham, maar desalniettemin werd hier met enthousiast applaus op gereageerd. Hij praatte zo lang door dat Barbara ondertussen de grootte van de menigte probeerde te schatten door het aantal hoofden in een rij ligstoelen te tellen en dit te vermenigvuldigen met het aantal rijen, maar ze kwam er niet uit doordat ze bleef steken bij het gezicht van een oud vrouwtje met een regenhoedje. Ze had geen tanden en zat eindeloos op een hapje brood te kauwen. Nog zo’n ambitie die Barbara wilde toevoegen aan de inmiddels wankelende stapel: ze wilde haar tanden behouden, in tegenstelling tot zo’n beetje al haar familieleden van boven de vijftig. Het drong net op tijd tot haar door dat haar naam werd genoemd, en ze zag dat de andere meisjes deden alsof ze naar haar glimlachten.

Ze voelde niets. Alhoewel, ze registreerde het ontbreken van gevoel en daarna werd ze een beetje misselijk. Het zou fijn zijn geweest als ze had kunnen denken dat ze het mis had gehad, ze haar vader en haar woonplaats niet achter zich hoefde te laten, dat dit een droom was die uitkwam en ze daar voor de rest van haar leven op zou kunnen teren. Ze durfde niet te lang stil te staan bij het verdoofde gevoel voor het geval ze dan tot de conclusie kwam dat ze een harteloze, hatelijke trut was. Ze straalde toen de vrouw van de burgemeester naar haar toe kwam en haar de sjerp omhing, en wist zelfs een glimlach te produceren toen de burgemeester haar op de mond zoende. Maar toen haar vader naar haar toe kwam en haar omhelsde barstte ze in tranen uit, waarmee ze hem vertelde dat ze eigenlijk al weg was, dat de titel van Miss Blackpool niet eens in de buurt kwam van het stillen van het hongerige verlangen dat aan haar vrat.

Ze had nog nooit gehuild in bikini, althans, niet als volwassen vrouw. Badkleding was niet om in te huilen, niet met de zon en het zand en het gekrijs en de jongens met uitpuilende ogen. Het was een vreemde sensatie, de tranen, koud door de wind, die langs haar hals in haar decolleté liepen. De vrouw van de burgemeester sloeg een arm om haar schouders.

‘Het gaat wel,’ zei Barbara. ‘Echt. Ik stel me aan.’

‘Geloof het of niet, maar ik weet hoe je je voelt,’ zei de vrouw van de burgemeester. ‘Zo hebben wij elkaar ontmoet. Voor de oorlog. Toen was hij nog gewoon raadslid.’

‘Bent u Miss Blackpool geweest?’ vroeg Barbara.

Ze probeerde niet verbaasd te klinken, maar ze wist niet zeker of dat was gelukt. De burgemeester en zijn vrouw waren allebei groot, maar zijn omvang leek opzettelijk, een teken van hoe belangrijk hij was, terwijl die van haar meer weg had van een vreselijke vergissing. Misschien was dat gewoon omdat hij er niets om gaf en zij wel.

‘Geloof het of niet.’

De twee vrouwen keken elkaar aan. Deze dingen gebeurden. Er hoefde niets meer gezegd te worden, maar toen kwam de burgemeester eraan en hij zei tóch nog iets.

‘Je zou het niet zeggen, hè, als je haar zo ziet,’ zei de burgemeester, die geen man was om het ongezegde ook ongezegd te laten.

Zijn vrouw trok een verontwaardigd gezicht. ‘Ik heb al twee keer “geloof het of niet” gezegd. Ik heb al toegegeven dat ik geen Miss Blackpool meer ben. En toch moet jij er nog even overheen walsen.’

‘Ik had niet gehoord dat je “geloof het of niet” zei.’

‘Nou, dat had ik dus wel. Twee keer zelfs. Of niet, kind?’

Barbara knikte. Ze wilde er eigenlijk niet bij betrokken worden, maar ze vond dat dit wel het minste was wat ze voor de arme vrouw kon doen.

‘Koters en roombroodjes, koters en roombroodjes,’ zei de burgemeester.

‘Jij bent anders ook niet moeders mooiste,’ zei zijn vrouw.

‘Nee, maar je bent niet met me getrouwd omdat ik moeders mooiste was.’

Zijn vrouw dacht hierover na en beaamde het toen door te blijven zwijgen.

‘Terwijl het daar bij jou nou juist om draaide,’ zei de burgemeester. ‘Jij was wel moeders mooiste. Hoe dan ook,’ zei hij tegen Barbara, ‘je weet vast wel dat dit het grootste openluchtbadencomplex ter wereld is? En dit is een van de belangrijkste dagen hier, dus je hebt alle recht om je overweldigd te voelen.’

Barbara knikte, haalde haar neus op en glimlachte. Ze zou niet weten hoe ze hem moest vertellen dat het probleem precies het tegenovergestelde was van wat hij net had beschreven: het was allemaal nog nietszeggender dan ze had gevreesd.