Mein Kampf: symbool van haat of historisch object?

Michiel van Eyck heeft het boek van Hitler in zijn winkel, ook al is dat verboden. Het OM eist een boete, advocaat Spong vindt dat „lekker makkelijk”.

Verdachte Michiel van Eyck is zich van geen kwaad bewust. Oké, zegt hij vrijdagmiddag in de Amsterdamse rechtbank, gekleed in Levi’s onder een geruit overhemd, hij heeft Mein Kampf van Adolf Hitler weleens verkocht, al mag dat niet van de wet. Hij ziet het als een historisch object, net als al het andere in zijn Totalitarian Art Gallery, een winkeltje en museum aan de Amsterdamse Singel. Er staan Sovjetschilderijen, beeldjes van Lenin en Mao, en ja, ook naziparafernalia.

Van het standaardwerk van Hitler heeft hij er een paar. Het meest beduimelde exemplaar kost 75 euro – maar ze komen dan ook uit de jaren dertig. Deze rechtszaak vreest hij niet: hij hoopt juist dat een „historische fout” wordt rechtgezet. „Verbieden is censuur en dat past niet in een democratie.” Bovendien is Mein Kampf op het internet zo verkrijgbaar.

De officier van justitie eist dat Van Eyck 1.000 euro boete betaalt waarvan 500 euro voorwaardelijk. Wegens het verkopen van een boek dat aanzet tot haat en discriminatie. Dat mag niet, volgens artikel 137e. Mein Kampf is daarom al decennia verboden, en meerdere rechters in verschillende zaken hebben dat verbod bekrachtigd.

De officier draagt enkele „maatgevende” zinnen van „auteur Adolf Hitler” voor: „Hij [de jood] is en blijft een typische parasiet, een profiteur die als een schadelijke bacil zich steeds verder verspreidt.” „Zijn bloedzuigende tirannie wordt zo groot, dat het tot ongeregeldheden tegen hem komt.” En: „In tijden van bitterste nood breekt woede tegen hem uit en de leeggeplunderde en te gronde gerichte massa’s gaan het recht in eigen hand nemen.” Antisemitisme neemt toe, zegt de officier, en te vrezen valt dat er groepen zijn in Nederland die „ontvankelijk zijn” voor de boodschap van dit boek.

En dan is er nog het voorwerp zelf: het boek Mein Kampf is volgens justitie hét symbool geworden „van al het verschrikkelijke dat Adolf Hitler en zijn Derde Rijk de volkeren van deze wereld hebben aangedaan”. De makkelijk te verkrijgen online versies van Mein Kampf doen dan ook „op geen enkele wijze af aan het extreem kwalijke karakter” van het fysieke boek.

Gerard Spong, advocaat van Van Eyck, neemt het woord en staat dat twee uur lang niet af. Hij haalt „notoire Jodenhater” Maarten Luther erbij, wiens veel rabiatere boek Over de Joden en hun leugens (1543) niet verboden is. Hij haalt de Bijbel erbij, „een soort Mein Kampf tegen homo’s.”

Maar bovenal weidt de advocaat uit over de online alomtegenwoordigheid van het boek, op websites als Amazon en Barnes & Nobles. Dát maakt deze strafzaak volgens hem „totaal anders” dan alle eerdere – predigitale – processen. „Lekker makkelijk”, zegt Spong: justitie laat de „grote online boys ongemoeid” en pakt „de kleine schnabbelaar.” Hij bepleit vrijspraak. En het OM moet niet-ontvankelijk worden verklaard vanwege zijn „apert willekeurige” handelwijze.

De rechter vraagt meer bedenktijd dan de normale twee weken. Uitspraak op 21 november.