Liever hond dan dame

Joyce Roodnat

Over dames en hoeren; My Private Odyssey; Psycho van Hitchcock en van Gus Van Sant.

Een dame op straat en een hoer in bed – dat is voor mannen de ideale vrouw, zo wil het cliché. Maar al worden clichés cliché omdat iedereen ze herkent als een soort boerenwaarheid, in een artikel op de opiniepagina in deze krant, schrijft Lisette Thooft dat mannen door teeltkeus „de bronst” bij de vrouwen juist zouden hebben „weggeselecteerd”. Dus niks hoer. Puur dame. Die conclusie van een „bekende Amerikaanse seksuoloog” citeerde Thooft als onderdeel van haar stellige bewering dat moderne vrouwen „massaal” fantaseren over verkracht worden. Waarvan acte. En met de aantekening dat die twee zich niet laten rijmen.

Maar stel dat de man de vrouw evolutionair zijn wil oplegde met die weggeselecteerde bronst (dat wóórd), wat doet de mens dan in het dierenrijk? Immers, geen natuurdocumentaire van David Attenborough (hoe meer hoe beter, wat mij betreft) of je ziet evolutionair aangepaste mannetjes. De vrouwtjes selecteerden zich suf, met waanzinnige gevolgen voor de andere sekse, zoals die idioot zware pauwenstaart en die opvallende blauwe bavianenbillen. Niets menselijks is het dier vreemd. De vrouw speelt naar buiten toe de ingetogen dame. Privé is ze gek van geiligheid, dankzij zo’n te wauwe snavel of enorme manendos.

Kijk naar Attenboroughs dierenwereld en je herkent de oorsprong van kunst. Driftige creaties. Schoonheid zonder meer.

Wat ís kunst dan? Nou, niet die nep-Marokkaan Nizar Mourabit die onder zijn Nederlandse naam bij geen krant aan de bak kwam en zichzelf en zijn bedrog nu als kunstwerk meent te kunnen verkopen. Dat is ‘kunst’ in de categorie levend standbeeld. Hij vertoont zijn trucje op markten en pleinen. Je geeft hem een euro en je bent ervanaf. Verschil maakt hij niet.

Kunst is nergens goed voor, maar god wat is het mooi. Of dramatisch. Ontroerend. Verbijsterend. Verklarend. Hinderlijk. Belachelijk voor mijn part, maar je kunt er niet omheen. Het ligt aan de basis van het leven.

Geen pauwenstaart, dan geen pauwenkuiken. Geen Ko van den Bosch, dan niet de tekst: „I was far away, killing for love...”. Zo begint My Private Odyssey van de fabuleuze danstheatergroep Club Guy & Roni. Via een ontploffing van dans en muziek brengen ze een schroeiende ode aan Homerus, voortgejaagd door een monoloog van Odysseus die Van den Bosch schreef. Aan haar weefgetouw zit dame Penelope. Hoe lang nog wil ze ingetogen wachten op hem, de man van de enorme kruisboog? Onhandig ding, maar zíjn boog. Hij spant hem, schiet. En Penelope is weer de zijne.

Afgelopen maanden zag ik meer bewerkingen van de Odyssee, maar alleen deze eert het incidentje dat kwispelstaartend de eeuwen overspant tussen de oude Grieken en ons: Odysseus wordt allereerst door zijn hond herkend, zoals honden dat nog altijd doen. In de woorden van Van den Bosch: „Dog knows no time. Dog knows other stuff. […] Dog knows a Trojan horse when he smells it”.

De hond wel. De mens niet, ik besef het voor de zoveelste keer, want ik zie weer eens Hitchcocks Psycho, uit 1960. Een vrouw die weinig dame is, wordt vermoord door een man die geen sensualiteit verdraagt. Ze ziet het niet aankomen, hoe verdacht hij zich ook opstelt.

In Filmhuis Delft voerden ze het superidee uit om in twee zalen naast elkaar tegelijkertijd Hitchcocks Psycho en de remake uit 1998 te vertonen, van de Amerikaanse regisseur Gus van Sant. Wij, het publiek, pendelden heen en weer tussen beide films. Bij de beroemde moord-in-de-douchescène was het verkeer het drukst, maar het was sowieso verbluffend. Letterlijk gekopieerd en toch volslagen anders.

Het grijswit waar Hitchcock voor koos (in 1960 was de kleurenfilm allang in zwang) klaagt aan, de personages hebben geen kans. Van Sants kleuren maken zijn film tot een treurdicht over de rotstreek die het leven onschuldige mensen kan flikken. Zijn remake onthult ook hoezeer de verhouding tussen mannen en vrouwen veranderd is. Anthony Perkins is als oer-Norman Bates pas in tweede instantie stapelgek. Nu zijn we wereldwijzer, bij de hedendaagse Norman (Vince Vaughn) gaat direct het alarm af: engerd. Maar Vera Miles, als de zus van de vermoorde vrouw, is gedwee, volgens de normen van 1960. Dan is Julianne Moore, de fee met sproeten, opgefokt en hanig een stuk interessanter. Dame is nog altijd dame, maar streetwise. En de rest ziet ze later wel weer.