Lekker warm dit weekend, maar wat vindt de wetenschap?

Dit weekeinde verschijnt het eindrapport van het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Sceptici zitten klaar om het keihard aan te vallen.

Peter Gwynne, voormalig journalist van Newsweek, had er dit voorjaar eindelijk genoeg van. Op 28 april 1975 publiceerde het Amerikaanse weekblad zijn artikel The Cooling World, een dramatisch getoonzet verhaal over de afkoeling van de aarde, het gebrek aan politieke wil om daar iets tegen te doen en de ernstige gevolgen voor de voedselvoorziening.

Bijna veertig jaar na dato, afgelopen mei, schreef Gwynne een rectificatie van wat misschien wel het meest geciteerde wetenschapsjournalistieke artikel aller tijden is:

Now, as the author of that story, after decades of scientific advances, let me say this: while the hypotheses described in that original story seemed right at the time, climate scientists now know that they were seriously incomplete. Our climate is warming – not cooling, as the original story suggested.

The Cooling World leidt sinds de publicatie in 1975 een eigen leven. Het artikel wordt nog vaak aangehaald in kritische commentaren op de huidige klimaatwetenschap. Het verhaal wordt meestal gebruikt als een illustratie van de wetenschappelijke onzekerheden over klimaatverandering: van die afkoeling is destijds niet veel terecht gekomen, dus waarom zouden we de huidige opwarming dan wel serieus moeten nemen? Kennelijk weten de wetenschappers het zelf ook niet.

Dat valt wel mee, vindt de overgrote meerderheid van klimaatwetenschappers. Zondag komen ze met een samenvatting van de bestaande kennis over het onderwerp. Dan publiceert het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, een synthese van de drie dikke rapporten die het afgelopen jaar zijn verschenen.

Elke keer weer is er de kritiek

Zoals altijd, zitten de critici klaar om het rapport aan flarden te schieten. Bij vorige gelegenheden ging het net zo. In 2007, toen het IPCC voor de vierde keer zo’n samenvatting publiceerde, loofde het door de oliemaatschappij Exxon Mobil gesponsorde American Enterprise Institute een ruime onkostenvergoeding en 10.000 dollar uit aan wetenschappers die artikelen publiceerden waarin de conclusies van het IPCC in twijfel werden getrokken.

Ook nu zullen de merchants of doubt – de ‘handelaars in twijfel’, zoals Naomi Oreskes en Erik Conway ze in hun gelijknamige boek in 2010 hebben genoemd – de onzekerheden benadrukken.

Ze zullen speuren naar fouten en foutjes. Ze zullen uitleggen dat het weliswaar iets warmer wordt, maar dat dat juist goed is voor de landbouw.

Ze zullen herhalen dat een gas dat wij allemaal uitademen niet slecht kan zijn voor de aarde.

Ze zullen beweren dat maatregelen om klimaatverandering te voorkomen weinig uithalen, dan wel veel te duur zijn.

En ze zullen wijzen op de hoogmoed van degenen die denken dat de mensheid in staat is om het klimaat te veranderen.

In haar onlangs verschenen boek This changes everything. Capitalism vs. The Climate bezoekt de linkse Canadese activiste Naomi Klein een van de bolwerken van de klimaatsceptici, de ‘klimaatconferentie’ van het Heartland Institute in Chicago. Daar merkt ze dat het neoconservatieve publiek heel goed begrijpt waar klimaatverandering over gaat. Het is in hun ogen een aanval op het vrijemarktdenken.

Schrijver Leon de Winter verwoordt het zo, op de website De Dagelijkse Standaard, dat een stem geeft aan Nederlandse sceptici: „Wat het socialisme niet via de stembus is gelukt – de afbraak van de vrije markt – probeert links nu via klimaatpolitiek tot stand te brengen. Het argument daarbij is: we moeten de aarde redden, want de aarde, en dus ook het leven op aarde, wordt bedreigd door een ongelimiteerde uitstoot van CO2, dus moeten we die uitstoot reguleren en beperken en dat moet via het reguleren van economische processen. Via klimaatpolitiek moet alsnog de socialistische heilstaat worden gesticht.”

De sceptici hebben ook denktanks

Amerikaanse sceptici hebben een netwerk van denktanks en (quasi-)wetenschappelijke bureaus opgezet die met grote regelmaat rapporten schrijven en artikelen publiceren (meestal in ‘eigen’ tijdschriften). Die lijken erg op de artikelen in tijdschriften als Science en Nature en op de rapporten van het IPCC.

Daarnaast wordt er ook vaak hard op de man gespeeld. Het meest beruchte voorbeeld daarvan is een affaire die de wereld is ingegaan als Climategate. In 2009, goed getimed vlak voor de grote klimaattop in Kopenhagen, werd de server van een belangrijk Brits klimaatinstituut gehackt. Tienduizenden e-mails van klimaatwetenschappers werden gestolen en via internet verspreid.

Door ze zonder enige context en uit hun verband gerukt te citeren, creëerden sceptici het beeld van een groep wetenschappers met een tunnelvisie, die leden aan groepsdwang, zich schuldig maakten aan vriendjespolitiek en onwelgevallige data probeerden te verdoezelen.

Maar het succes van de sceptici is niet alleen het resultaat van hun uitgekiende strategie. Het is ook het gevolg van het falen van de politiek.

Op klimaatconferenties spreken politici regelmatig alarmerende taal over de ernstige gevolgen van klimaatverandering en over de noodzaak om daar iets tegen te doen. Maar vervolgens leunen ze achterover in afwachting van de beloftes van anderen.

Dan is het niet vreemd dat het grote publiek denkt dat het kennelijk zo’n vaart niet loopt. Een betere voedingsbodem voor twijfel kunnen sceptici zich niet wensen.