Lakeman wil niet, dus doet de tuchtrechter het zelf...

Typische transfers of bonje in de boardroom, gesuikerde bonussen of verbroken beloftes? De jongste avonturen in de nieuwe firma.

Een verbale oorvijg voor een accountant? Een schrobbering van een falende bestuurder?

Bedrijfsonderzoeker Pieter Lakeman is er altijd wel voor te porren. Al bijna veertig jaar doet hij dat. Het meest bekend is hij van zijn oproep in 2009 aan klanten van de DSB bank van Dirk Schering om zo snel mogelijk hun spaargeld weg te halen. Weg spaargeld. DSB failliet.

Lakeman leek daarom ook de aangewezen persoon om van de week even lekker vilein commentaar te geven op accountantkantoor KPMG.

De Accountantkamer, de tuchtrechter voor accountants, oordeelde deze week dat de rol van KPMG bij het faillissement van slachterij Weyl, in 2010, een tuchtrechtelijk oordeel verdient. Bestuurders van Weyl bleken jaren de boekhouding te hebben vervalst, die vervolgens door KPMG werd goedgekeurd.

Een lekker zaakje voor Lakeman. Toch?

Vond hij in zelf in februari dit jaar ook. Namens een aantal cliënten diende hij een klacht in tegen KPMG. Die trok hij in augustus weer in. KPMG had een schikking getroffen met zijn cliënten, schuldeisers van Weyl. Cliënten blij. KPMG opgelucht. Geen klacht, geen zaak.

Toch wel, vindt de Accountantskamer. De Accountantkamer heeft daarom stukken over de zaak aan de toezichthouder AFM ter beschikking gesteld, met de vraag of de AFM een klacht wil doorzetten.

Een unieke zet van de tuchtrechter van de accountants.

Als Lakeman een keer niet wil bijten, dan doen we het zelf wel, moeten ze bij de Accountantkamer gedacht hebben.