Jongen, stoer en gek van ballet

Komende week is de eerste voorstelling van de musical Billy Elliot te zien in Scheveningen. Wel 67 kinderen spelen er afwisselend in mee. Ze volgden een maandenlange training op een speciale school.

Tappen bij het tandenpoetsen, snel ontbijten en met een lenige sprong de auto in. In de file naar Amsterdam, net op tijd binnen, ’s avonds om acht uur weer naar huis. Het zou het zware dagritme van een forens kunnen zijn, maar het is de werkdag van een kind. Zes jongens tussen de 9 en 13 jaar met een maximale lengte van 1.50 meter hebben ruim drie maanden zo geleefd. Als beloning spelen zij nu om de beurt de hoofdrol in Billy Elliot, de nieuwste musical van Joop van den Ende.

Nog nooit was er een musical in Nederland waarbij zo veel kinderen waren betrokken. Vanaf de eerste voorstelling aanstaande donderdag staan 67 jongens en meisjes klaar om in wisselende samenstelling in de musical op te treden. En vanaf januari 2015 weer nieuwe kinderen. Ook in de musicals Ciske de Rat en Les Miserables speelden kinderen mee, maar wat mis-en-scène betreft zijn die niet te vergelijken met Billy Elliot, waarin een jongen de hoofdrol speelt, zijn vriend Michael een belangrijke bijrol, en steeds acht meisjes in de balletklas dansen. Eigenlijk komen alle volwassenen op de tweede plaats.

Engelse jury

De musical Billy Elliot, gebaseerd op de film van regisseur Stephen Daldry uit 2000 met muziek van Elton John, gaat over een elfjarige jongen uit een arbeidersgezin ten tijde van de mijnstakingen in Engeland (1984-1985). Billy zit op boksen maar belandt toevallig in een balletles en dat vindt hij eigenlijk veel leuker. Tegen de wil van zijn vader gaat hij steeds harder trainen. Uiteindelijk mag hij auditie doen voor de Royal Ballet School in Londen. De musical is al bijna tien jaar lang te zien in het Victoria Palace Theatre in Londen. Toen de eerste oproep voor de Nederlandse audities vorig jaar in de kranten verscheen, schreven maar liefst 2.189 jongens zich in.

Sommige jongens stonden al op een soort verlanglijstje van Joop van den Ende: kinderen die waren opgevallen in eerdere musicals als Mary Poppins of Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat. Jeroen Luiten, ‘resident choreografie’ van de ‘Billy school’: „Daar zaten talentjes bij van wie we dachten: waar kunnen we die nog eens inzetten. Talent koester je. Ze moesten natuurlijk wel weer gewoon auditeren.”

150 jongens kregen uiteindelijk de kans auditie te doen voor de Engelse jury. De musical moet één op één gelijk zijn aan de Engelse versie en daarom wordt de voorstelling geregisseerd en begeleid door een Engelse equipe. Eenderde van de jongens kwam door de auditie heen en werd toegelaten tot de zogenaamde ‘Billy Elliot sCOOL’ in Amsterdam en Utrecht – een eigen opleiding van Van den Ende voor deze musical. Maandenlang kregen zij drie keer per week dansles, taples, zangles en krachttraining.

Aan de jongens werd niets beloofd, net als in de voetbalwereld, waar kinderen al jong gescout worden, jaren drie keer per week trainen en dan misschien te horen krijgen dat zij de top niet zullen bereiken. Steeds bekeek de Engelse crew of de jongens wel vorderingen maakten en opgewassen waren tegen de grote rol. Gaandeweg vielen er jongens af – ze kregen de baard in de keel, gingen niet genoeg vooruit of woonden toch te ver weg.

In juni hoorden elf jongens dat zij mee mogen doen met Cast 1 van de musical: zes Billy’s en vijf Michaels. De andere jongens zitten nog steeds op de school. De musical gaat waarschijnlijk lang spelen – er zijn volwassen acteurs met een contract van anderhalf jaar. De jonge spelers mogen van de arbeidsinspectie maar een beperkt aantal optredens doen. Ze moeten dus telkens worden afgelost. Er komen ook nog steeds nieuwe potentiële Billys en Michaels van de sCool. De volgende audities staan gepland voor 15 november.

De elf uitverkorenen repeteren sinds augustus met de volwassenen. De Billy’s zijn om half tien in Amsterdam; ze krijgen ter plekke privéonderwijs en zijn verder in de repetitielokalen te vinden. ’s Middags sluiten de Michaels zich bij hen aan. De kinderen worden begeleid door zes vaste begeleiders en nog eens zo veel invalkrachten. Die zorgen dat ze op tijd bij de repetities zijn en genoeg eten (Carlos: „Waarom moet ik nog een broodje? Ik kan niet meer!”). Als de jongens zich vervelen, staat er een krat met spelletjes klaar. ’s Avonds om acht uur worden ze weer opgehaald door hun ouders. En de volgende ochtend begint weer met al tappend tandenpoetsen.

Speelbeurten

Op de set komt Carlos (inmiddels 13) beleefd een hand geven en stelt zich keurig voor. Zijn provisorische slaapkamer staat op het toneel; vanuit daar zal hij een grote sprong maken. Of hij al deze acrobatische toeren al in zich had? „Nee”, antwoordt hij, „maar dit” – hij klapt zijn lichaam ongeveer twee keer dubbel – „kon ik al wel”. En weg is hij alweer omdat de Engelse assistent-choreograaf hem roept.

Eigenlijk mag op de set niet door een journalist met de jongens gepraat worden. Een interview staat gelijk aan een speelbeurt – en daar hebben kinderen onder de dertien er volgens de regels maar 24 per jaar van. Een repetitie geldt doorgaans ook als een speelbeurt, maar op verzoek van producent Van den Ende beschouwt de arbeidsinspectie de Billy Elliot-repetities als ‘trainingen’. Voor deze musical blijkt nog een uitzondering te zijn gemaakt: vanaf januari 2015 krijgen de Billy’s en de Michaels 40 in plaats van 24 speelbeurten per jaar. Volgens Paul van de Burg, woordvoerder van de inspectie, heeft producent Van den Ende ‘overtuigend aangetoond’ dat er zonder die verruiming te weinig jongens zouden zijn om de twee hoofdrollen goed te vertolken.

Voorlopig geldt de verruiming alleen voor deze musical, laat de inspectie weten. Wel is er overleg gaande om de arbeidstijdenwet – die in de theaterwereld als te ingewikkeld wordt ervaren – te herzien, opdat de zogenaamde ‘kunstkinderen’ meer ruimte krijgen.

„De kinderen moeten dingen kunnen die je eigenlijk alleen van een volwassen danser kunt verwachten”, fluistert Jeroen Luiten, die verantwoordelijk is voor de kinderen, tijdens de repetitie door de muziek heen. „Ballet is gemaakt voor volwassenen.” Naast alle passen en woorden leren ze ook oplossingsgericht te werken. „Billy staat heel veel alleen op het toneel. Als de muziek uitvalt moet hij zelf de tekst of dans weer kunnen oppakken.”

Luiten, die zelf in musicals speelde als Dirty Dancing, Cats en Westside Story, vindt het zenuwslopend. „In zes maanden een drie uur durende voorstelling instuderen gaat je niet in de koude kleren zitten. Uiteindelijk ligt de eindverantwoordelijkheid bij mij.” Als de Engelse delegatie na de première naar huis gaat, neemt hij ook de audities voor de komende Billy’s en andere rollen over.

De kinderen lijken intussen van elk moment te genieten. Eén keer was de teleurstelling van hun gezichten af te lezen, vertelt een begeleidster: toen een uitje naar Londen om de voorstelling in het Victoria Palace Theatre te zien op het allerlaatste moment niet doorging. Het vliegtuig, waar ze al in zaten, moest wegens een defect aan de motor aan de grond blijven. Ze hebben niet eens getaxied over de landingsbaan.

Sinds half oktober repeteert de hele groep in het theater in Scheveningen. Bij de artiesteningang is het een komen en gaan van vooral kinderen. Donderdag is de eerste voorstelling. En na de kerstvakantie gaan deze Billy’s weer naar hun eigen school. Met voor volgend jaar nog wel 40 speelbeurten in het verschiet.