Het felbegeerde hart

Over elk onderwerp – hoe klein ook – is oneindig veel te vertellen. Lex Boon koos ooit voor de ananas en neemt ons mee. Deze week: de val van de Muur.

Dit is een verhaal over hevig verlangen en de onvermijdelijke teleurstelling die volgt. Ik kreeg het een paar jaar geleden in een Berlijns café te horen van een Britse schrijver. Die had het een uit New York geëmigreerde vriend eens horen vertellen, die het op zijn beurt weer van een voormalige DDR-bewoner had gehoord. Het is niet meer dan een anekdote, net zoals veel van de herinneringen aan de val van de Berlijnse Muur, nu 25 jaar geleden, die komende week voorbij zullen komen. Niet te checken, maar interessant.

Het was in de dagen na 9 november 1989, de dag van de plotselinge opening van de grensposten tussen Oost- en West-Berlijn. De beelden van de feestvierende Oost-Duitsers gingen de wereld over. Vaak in hun handen: felbegeerde Westware zoals videorecorders, sigaretten en ghettoblasters. Toen de Muur viel kregen de Oost-Duitsers namelijk allemaal 100 Duitse Mark ‘begroetingsgeld’. Opeens konden ze de producten kopen waarvan ze in de jaren daarvoor alleen maar konden dromen. „Hier in West-Berlijn keren de eerste DDR-burgers terug naar hun huizen”, meldde de NOS-verslaggever daags na de val. „Ze gaan terug, volbepakt met cadeaus. De eerst kerstcadeaus, elektronische apparatuur, speelgoed, snoepgoed en andere zaken die in de DDR niet te krijgen zijn.”

Toen de New Yorkse vriend van de Britse schrijver naar Berlijn verhuisde had hij de beelden van de Oost-Duitsers met ghettoblasters in hun armen nog in zijn achterhoofd. Hij was er toentertijd verbaasd over hoe blij mensen konden zijn met spullen die voor hem zo gewoon waren. „Wat was het Westerse product dat je echt het meest begeerde”, vroeg de New Yorker eens toen hij een voormalige DDR-bewoner sprak over de val van de Muur. Zijn antwoord: „Een ananas. Ik wilde heel graag een verse ananas.”

De man legde uit dat in de DDR de rijen bij de supermarkt altijd lang waren geweest. En de schappen vrijwel leeg. Vers fruit was moeilijk verkrijgbaar, tropisch fruit als ananas was al helemaal bijzonder en was - als je al geluk had - alleen verkrijgbaar in blik.

Maar op die ananas uit blik was de man verzot, vertelde hij de Amerikaan. Er was volgens hem gewoon niets lekkerders. Alleen: in de blikjes DDR-ananas zaten alleen maar ananasringen. De man kon zich er geen voorstelling van maken hoe lekker verse ananas wel niet zou zijn. Niet zozeer vanwege de versheid, maar wel vanwege dat stukje dat in de ingeblikte ananas altijd ontbrak: het middendeel. 's Nachts droomde hij wel eens van ananashart. „Ik was ervan overtuigd dat dat het allerlekkerste deel was”, vertelde de man aan de Amerikaan. „Want waarom zouden ze in het Westen anders al die jaren moeite hebben gedaan om dat stukje voor zichzelf te houden?”