Het antwoord op alles: De Autoriteit

Onderzoek van de Tweede Kamer leidt opvallend vaak tot dezelfde conclusie: organiseer het toezicht beter.

Nu in het parlement, dé oplossing voor al uw privatiserings- en verzelfstandigingsproblemen: de ‘Autoriteit’. Onafhankelijk supertoezicht dat ontsporingen moet voorkomen.

Donderdag adviseerde de parlementaire commissie woningcorporaties een ‘Woonautoriteit’ op te richten om al het toezicht op de volkshuisvesting in onder te brengen. Eerder deze maand pleitte de parlementaire onderzoekscommissie ICT voor een ‘ICT-autoriteit’. Die moet alle plannen die ministeries hebben met betrekking tot informatietechnologie vooraf toetsen en mag lopende projecten stopzetten.

„Die behoefte aan nieuwe autoriteiten zijn een duidelijke poging om weer grip te krijgen op wat de afgelopen decennia door de overheid is losgelaten”, zegt Sandra van Thiel, hoogleraar bestuurskunde in Nijmegen. „Na alle privatiseringen en verzelfstandigingen waarbij zoveel mogelijk aan de markt moest worden overgelaten, bleek dat zaken die werden vrijgegeven aan de markt toch niet helemaal liepen zoals gedacht of gehoopt was.”

Politicoloog Lenny Vulperhorst, die deze maand een boek publiceerde over parlementair onderzoek, ziet een „trend” in enquêtes en onderzoeken van het parlement. „Ze zijn allemaal gericht op het opruimen van de rotzooi van de privatiseringen. De Fyra (waar een parlementaire enquête over in voorbereiding is, red.) is een uitwas van de NS. Het ICT-debacle komt door het outsourcen. Vroeger hadden we een Rijks Computer Centrum, als het aan de onderzoekscommissie ligt, wordt die weer in het leven geroepen. En woningcorporaties moeten weer terug naar de ‘kerntaak’ waarvoor ze ooit bedoeld waren. We zien allerlei correctiemechanismen.”

Dode hoeken

Ook André Knottnerus, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) herkent een omslag in het denken. „Het ideaal van: als alles naar de markt gaat het allemaal vanzelf goed, iedereen neemt dan zijn verantwoordelijkheid en de overheid kan volledig terugtreden, blijkt niet te werken.” Hij noemt het „logisch” dat parlementair onderzoek roept om meer toezicht. „Want dat heeft bij grote misstanden vaak gefaald. Maar je kunt er niet alles mee oplossen,”

Deskundigen vragen zich – om uiteenlopende redenen – wel af of allesomvattende toezicht het panacee is. „Dat toezicht komt nu als een deus ex machina tevoorschijn om een ideaal beleidsspel te maken waarin intern en extern toezicht heel precies geregeld zijn”, zegt Vulperhorst. „Politici willen een perfecte wereld te creëren. Maar ook in een nieuw systeem zullen weer dode hoeken zitten.”

Hij wijst er ook op dat autoriteiten allesbehalve perfect functioneren. „Bij de bouwfraude zagen we dat de mededingingsautoriteit NMa een kwalijke rol speelde. En kijk naar de zorgautoriteit (NZa), waar veel is misgegaan. Of de Voedsel- en Warenautoriteit, die helemaal niet geëquipeerd is voor haar taken.” Sandra van Thiel voegt daar De Nederlandsche Bank aan toe, die zich „heeft laten inkapselen door de banken”, zo bleek tijdens de enquête die daar na de bankencrisis werd gehouden.

Van Thiel vraagt zich ook af waarom parlementair onderzoek altijd de wens heeft om iets nieuws op te tuigen. „Er is een toezichthouder op woningcorporaties, waarom wordt niet gekeken wat daar mis is en hervormen we wat we hebben?” Al dat toezicht is namelijk niet gratis. „De overheid heeft van alles op afstand gezet omdat bedrijfsmatig werken goedkoper zou zijn. Los van of dat klopt, kosten al die toezichtstructuren weer veel geld dat we dachten uit te sparen.”

De tendens om overal nieuwe toezichthouders en waakhonden op te zetten is overigens geen Nederlandse, maar een internationale, zegt Van Thiel. „De Europese Commissie heeft een groot aantal toezichthouders ingesteld die regels opstellen en organisaties in de landen coördineren. Daar hebben ministers en Kamerleden hier dan niets meer over te zeggen.”

Democratisch tekort

Al die toezichtorganen creëren sowieso een grijs gebied van verantwoordelijkheden. De minister van Wonen zal formeel wel verantwoordelijk zijn voor de nog op te richten Woonautoriteit, maar deze wordt wel op afstand van het departement geplaatst. Volgens Knottnerus is het „belangrijk dat toezicht op een zekere afstand staat van de minister. Anders zou die verantwoordelijk zijn voor alles wat er misgaat in de sector”. Maar volgens Van Thiel ontstaat zo een „democratisch tekort”. „De minister kan niet overal voor verantwoordelijk zijn, maar de Kamer kan de directeur van zo’n instituut niet ter verantwoording roepen.” Toch verwacht zij dat de minister nog steeds voor elk wissewasje bij de autoriteit naar de Kamer geroepen wordt. „De politiek is over het algemeen heel slecht in loslaten. De NS is al jaren niet meer van de staat, maar als blijkt dat er geen toiletten in de sprinters zitten, moet de bewindspersoon dat van de Kamer toch weer gaan regelen.”