Gezien en gehoord bij de krant en op de kansel

In andere tijden, toen NRC Handelsblad alleen nog maar als dagblad verscheen, was Frits Groeneveld een opvallend redacteur. Van 1969 tot 2000 was hij aan de krant verbonden. Een boomlange man, vol verhalen, die hij vertelde met een ironische twinkeling in zijn ogen, en licht stotterend – allemaal redenen waarom hij zich gezien en gehoord wist.

Wie terugkijkt, ziet patronen waarin toeval opeens betekenis kan krijgen. Frits Groeneveld stuurde mij dit voorjaar, in de week voor Pasen, een e-mail, waarin hij voorstelde zijn verhaal te vertellen in de reeks De derde helft, hierboven op deze pagina.

Hij was journalist en hij werd dominee, op latere leeftijd. Bijzondere wending. Ik mailde hem terug: ‘Goed idee, lijkt me een mooie aflevering voor het Pinksterweekend’, en wenste hem een mooi Paasfeest.

Zijn verhaal stond op de afgesproken dag in de krant. Kort tevoren sprak ik hem. Hij vertelde dat hij als jongeling het liefst geschiedenis of theologie had willen studeren. Zijn vaders sterke wil had hem tot de rechtenstudie gebracht. Maar wat daarna? Een loopbaan als jurist trok hem niet. Hij zag een vacature bij het Algemeen Handelsblad, schreef een brief en werd aangenomen – zo ruim was de arbeidsmarkt toen.

De journalistiek bracht hem wat hij als student had moeten missen: historische en godsdienstige onderwerpen werden zijn terrein. Binnen de geschiedenis had vooral die van de Tweede Wereldoorlog zijn grote belangstelling. Voor zijn levensbeschouwelijke werk richtte de krant zelfs een aparte rubriek ‘Geestelijk leven’ op.

Frits Groeneveld kon smakelijk vertellen hoe hij op de redactie soms meewarig werd aangekeken: ‘Verlichte collega’s zagen religie als iets voor ‘losers’, alsof je was blijven steken in je intellectuele ontwikkeling.’

Ziekteverlof, begin jaren 90, bracht hem tot nadenken over zijn leven. Hij ging studeren, pastorale theologie. Hij voltooide de studie in de jaren waarin VUT-regelingen nog bestonden. Zo kon hij eind jaren ’90 geleidelijk de overstap maken van de krant naar de kansel, als predikant in de Doopsgezinde Gemeente van Baarn. Na zijn emeritaat bleef hij her en der in het land preken.

In de weken voor Pinksteren herstelde hij van zware ingrepen wegens kanker. Hij zei: ‘Het Pinksterfeest is het verhaal van een nieuw begin, van hoop: een groots werk van samen bouwen aan een rechtvaardiger wereld. Ik hoop nog lang m’n bescheiden bijdrage te kunnen leveren.’

Lang heeft het niet mogen duren. Hij overleed afgelopen zondag, 75 jaar oud, in een hospice in Wilnis.