Geen orchideeën of andere verwende types

Koester uw scheve cactus. U bent zelf immers ook niet perfect.

Het was niet zo gek dat de tropische jungle die de huiskamer in de jaren zeventig soms was, een tegenreactie opriep van zero tolerance jegens de plant. De woonkamer wit, luxaflex voor de ramen, planten eruit.

De tijd van het florale minimalisme is alweer even voorbij. Een paar jaar geleden mocht in het robuuste interieur best weer één stoere plant staan; een palm tot aan het plafond, in een geglazuurde pot zo groot als een regenton. Of een serie eendere hangplanten in grote designpotten. Maar het is pas sinds de recente gezelligheidsrevolutie in het interieur dat de planta vulgaris weer een plek heeft als gelijkwaardige huisgenoot van de theepot en de krantenbak.

Aan de kant, aanstellerige olijfboom met je overgevoelige karakter. Maak ruimte voor de sanseveria, de yucca, de ficus en de gatenplant. Die nemen met z’n vieren nog minder ruimte in ook.

Rotan, kurk en schrootjes

Het is dezelfde trend als die rotan, kurk en schrootjes heeft gerehabiliteerd, en die gecultiveerd wordt op interieursites als The Selby en Freunde von Freunden en in anti-glossy glossy’s als Apartamento. In deze interieurs wordt gelééfd, alles heeft een verhaal en een geschiedenis, alles is vintage of gekregen en alles is met zorgvuldige nonchalance bij elkaar gezet. Net zo achteloos als het versleten Perzische tapijt en de stapels tijdschriften erbij liggen, is ook de groenvoorziening tot stand gekomen. Althans, zo lijkt het, want als je twintig van die totaal persoonlijk ingerichte huizen hebt gezien, blijkt iedereen zich aan hetzelfde Wetboek Kamerplanten voor Creatieven te houden. De potten zijn van terracotta, met een schaal of een bord eronder. Nooit twee dezelfde planten of potten als setje bij elkaar. Geen orchideeën of andere verwende types.

Wat ook opvalt: klein gebrek geen bezwaar. Zoals kale plekken op het parket en losse draden gezien mogen worden, zo stikt het op de interieurblogs van de kneuzige kamerplanten. Een scheve cactus, een dracaena met amper blad aan zijn schriele stam, een graslelie met dooie puntjes – ze mogen er zijn. We zijn zelf immers ook niet perfect.

De nieuwste kamerplantenmode schept mogelijkheden voor liefhebbers zonder groene vingers. Waar je voorheen een vermogen kwijt was voor een volwassen vijg met sierpot, die al na een half jaar met geen kalk of mest weer op te peppen was, beleef je nu plezier aan een gehavende varen die je, in zijn mandje, langs de straat vond. Of aan een vingerplant die je adopteerde van Het Groene Weeshuis, dat gedumpte kamerplanten onder de douche zet en een goed thuis voor ze zoekt (echt waar).

Je geeft hem een plekje in de zon en je zult zien dat hij, met liefde bewaterd, weer kleur krijgt op zijn fletse blad.

De kat knaagt aan verse spruiten, en dat is oké. De plant hoeft zich niet mooier voor te doen dan hij is, hij hoeft niet te pronken, hij is goed zoals hij is.

Wel jammer dat de kamerplant van tegenwoordig zo bescheiden is. Hij staat daar zo gewoon te zijn, niemand vraagt naar z’n verhaal.