Een groeiende trend

Vergeet de baard en de MacBook. Wie hip wil zijn, neemt een zelfvoorzienende plantenkas. Groene vingers zijn niet eens noodzakelijk. „Je ziet het langzaam groeien, dat is gewoon heerlijk.”

De L.A. Times voorspelde het al in 2008: het terrarium komt terug. Ook gerecycled uit de jaren zeventig, net als de kamerplant. En was de mossige microbiotoop onder glas in het hippietijdperk nog net zo’n schmutzig interieurobject als de lavalamp, tegenwoordig siert de microtuin strak ingerichte interieurs met open stalen constructies, zoals de filialen van SLA in Amsterdam.

De omgekeerde weckpotten die in de saladesnackbar hangen, zijn aan de bovenkant afgesloten met een zwakke LED-lamp. Het fletse licht achter het beslagen glas roept herinneringen op aan vroeger. Aan modelscheepjes die je opa maakte in een oude fles. Aan drentelen langs de onderwatergang in de dierentuin, waar je uren door het dikke glas naar het mos onder de vissen kon staren. Het gedimde licht en de langzaam veranderende omgeving nodigen uit tot eindeloos dagdromen.

De groene kunstwerkjes zijn gemaakt door microtuinman Jonael van der Sloot (25), aanstichter van de trend in Nederland. Internationale sites als Elle Decoration en In Style spreken al sinds een jaar of twee over ‘de terrariumtrend’, maar Nederland ging pas overstag toen Van der Sloot, opgegroeid op biologisch dynamische boerderijen in Chili en Argentinië, vorig jaar met zijn bedrijf Spruitje begon. „In Argentinië woonden we op een groot stuk land van 50 hectare, waarvan 45 hectare was bebouwd met dikke bomen, mos en moerassen. Het was nog net geen jungle. Toen we verhuisden naar Nederland en ik in de stad terechtkwam, raakte ik dat een beetje kwijt.”

Hij hervond zijn tuiniersdrift in Albert Heijn. Van der Sloot kocht er een spruitplantje dat binnen twee dagen verpieterde. Waarom, vroeg de horecaman zich af. Hij googelde rond en probeerde het plantje te reanimeren. Eerst op het balkon; later, na een verhuizing naar een huis zonder buitenruimte, verlengde hij het leven van planten in de woonkamer, onder een stolp. Het idee voor Spruitje was geboren.

Aardrijkskunde

De terraria van Van der Sloot zijn zelfvoorzienende plantenkassen. Water geven is bij de meeste modellen niet nodig. Het grootste gedeelte van het water dat planten opzuigen, verdampt via hun bladeren. Onder de juiste voorwaarden (niet te dicht bij de verwarming, maar ook niet op het balkon) slaat die damp weer neer en bevochtigt de grond. Van der Sloot: „Het is hetzelfde gesloten systeem dat je aan de muur ziet bij aardrijkskunde, op tekeningen die laten zien hoe regen ontstaat.” In theorie kan een terrarium tientallen jaren zelfvoorzienend zijn. De terraria van Spruitje zijn levende kunstwerken.

Van der Sloot is autodidact. Hij begon aan een opleiding permacultuur, maar stopte, omdat hij alles wat daar werd uitgelegd al wist. Eerst maakte hij een paar weckpotten met planten voor vrienden, later zette hij er een paar als versiering in het restaurant waar hij werkte. In januari stond hij twee keer op een markt met biologisch eten in Amsterdam, en sindsdien gaat het hard. Nu zijn de terraria te koop in 25 winkels door heel Nederland. Van der Sloot maakt er zo’n dertig per maand, in woestijn- of juist vochtminnende variant, te koop vanaf zo’n 150 euro.

En er zijn er meer die meevaren op de uit Brooklyn overgewaaide trend. Pikaplant bijvoorbeeld, ook een jong Amsterdams bedrijf, verkoopt hele plantenmuren waaraan je verschillende planten onder een stolp kunt hangen. De Bredase kunstenaar Sven Fritz maakt bemoste lampen van oude straatverlichting die te koop zijn bij concept store Westside in Den Bosch.

In de winkel zijn de meeste terraria verlicht. „Dat staat eigenlijk altijd mooi,” zegt eigenaar Rene Frencken (58). „Je kan het als nachtkastje gebruiken, maar het is ook mooi als kunstobject. Je ziet het langzaam groeien, dat is gewoon heerlijk. En het is ook ideaal voor de mensen die geen groene vingers hebben.”

Tomaten op het balkon

Dat is meteen een van de belangrijkste verklaringen die Aafje Nijman (49), trend- watcher op het gebied van interieur en groen, noemt voor het succes van de kleine plantenkas. De groen-in-huis-hype begon volgens haar met belangstelling voor do it yourself-tomaten telen op het balkon. Nu slaat de trend over van de plantenbakmoestuin naar het gangkastje, want dan kan je ook binnen van groen genieten, het hele jaar door.

Er is simpelweg meer belangstelling voor ‘echte’ en ‘transparante producten’, zo verklaart Nijman de trend. „Dat heeft te maken met het gebrek aan privacy en de snelle technologische vooruitgang. We zitten in een snel veranderende wereld dus die transparantie vinden we heel belangrijk. Het ‘groengevoel’, zelf dingen doen met natuur, sluit daar goed bij aan.”

Van der Sloot heeft ook ideologische motieven achter zijn product. „Je ziet tegenwoordig zoveel mensen die een kamerplant nog geen twee dagen in leven kunnen houden. Vooral mensen in de grote stad hebben echt geen idee meer hoe een komkommer groeit. We zijn het contact met de natuur een beetje kwijtgeraakt.”

En is het nou ook leuk? Ja, want alles kan, zegt Van der Sloot. Je kan beginnen in een omgekeerde vaas maar ook in een wijnglas. „Je eigen fantasie is de enige beperking.”

En wees ook blij als er een plantje doodgaat, tipt Van der Sloot. „Daar kan ik ook heel erg van genieten, een varen die sterft, want dat is mest. Het is onderdeel van een natuurlijk proces.”