Duitsland: Kampioen met Calimero-complex

Lang aarzelde Duitsland zijn leidende rol in Europa op te eisen. De eurocrisis veranderde dat. Maar in het Oost-Duitse Templin, waar Merkel opgroeide, zijn er geen winnaars.

foto getty

Geluidloos rijdt het golfwagentje van Reinhard Naacke (63) over de hobbelige keitjes langs de middeleeuwse stadsmuur van Templin. „Misschien heb je het al gemerkt: we hebben hier geen industrie meer. Wel veel bejaardenhuizen”, zegt Naacke. En, wijzend op de kleurige vakwerkhuizen in de oude stad: „Alles wat hier leuk is, is van na 1989.”

Zelf was hij in de DDR-tijd bouwvakker, daarna sinds lang echter arbeidsongeschikt en sinds kort met vervroegd pensioen. „Dit doe ik als hobby”, zegt Naacke, die bijklust als stadsgids en waarschijnlijk net als veel andere oudere Oost-Duitsers te trots is om te zeggen dat hij die bijverdienste hard nodig heeft. De armoede onder ouderen was een van de grote thema’s bij de Bondsdagverkiezingen vorig jaar.

De ontwikkeling van Templin – anderhalf uur rijden ten noorden van Berlijn, midden in de merenrijke Uckermark – is sinds de Muur viel en de DDR opging in de Bondsrepubliek Duitsland gelijk aan die van alle steden in Oost-Duitsland. Bedrijven gingen failliet. Wie kon, vertrok naar het Westen om te werken. Naacke bleef. De opwinding over de val van de Muur is vervaagd. „Die stemming was er ook niet hier. Ik ben wel met een paar maten naar Berlijn gegaan. Daar hebben we een avond gefeest. En toen weer naar huis, wat anders?”

Templin is anders dan andere voormalige DDR-stadjes: het was destijds vooral een legerplaats. Vlakbij in het bos zijn de uitgestrekte ruïnes van Russische kazernes, die ooit vijftienduizend militairen huisvestten, bijna net zoveel als Templin burgers telde. Pal ernaast ligt nog een grimmige herinnering aan de Koude Oorlog: het voormalige militaire vliegveld waar Russische kernraketten waren opgeslagen.

Bijzonder aan Templin is ook dat hier domineesdochter Angela Kasner opgroeide, die tegenwoordig beter bekend is als bondskanselier Angela Merkel: ‘machtigste vrouw van Europa’ . Dat Kasi, de bijnaam die schoolvriendinnen haar gaven – niet vergeten is waar zij vandaan komt, bewees zij vrijdagavond: toen sprak zij over christelijke politiek in de Maria-Magdelenakerk in Templin, de kerk waar zij in 1970 haar geloofsbelijdenis deed. Na afloop waren er boterhammen met reuzel en Lutherbier.

Tot ons geluk verenigd

Merkel heeft twee vaste thema’s in haar toespraken: dat Duitsland (dankzij haar) economisch een groot succes is en dat Duitsland niet zonder Europa kan – en omgekeerd Europa niet zonder Duitsland. En soms lijkt het alsof zij vooral de mensen wil overtuigen die – net als zijzelf – zijn geworteld in Oost-Duitsland. Bij de Dag van de Duitse Eenheid, op 3 oktober, benadrukte zij bijvoorbeeld „hoe oneindig veel er gepresteerd is in het oosten”. „De steden die grauw en kapot waren, zijn nu bont en ontwikkelden een nieuw levensgevoel.” En ja, er zijn in het oosten meer mensen zonder werk dan in het westen, maar daar wordt iets aan gedaan. „Wij 500 miljoen Europeanen, wij zijn tot ons geluk verenigd.”

Duidelijker nog sprak onlangs SPD-leider en vice-bondskanselier Sigmar Gabriel de Duitse industriële ondernemers toe: „Wij zijn de winnaars van de Europese eenwording.”

Maar waarom gedragen de Duitsers zich dan niet als winnaars, vroeg de Zwitserse schrijver en publieke intellectueel Adolf Muschg onlangs retorisch op een van de vele forumdiscussies in Berlijn over de plaats en de rol van Duitsland in Europa en de wereld. Muschg kwam tot de slotsom dat Duitsland na de oorlog, na de holocaust, vol van schuldgevoel en zelfkritiek, heel lang zelfs het koesteren van een nationale identiteit als volkomen ongepast beschouwde. Maar door het sleutelmoment van de Wende en de samenvoeging van West- en Oost-Duitsland veranderde dat. „De Duitsers waren [...] net dat geworden, wat ze eigenlijk niet meer wilden zijn, ze waren niet meer een doorsnee land, maar opnieuw het sterkste land van Europa.”

De Duitse beduchtheid om te worden beticht van een nieuw streven naar hegemonie in Europa uit zich vooral in een fanatiek soort pacifisme. Nergens heeft de anti-oorlogsbeweging maatschappelijk dieper wortel geschoten dan in Duitsland, zo lijkt het. De meeste politici zijn daarom niet gebrand op betrokkenheid bij militaire conflicten, zoals bijvoorbeeld bleek toen bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) in 2003 weigerde mee te doen aan de Irak-oorlog van de Amerikaanse president George W. Bush. Als Duitsland wél besluit tot een militaire bijdrage, zoals in Kosovo of Afghanistan, gaat daar een lange, heftige discussie aan vooraf in de Bondsdag, die het laatste woord heeft over de inzet van de Bundeswehr. Dat is ook weer het geval bij de huidige oorlog tegen de terreurbeweging IS in Irak. Duitsland besloot na lang aarzelen wapens te sturen naar de Koerden. Gesproken wordt nu ook, voorzichtig, over het sturen van militaire adviseurs.

Merkel met Hitlersnor

Onder Angela Merkel, die nu tien jaar regeert, heeft Duitsland langzamerhand wel minder schroom om zich als economisch sterkste land binnen Europa te laten gelden. Maar dat vloeit niet voort uit machtshonger. Het is eerder afgedwongen door een algemeen onderbuikgevoel dat het welvarende Duitsland de rekening moet betalen voor de zuidelijke verkwisting. Nu al legendarisch is de hoofdrol die Merkel speelt sinds vier jaar geleden de wereldwijde bankencrisis oversloeg naar Griekenland en vervolgens heel Zuid-Europa en Ierland in een eurocrisis belandden. Merkel en haar minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, houden onwrikbaar vol dat de crisis alleen kan worden bezworen door structurele ingrepen in de economie en harde bezuinigingen. Het resultaat is dat Duitsland in veel Europese landen waar het economisch niet zo goed gaat, verantwoordelijk wordt gehouden voor de belabberde economische toestand. Met als gevolg anti-Duitse demonstraties waarin poppen van Merkel met Hitlersnor figureren.

Een waarschuwend geluid, in de trant van de door Muschg gesignaleerde Duitse naoorlogse beduchtheid voor de eigen macht, komt van ex-minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer (Groenen). Hij schrijft in zijn nieuwe boek Scheitert Europa? dat het Europese project bij ongewijzigd beleid zal mislukken. Bij de presentatie analyseerde Fischer dat de Europese Unie ooit een optelsom was van win-win-situaties. „Maar door de crisis is die Europese Unie verworden tot een verdelingskwestie tussen arme en rijke landen.”

De Duitse regering moet volgens hem ophouden met de belerende toon ten aanzien van andere Europese lidstaten. „Duitsland moet oppassen voor de rol van quasi-supermogendheid. Duitsland is geen wereldmacht en heeft de andere Europese landen hard nodig.”

Van dat laatste is Merkel zelf ook wel overtuigd. De inbedding van Duitsland in Europa is een van haar mantra’s bij openbare optredens: in de wereldwijde concurrentie stelt een land met tachtig miljoen inwoners weinig voor. In Washington bestaat weinig begrip voor het Duitse Calimero-complex. President Barack Obama riep Duitsland vorig jaar bij zijn bezoek aan Berlijn tamelijk onverbloemd tot de orde. Staande bij de Brandenburger Tor, die tegenwoordig moet gelden als symbool voor het herenigde Duitsland, hield hij Merkel voor dat het tijd wordt dat Duitsland meer internationale verantwoordelijkheid neemt. Sprekend over de val van de Muur, zei hij: „Vandaag komen mensen op plekken als deze samen om geschiedenis te herdenken – niet om geschiedenis te schrijven.” Obama onderkende dat er soms een gevoel kan ontstaan dat de grote uitdagingen voorbij zijn. „En dat brengt de verleiding met zich mee om je naar binnen te keren, te geloven dat we de rekening met de geschiedenis hebben vereffend en dat we eenvoudig kunnen genieten van wat onze voorgangers hebben gepresteerd. Maar ik kom hier vandaag, Berlijn, om te zeggen dat zelfgenoegzaamheid geen karaktertrek is van machtige landen.”

Mogelijk raakten de woorden van Obama, die ook sprak over vrede en gerechtigheid, een snaar bij de Duitse regering. Bondspresident Joachim Gauck riep op tot een assertievere buitenlandpolitiek. En in de crisis in Oekraïne die kort daarna uitbrak, heeft Merkel de kans gegrepen zelf geschiedenis te schrijven. Zij weet nog uit haar jeugd in Templin hoe het is om door Rusland bezet te zijn. En zij bestookte president Vladimir Poetin met haar stalinorgel van telefonades net zo lang, tot hij het akkoord van Minsk tekende.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry betuigde haar tijdens een bezoek vorige week aan Berlijn alle respect. Maar hij liet tussen de regels ook weten dat Washington Duitsland vooral als een regionale macht ziet. Duitsland kan ook op wereldniveau een leidende rol spelen – in de toekomst.

In de kleine St-Georgen-Kapelle in Templin, waar ooit Angela Kasner haar eerste huwelijk sloot met medestudent Ulrich Merkel, preekt deze zondag Wilfried Steinert over het gouden kalf. We moeten, zegt hij tegen het handjevol gemeenteleden, 25 jaar nadat de Muur viel stilstaan bij de waarde van de herwonnen vrijheid. En die zit hem niet in de stier die voor de deur staat bij de beurs op Wall Street.

„Natuurlijk hebben de mensen hier veel gewonnen”, erkent Steinert na de dienst. „We hebben democratie gekregen. Maar Duitsland is na 25 jaar nog niet één land. Mijn kinderen wonen in het westen. Omdat de lonen hier nog altijd veel lager zijn, kunnen zij het zich niet veroorloven hier te wonen. Daarom houden veel Oost-Duitsers het gevoel dat zij toch verloren hebben.”