De taakstraf werkt niet

Een paar jaar geleden legde een rechter mij een taakstraf van tachtig uur op, omdat ik voor de deur van een kroeg met een portier had gevochten. De reclassering besloot na een kennismakingsgesprek dat ik moest schoffelen, niet in mijn eigen wijk, maar in de afgelegen bossen van Biddinghuizen, samen met zeven andere veroordeelden en onder toezicht van een werkmeester. Het betrof hier een groepsproject in samenwerking met Staatsbosbeer.

Voor dag en dauw reden we in een bus naar het groene dorp. We stapten uit, de werkmeester gooide acht zeisen op het nevelige gras en vertrok vervolgens naar een voor ons onbekende bestemming. Pas acht uur later zou hij terugkeren. Hetzelfde recept, iedere dag. Van toezicht was dus geen enkele sprake.

Een aantal van mijn collega’s was op de hoogte van deze methodiek, en lag al snel prinsheerlijk op het gras, naast het werkgereedschap. Een paar rolden en rookten hun jointjes, anderen hadden thuis lege Sprite-flesjes met wodka gevuld en dronken die leeg. De echte junk kon onopgemerkt zijn harddrugs gebruiken.

Als de werkmeester ons aan het einde van de middag kwam ophalen, klom iedereen zwaar onder invloed en dik tevreden de bus in: weer acht uur een positieve bijdrage aan de maatschappij geleverd. Op de terugweg werd er altijd zorgeloos geslapen.

Toen ik op een dag onder ‘werktijd’ een kritische noot over de gang van zaken twitterde, werd ik de volgende ochtend door de reclassering op het matje geroepen. Niet omdat ik een telefoon op zak had, of vanwege de geschetste situatie an sich, maar omdat ik de rest van de wereld er deelgenoot van maakte. Na die berisping veranderde er niets.

Ik moest aan deze geschiedenis denken toen ik vorige week las dat Rotterdam een proef start met jongeren die een taakstraf in hun eigen wijk moeten uitvoeren. De vernedering van gedwongen werk op bekend terrein zou „appelleren aan het normbesef van kleine criminelen” en „waar mogelijk herstellen de jongeren de schade die ze zelf hebben aangericht”.

Het is de naïeve retoriek van politici die het contact met de realiteit kwijt zijn geraakt – voor zover ze dat ooit hadden – en geen flauw benul hebben van het effect van hun beleid.

In plaats van een kritische toetsing van de huidige taakstraffen is er een plan ontwikkeld dat averechts zal werken. De jongeren in Rotterdam-Zuid – voorlopig de enige wijk waar de nieuwe maatregel is ingevoerd – worden voor de ogen van hun familie, buren en vrienden gestigmatiseerd. Of botweg gezegd: vernederd. Terug naar de middeleeuwen, terug naar de ouderwetse schandpaal.

Niet iedereen is gevoelig voor een publieke vernedering. In de sociale onderklasse, waar veel criminaliteit heerst, ontlenen kleine boeven status aan al hun strafrechtelijke wapenfeiten en worden zij op een voetstuk geplaatst door de vriendengroep. Het geborneerde wereldbeeld dat in deze kringen veelal heerst – ‘iedereen is tegen ons!’ – wordt ermee bevestigd en versterkt. Des te meer reden om de straf niet in het eigen woongebied plaats te laten vinden.

Het nut van de taakstraf wordt overschat. Vaak is het bezigheidstherapie. Tijdvulling. De potentiële grote criminelen van de toekomst zullen de overheid echt niet dankbaar zijn voor de hen geboden momenten van contemplatie tijdens het verwijderen van onkruid, maar verbitterd raken over het feit dat zij, in het blikveld van de hele buurt, klusjes moeten doen waarvan de zinnigheid vaak ver te zoeken is. De crimineel komt niet tot inkeer, maar beseft dat de overheid ook maar wat aanmoddert.

En dan nog even over normbesef, een fijn staaltje wensdenken. Alsof iedere crimineel een geweten heeft, of ooit gevoelens van wroeging zal kennen. Er is geen enkele crimineel in Nederland die het licht heeft gezien met een schoffel in zijn hand. Nee, het echte probleem wordt niet aangepakt.

In mijn onstuimige tijd als adolescent heb ik nog twee keer een taakstraf moeten uitvoeren. En ook toen was het doffe ellende: de begeleiding kwam niet opdagen, soms tekenden controleurs na een kleine clandestiene vergoeding alle uren in een keer af en soms ook stuurde een gefortuneerde boef een body double naar het werkstrafproject om de klusjes voor zijn rekening te nemen. Alles kon. En alles kan nog steeds.

Er wordt geredeneerd dat de taakstraf een vorm van vrijheidsberoving is. De veroordeelden moeten iets terugdoen voor de maatschappij en tegelijkertijd krijgen zij les in ritme en arbeidsethiek. We willen geloven dat dergelijke straffen een preventieve werking hebben voor jongeren en dat zij in de toekomst wel twee keer zullen nadenken voor ze narigheid uithalen.

Op papier klinkt het allemaal geweldig, in de praktijk is het een grote puinhoop.