De kunst van sorry zeggen

Vorige week hoorde ik een uitermate simplistische verklaring voor de onverklaarbaar botte reacties van Poetin op het neerstorten van de MH17. Een Russische kennis deed haar best om het mij uit te leggen. Daar had ze het moeilijk mee. Want zij staat volledig onder invloed van de Russische staatsmedia, maar is ook een goed mens. En lang genoeg in Nederland om de pijn van de nabestaanden en de schok mee te voelen. Haar verklaring luidde als volgt. De Oekraïense regering was een club fascisten. En het neerschieten van de MH17 was absoluut niet de schuld van Rusland. Maar – en hier begon ze ten opzichte van de staatsmedia afwijkend gedrag te vertonen – Poetin was wél de leider, en wél de baas in ‘dat gebied’, ook al had hij zelf niet die raket afgevuurd. Maar ja, Poetin was een Russische man. En die zeggen geen sorry.

Dat is in een notendop het grote probleem waar Europa, en in het bijzonder Nederland, tegen aanloopt in de internationale arena: grote landen die geen sorry zeggen en stug hun eigen egoïstische machtspolitiek doorzetten.

In de Leer van de Internationale Betrekkingen wordt er al decennialang nagedacht over de aard van dat internationale systeem. Theoretisch domineerde lange tijd de leer van het machtsrealisme. Kort gezegd de internationale politiek als een anarchistisch schoolplein waar het recht van de sterkste heerst. De één z’n veiligheid gaat dan altijd ten koste van die van een ander – de hoeksteen van Poetins wereldvisie. Daar zijn in de loop der tijd wel andere visies bij gekomen: de theorie van de wederzijdse (economische) afhankelijkheid en vervlechting bijvoorbeeld. En de idealistische stroming die niet van anarchie en conflict uitgaat, maar van de wil tot samenwerking: van internationaal recht, handhaving van mensenrechten en de zoektocht naar vrede. En ook nog het constructivisme, dat ons leert dat als je maar lang genoeg samen spelregels afspreekt en afdwingt, je daarmee niet alleen gedrag maar ook identiteit duurzaam kunt beïnvloeden.

Diplomatie is een oude kunst. Nederlanders vergeten nog wel eens dat hun Koninkrijk op de tekentafel van de grote mogendheden in 1814-1815 is ontstaan. Op het Congres van Wenen. Precies 200 jaar geleden trokken allerlei Europese machthebbers en diplomaten, en vertegenwoordigers van Amerika en het Ottomaanse Rijk naar de Oostenrijkse hoofdstad om daar de bevrijding van Napoleon te vieren, de grenzen van Europa opnieuw te trekken en een collectief systeem van vrede en veiligheid te vestigen. „Nu begint het gouden tijdperk”, meende de Britse minister van Buitenlandse Zaken Castlereagh enigszins optimistisch. Pas daar, dankzij een goede lobby bij de internationale partners (door de Britten, maar ook Willem I) kwam het Koninkrijk tot stand. Er werden ook afspraken gemaakt over slavernij, piraterij, respect voor grenzen en verweer tegen eenzijdige machtsaspiraties.

Natuurlijk ging dit halverwege de negentiende eeuw en in de twintigste eeuw een paar keer gruwelijk mis. Dominantie kun je niet met diplomatie en afspraken voorkomen. Daar is uiteindelijk ook tegengeweld voor nodig.

Maar juist ná afschuwelijke oorlogen en bloedbaden heeft de internationale gemeenschap die principes van non-interventie en autonomie, van internationaal recht en mensenrechten steeds steviger verankerd. Via diplomatie en economische vervlechting. Dankzij die vervlechting zijn de omgangsvormen, de ‘normen en waarden’ van de internationale gemeenschap in 200 jaar ingrijpend veranderd. En daarmee onze nationale identiteiten. Daar is Europa niet slecht bij gevaren. Oorlogsmisdadigers worden vervolgd, imperialistische veroveringsdrift is ingeperkt, ‘human security’ is toegenomen. Ondanks allerlei onheilsprofeten die factfree het tegendeel mogen beweren.

Maar een klein land als Nederland weet niet meer wat de waarde van diplomatie is. Met welke onderhandelingstrucs en via welke internationale lobbykanalen je een groot land sorry kunt laten zeggen (liefst achter de schermen). Op diplomatieke posten is jarenlang bezuinigd. Europa zou het wel voor ons regelen. En zo niet, dan trekken we ons achter de dijken terug. ‘MH17’ en IS hebben de in de Nederlandse geschiedenis steeds terugkerende droom van zelfgenoegzame zelfstandigheidspolitiek aan diggelen geslagen.

Tweehonderd jaar na het Congres van Wenen kan het geen kwaad eens terug te kijken naar de manier waarop de Oostenrijkse Metternich, de Britse Castlereagh, de Pruisische koning Frederik Willem III, de Russische tsaar Alexander I en zelfs de Franse minister Talleyrand elkaars hegemoniale aspiraties wisten in te perken. Zij legden na langdurige, en bij vlagen zeer verhitte onderhandelingen een basis voor een collectief systeem van vrede, veiligheid en economische samenwerking. Nederland sprak een serieus woordje mee en spon daar goed garen bij.

En Napoleon? Die weigerde sorry te zeggen en werd dus in Waterloo vernietigend en definitief verslagen door een coalitie van alle Europese mogendheden bij elkaar.