Column

Dat afgeven op Brussel brengt de EU in gevaar

De Europese Unie is bezig in slowmotion te imploderen. Niet omdat kleine of perifere landen als Griekenland of Hongarije het met de regels niet zo nauw nemen. Nee, de rot zit in het centrum – bij de grote landen.

De Britse premier David Cameron moet bijbetalen aan de Europese begroting en ensceneert een ordinaire woedeaanval tegen de Europese Commissie. De Duitse bondskanselier Angela Merkel wil verhinderen dat ECB-president Draghi zijn belofte uit 2012 uitvoert om staatsobligaties op te kopen. Nu de markten weer ‘nerveus’ worden vanwege de ‘stagflatie’, is dit het allerlaatste wat de eurozone kan gebruiken: een munt zonder rugdekking.

En de Italiaanse premier Matteo Renzi en de Franse president François Hollande reageren arrogant als de Commissie zegt dat hun ontwerpbegrotingen niet conform de regels zijn – regels die zij zelf hebben helpen opstellen. De euroscepsis heeft het hart van de Europese samenwerking bereikt.

Och, zeggen sommigen, binnenskamers gaan de regeringsleiders veel aardiger met elkaar om. Dit is ten dele waar. Hollande en Renzi doen hun mond nauwelijks open op Europese toppen in Brussel. In de vergaderzaal, althans. Ze gaan pas los in de perszaal, als de camera’s draaien en opschrijfboekjes tevoorschijn komen. Cameron laat zijn collega’s soms wel alle hoeken van de kamer zien. Deze zomer maakte hij een geweldig nummer tegen Jean-Claude Juncker, die hij niet als Commissie-voorzitter wilde.

Maar zijn tirade tegen de extra Britse bijdrage aan de begroting, vorige week, was puur voor de media bestemd. Logisch, want die bijdrage werd nodig doordat de Britten zélf een nieuwe manier hadden gebruikt om de grootte van hun economie te berekenen. Daar kwam hun bbp beduidend beter uit. Prettig, vlak voor de verkiezingen. Maar als men érgens weet dat EU-bijdrages worden berekend op basis van je bbp, is het juist in Londen.

Enige euro-hypocrisie is regeringsleiders nooit vreemd geweest. Ze hebben altijd de neiging succesjes voor zichzelf te claimen en tegenvallers op Brussel te schuiven. Kleine of perifere landen zoals Nederland en Tsjechië konden daarin wat verder gaan dan de grote ‘kernlanden’.

Nu de groten ook mee schelden, wordt het gevaarlijk. Ze schelden het fundament onder de EU weg. En waarom? Cameron wil de anti-Europese UKIP aftroeven. Hollande vreest dat Marine Le Pen de volgende president van Frankrijk wordt, als hij zich door Brussel terecht laat wijzen. En hoe meer werkloze, gewonde Italianen er voor de Duitse ambassade in Rome weggesleept worden, hoe meer ook Renzi de eurosceptische troefkaart trekt.

Angela Merkel is als enige van het gezelschap milder voor de camera’s. Maar binnenskamers klaagt ze steen en been: de Commissie zit in een ivoren toren, op Parijs heeft ze geen vat, en zo meer. Een ECB-delegatie vroeg laatst waarom ze de Bank nog zelden verdedigt. Om de extreemrechtse AfD niet in de kaart te spelen, kreeg de delegatie te horen. Maar dat doet ze juist wél, net als haar collega’s. Cameron is bijna een betere Brussel-basher dan UKIP-leider Farage. Hollande maakt haast meer reclame voor het Front National dan Le Pen zelf. En voor een klein nieuw partijtje heeft de AfD krankzinnig veel invloed.

Als sleutellanden unisono de bijl zetten in basiselementen van de Europese politiek – van de interne markt met zijn vrije verkeer tot monetaire zaken – loopt er iets verschrikkelijk van de rails. Jean-Claude Juncker heeft waarschijnlijk gelijk als hij zegt dat de Commissie „één laatste kans heeft” om zich te rehabiliteren. Maar als regeringsleiders hem niet helpen, is zijn plan tot mislukken gedoemd.