De onderste steen

Volgende week vindt in de Amsterdamse RAI de nationale herdenking plaats van de slachtoffers van de aanslag op de MH17. Ongetwijfeld zal het een waardige bijeenkomst worden. Het neerschieten van de MH17 ís een nationale ramp. Het afwijzende, smetvrezerige commentaar op de dag van nationale rouw eind juli – „rouwen doe je alleen” – begreep ik dan ook niet. Wanneer een land niets meer collectief kan beleven, is het geen land meer.

Je kunt ook doorschieten, natuurlijk.

Vlak na de aanslag kreeg het kabinet Rutte veel lof vanwege de bedachtzame aanpak – eerst de slachtoffers thuis brengen, dan op zoek naar de daders. Waardigheid vóór woede, daar was zo’n beetje heel Nederland het over eens. Het was een tijd waarin woorden in de politiek even vol betekenis waren, tot ieders verrassing – de redevoering van Frans Timmermans voor de Verenigde Naties, de belofte van Rutte dat „de onderste steen” boven zou komen, de trotse toe-eigening door Nederland van het onderzoek naar de ware toedracht. Het land knapte er zichtbaar van op.

Daarna is er nog veel herdacht, maar opvallend weinig gedaan. Journalisten in Oost-Oekraine ontdekten dat een groot deel van het rampgebied nooit onderzocht was, dat er nauwelijks met de lokale hulpverleners van het eerste uur was gesproken en dat Nederland vlak na de ramp veel te bangig is geweest – men weigerde categorisch met de rebellen in gesprek te gaan.

Te laat, te aarzelend, te weinig.

Nog maar enkele dagen geleden meldde ANP-fotograaf Pierre Crom dat er, meer dan honderd dagen na de aanslag, nog altijd stoffelijke resten tussen de brokstukken lagen. Ook het ernstig verlate ophalen van de persoonlijke bezittingen wekt verbazing. „Ik bespeur frustratie aan de Maleisische kant”, aldus de OVSE-woordvoerder Michael Bociurkiw.

Intussen publiceerde de Onderzoeksraad voor de Veiligheid een voorlopig rapport dat zo omzichtig was dat het nietszeggend was. En het OM kondigde aan dat we vóór 2016 geen duidelijkheid over de ware toedracht hoeven te verwachten. Met Lockerbie heeft het immers ook drie jaar geduurd?

Niemand had gedacht dat het onderzoek naar de aanslag op de MH17 zonder hobbels (en zonder kritiek) zou verlopen. Maar er is in drie maanden tijd een jammerlijke discrepantie ontstaan tussen de woorden van het kabinet en de bijbehorende daadkracht. Nederland wil de wereld zo graag leiderschap laten zien. Dat je het vervolgens dan ook moet tonen, is geloof ik nog niet helemaal doorgedrongen.

Vandaar ook dat schrijnende gebrek aan openheid. Vorige maand publiceerde Der Spiegel de uitkomst van een onderzoek van de Duitse veiligheidsdienst, waarin de Russisch-gezinde separatisten verantwoordelijk worden gehouden voor de aanslag. Omdat de Bondsdag keurig op de hoogte was gesteld van deze feiten, terwijl het Nederlandse parlement nog helemaal niets te horen heeft gekregen, verzochten de Kamerleden Omtzigt (CDA) en Sjoerdsma (D66) om een hoorzitting. De regeringscoalitie wist niet hoe snel ze dat verzoek moest blokkeren.

De aanslag op de MH17 heeft een tragische, persoonlijke kant en een politieke, strafrechtelijke kant. Beide zijn van landsbelang. Het begint er akelig op te lijken dat de regering haar betrokkenheid met het leed van de slachtoffers gebruikt om het gebrek aan daadkracht op het gebied van het onderzoek te maskeren. Natuurlijk begint de rouw van de nabestaanden nu pas echt, maar nationaal is na de dag van nationale rouw nu weer een Nationale Herdenking echt teveel – voor je het weet zijn we weer nationaal aan het zwelgen.

Herdenken, we zijn er goed in. Het liefst deden we de hele dag niets anders. Maar de nagedachtenis van de slachtoffers is, wat de natie betreft, echt beter gediend met een helder en doortastend politiek optreden.

Het een staat niet los van het ander. Deze week werden foto’s van verminkte slachtoffers van de aanslag na fel protest van een Facebook-pagina verwijderd. Ze waren geplaatst door de actiegroep MH17 False Flag, die in de gangbare verklaring van de aanslag – een gruwelijke fout van Russisch gezinde separatisten – een complot ontwaart. Letselschadeadvocaat Van der Goen, die namens een aantal nabestaanden van de slachtoffers optreedt, noemt het in De Telegraaf een walgelijke actie. „Het ergste vind ik nog dat dit soort gedoe voorkomen had kunnen worden als er sneller en beter onderzoek zou zijn gedaan naar de oorzaak van de ramp.”

Juist.