Alles anders om zichzelf scherp te houden

Ireen Wüst, winnares van de 1.500 meter, voelt zich nog net zo fris als in het begin van haar carrière. „Ik wil juist doorgaan na zo’n goed seizoen.”

Alles was anders voor Ireen Wüst, de afgelopen maanden. Een nieuwe ploeg (Continu), een nieuwe trainer (Marianne Timmer), tal van nieuwe gewoonten vergeleken met haar vorige coach, Gerard Kemkers, in wiens schema’s ze woonde.

Maar acht maanden nadat ze in Sotsji werd uitgeroepen tot de koningin van de Olympische Winterspelen gaat Wüst gewoon door met waar ze goed is: prijzen winnen. Met groot machtsvertoon won de 28-jarige Brabantse vrijdagavond in Thialf de 1.500 meter in 1.55,43, een kampioenschapsrecord. „Dat is voor nu heel netjes”, bleef de viervoudig olympisch kampioen bescheiden.

De rest van het veld, aangevoerd door Marrit Leenstra en het jonge talent Antoinette de Jong, volgde op eerbiedige afstand. Overigens deed de olympisch kampioen op de 1.500 meter gisteren niet mee. Shorttrackster Jorien ter Mors is overtraind en stapt pas in december weer op het ijs.

Ondanks haar vlekkeloze optreden gaf Wüst toe dat ze nerveus was in de eerste grote race voor haar nieuwe werkgever. „Ik wil wel bewijzen dat ik het ook zonder Gerard Kemkers, en zonder TVM kan. Bij Gerard had ik aan een knipoog genoeg. Dit is allemaal weer nieuw. Stiekem was ik wel een beetje zenuwachtig.”

De successen stromen nog altijd binnen bij Wüst, die in februari van dit jaar Sotsji verliet met tweemaal goud en drie keer zilver. Zo veel winnen heeft ook een nadeel: doelen stellen wordt steeds lastiger voor een recordkampioen.

Met de twaalfde nationale afstandstitel uit haar imposante loopbaan passeerde ze vrijdag haar eigen trainer Timmer, bij wie de teller op elf was blijven steken. „Dat is mooi, maar de wereldtitels tellen echt en die komen later in het seizoen”, zei Wüst. „Maar dit geeft aan dat ik het schaatsen nog niet verleerd ben.”

Haar grote doel van dit seizoen ligt een paar maanden verderop, op de Olympic Oval van Calgary om precies te zijn. Op die baan wordt in maart volgend jaar de WK allround verreden. Over een volgende wereldtitel allround – ze heeft er al vijf – spreekt Wüst in deze fase van haar loopbaan niet meer. „Ik wil in Calgary het wereldrecord op de 1.500 meter verbeteren. Ik geloof daar in.”

Want hoe succesvol ze ook is, sinds haar entree bij de eliteschaatsers in 2005 won ze medaille na medaille, maar nog nooit reed ze een wereldrecord. Niet dat dat aan haar vreet, zoals ze zelf zegt. Maar eens de beste tijd ooit rijden hoort wel bij de loopbaan van een schaatsster van haar kaliber.

Het wereldrecord op de schaatsmijl bij de vrouwen is één van de klassiekers in het langebaanschaatsen. Het staat nog altijd op naam van de Canadese Cindy Klassen, die tussen januari 2005 en maart 2006 een waar schrikbewind voerde op de hoog gelegen ijsbanen van Salt Lake City en – vooral – haar thuisbaan Calgary. Op 20 november 2005 – Wüst was toen maar net begonnen bij de senioren – reed Klassen 1.51,79 op de baan van Salt Lake City.

Niemand die daar ooit nog aan kwam, al was Wüst een jaar geleden dicht in de buurt. In het Amerikaanse Salt Lake City reed ze een tijd van 1.52,08.

Wüst geniet op voorhand al van de uitdaging. Dat het in Calgary tijdens een allroundtoernooi moet gebeuren – het zij zo. „Dat andere mensen zeggen dat dat onmogelijk is maakt het voor mij alleen maar een grotere uitdaging”, zegt ze dan.

Zo kondigde Wüst vrijdagmiddag ook al bij Marianne Timmer aan dat ze haar recordaantal afstandstitels zou gaan verbreken. „Ik zei tegen haar tijdens de lunch: Marianne, kijk nog maar eens goed naar dat lijstje. Nu sta je nog bovenaan. Over een paar uur niet meer”, vertelde Wüst lachend. Wie zo dominant is in een sport moet andere manieren vinden om zichzelf scherp te houden.

Toch kost het haar geen enkele moeite zich opnieuw te motiveren, ook al heeft ze vrijwel alles al een keer meegemaakt. Andere schaatsers moesten in de zomer stoom afblazen na het zware olympische seizoen, Wüst had het na drie of vier feestjes wel weer gezien. „Ik heb ook wel eens een feestje, maar dan denk ik de volgende dag: dat had ik beter niet kunnen doen. Ik moet wel blijven leven. Ik wil juist doorgaan na zo’n goed seizoen.”