Steeds belangrijker en toch minder geld

Het sociaal-wetenschappelijk onderzoek in Nederland scoort in internationale vergelijkingen heel goed. En het speelt een steeds belangrijker rol bij de oplossing van maatschappelijke problemen. Toch staat juist dat onderzoek onder druk door toenemende studentenaantallen en slinkende middelen. Dat zijn de belangrijkste conclusies van het rapport dat de Commissie Sectorplan Sociale Wetenschappen deze week heeft overhandigd aan minister Jet Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap).

De commissie, onder voorzitterschap van socioloog Paul Schnabel, wijst op het belang van het sociaalwetenschappelijk onderzoek voor de oplossing van problemen in de (geestelijke) gezondheidszorg, de arbeidsmarkt, het milieu, wonen, politiek en burgerschap. Daarmee, schrijven de rapporteurs, leveren de sociale wetenschappen een essentiële en hoogwaardige bijdrage aan de ‘lerende economie’ in Nederland.

Intussen neemt het aantal studenten aan sociale faculteiten toe en neemt de vergoeding van overheidswege per student systematisch af. Dit zou ten koste gaan van de tijd die het wetenschappelijk personeel overhoudt voor onderzoekstaken.

Het sociaal-wetenschappelijk onderzoek in Nederland is ook in internationaal perspectief van uitstekende kwaliteit, stelt de commissie. Afgestudeerden zijn breed inzetbaar, zeggen de rapporteurs, en hebben een goed arbeidsperspectief.