Wereldwijd welles-nietes over Rembrandts

Prof. Ernst van de Wetering mag dan wel zeggen dat een doek een Rembrandt is: niet alle musea accepteren dat.

Vooral kleinere musea over de hele wereld hebben opgetogen gereageerd op het recente nieuws dat ze een Rembrandt in huis hebben. Sommige grotere musea wereldwijd zijn terughoudender. Enkele wijzen de recente toeschrijvingen van het Rembrandt Research Project (RRP) zelfs af.

Dat blijkt uit een rondgang van NRC Handelsblad langs de 37 musea die een of meer van de 70 schilderijen in huis hebben die volgens RRP-voorman en expert Ernst van de Wetering toch echte Rembrandts zijn.

Eerder deze maand kwam het langverwachte slotdeel van de zesdelige Corpus van het Rembrandt Research Project uit. In het grote, 748 pagina’s tellende boek doet Van de Wetering verslag van het onderzoek dat hij de afgelopen twintig jaar heeft gedaan door alle Rembrandts in musea en bij verzamelaars in de hele wereld op te zoeken. Daarbij maakte hij onder meer gebruik van röntgen- en infraroodonderzoek en liet hij microscopisch kleine verfmonsters analyseren. Het leverde de 70 nieuwe (of hernieuwde) Rembrandts op.

30 van die werken hangen als Rembrandt in de musea, blijkt uit de antwoorden van de musea of uit collectie-informatie op hun websites. Van 17 schilderijen zeggen musea dat ze de conclusies van Van de Wetering willen bestuderen. Van 5 werken geven musea aan dat ze de conclusies van Van de Wetering niet overnemen. Dat zijn schilderijen in grote musea als The Metropolitan in New York, de National Gallery in Londen of de Gemälde Galerie in Berlijn.

Publiekstrekker

„Hoera, we hebben een Rembrandt!” meldde de Clark Foundation in Williamstown in de Amerikaanse staat Massachusetts in een persbericht na het bekend worden van de nieuwe toeschrijvingen van het RRP. Het museum heeft het schilderij Lezende Man (circa 1648) direct weer op zaal gehangen. Maar net als andere musea wist het al langer van de hertoeschrijving. Als Van de Wetering was langs geweest, deelde hij vaak zijn conclusies. Het Joslyn Museum in Omaha liet het Portret van Dirk van Os zelfs onder toezicht van Van de Wetering restaureren in Nederland. Na terugkeer is het schilderij, dat jarenlang in depot had gelegen, dit jaar plots een publiekstrekker.

Het Norton Simon Museum in Pasadena heeft een zelfportret dat eerder door het RRP als werk van Carel Fabritius werd aangemerkt. In 2003 kwam Van de Wetering tot de conclusie dat het toch een Rembrandt is. Bij een restauratie in het Metropolitan Museum in New York in 2012 en onderzoek van een conservator van het Getty in Los Angeles werd die conclusie bevestigd. „Het bordje bij het schilderij heeft consistent ons onwankelbare geloof gemeld dat dit een van de vele afbeeldingen is die de kunstenaar van zichzelf heeft gemaakt”, zegt chefconservator Carol Togneri.

Het schilderij Interieur met figuren die La Main Chaude spelen (1628) – een spel waarbij je moet raden wie je een klap op je achterste gaf – in Dublin was in 2001 de eerste van alle hertoeschrijvingen van Van de Wetering. Voor de Ierse National Art Gallery „een geweldige aanwinst”, meldt hoofdconservator Adriaan Waiboer. „Niemand heeft het ooit nog betwijfeld, voor zover ik weet. Wel is er twijfel over het onderwerp van het schilderij. Ik heb net een artikel geschreven dat ze dat spel juist niet spelen.”

Grotere musea in het buitenland zijn terughoudender over hun nieuwe Rembrandt. Of afwijzend. In de National Gallery in Londen blijft de conservator bij haar oordeel dat Oude man in een stoel (1650)uit de studio van Rembrandt komt of door een navolger is gemaakt. Het is dan ook niet in de blockbustertentoonstelling The Late Rembrandts opgenomen, maar hangt in een andere zaal. „Er is een levendig debat rond de toeschrijving en we nodigen iedereen uit om te komen kijken en zich te mengen in het debat”, stelt de National Gallery.

De Gemälde Galerie in Berlijn is bezig de werken van Rembrandt en zijn omgeving te heroverwegen, laat directeur Bernd Lindeman weten. „We zullen niet instemmen met alle conclusies van Van de Wetering.”

Walter Liedtke van The Metropolitan in New York stelt dat zijn museum „natuurlijk hertoeschrijving zal overwegen, want connaisseurschap is een vorm van kritiek, een doorlopend proces”. Maar daarna wijst hij op de research die zijn museum en hijzelf al in hun Rembrandts hebben gestoken.

Van twee portretten stelt Liedtke dat die altijd al door The Met aan Rembrandt zijn toegeschreven, hoewel het RRP in 1986 beargumenteerde dat ze niet van hem waren. Een vroeg zelfportret noemt hij „het meest intrigerende geval” dat verdere studie vergt. Van drie andere vindt hij het „hoogst onwaarschijnlijk” dat The Met of een meerderheid van deskundigen ze aan Rembrandt zullen toeschrijven. Daaronder De Veilingmeester, waarover Liedtke een langlopend debat heeft met Van de Wetering, die er vijf pagina’s aan wijdt in Corpus VI.

De Wereld Draait Door

Ook in Nederland is Van de Weterings woord niet automatisch wet. Neem museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. In 2010 liet Van de Wetering al weten dat Tobit en Anna een echte Rembrandt is. Maar conservator Jeroen Giltaij van het museum legde ’s avonds in De Wereld Draait Door omstandig uit waarom hij de conclusies van Van de Wetering niet volgde. Van de Wetering besteedt in het Corpus zes pagina’s, veel meer dan de halve tot een hele pagina die hij het overgrote deel van de schilderijen wijdt, om zijn argumenten kracht bij te zetten en die van Giltaij, die in 2012 met pensioen ging, tegen te spreken.

En wat doet het museum nu? „Op het bijschrift, in onze schilderijencatalogus en voor de verzekerde waarde en dat soort dingen is het een Rembrandt”, zegt directeur Sjarel Ex. „Toegeschreven op gezag van Ernst van de Wetering. Dat hier en daar een externe of een voormalige collega betwijfelt of het werkelijk een werk van Rembrandt is, zien wij als normaal en als wetenschappelijk discours. De discussie over dit stuk zal nog wel een tijdje doorgaan.”

Ook het Rijksmuseum volgt Van de Wetering. „Wij zijn sinds enige jaren op de hoogte van de hertoeschrijving door het RRP van de Man in oosterse kleding en konden ons in de argumentatie goed vinden”, zegt Taco Dibbets, directeur Collecties.

Het Mauritshuis reageert gereserveerder. Het doet uitgebreid onderzoek bij de restauratie van Saul en David, een van de belangrijkste hertoeschrijvingen. Van de Wetering zit in de begeleidingscommissie. Maar het museum blijft bij de toeschrijving ‘Rembrandt en/of atelier’ tot het onderzoek in de zomer van 2015 is afgerond. Dan begint ook de tentoonstelling Rembrandt? De zaak Saul en David. Ook voor twee andere werken past het Mauritshuis niet direct de bordjes en de registratie aan.

Van de Wetering voorzag al dat niet alle conservatoren hem direct zouden volgen. In een interview over zijn Corpus in deze krant: „Uitspraken over schilderijen worden in de kunstwereld als opinies beschouwd, meestal terecht. Maar ik doe niet aan opinies, mijn uitspraken stoelen op wetenschappelijk onderbouwde redeneringen. Mijn gelijk komt vanzelf, daar maak ik me geen grote zorgen over.”

Is het pas verschenen Corpus VI nu het belangrijkste naslagwerk over Rembrandt? „Zonder twijfel”, zegt conservator Eva de la Fuente Pedersen van Statens Museum Kopenhagen, dat vanaf 2003 intensief met Van de Wetering en andere Rembrandtkenners heeft samengewerkt bij het onderzoek naar de eigen Rembrandts.

Bernd Lindeman van de Gemälde Galerie in Berlijn noemt de Corpus zeker een serie van belangwekkende boeken, maar „ik weet zeker dat er nog veel meer discussie zal zijn in de toekomst”. Of zoals Adriaan Waiboer van de Ierse National Art Gallery zegt: „Geen van de delen van het Corpus is hét standaardwerk over Rembrandt, om de eenvoudige reden dat standaardwerken over kunstenaars niet bestaan.”

Voor Walter Liedtke van The Met is het gewoon een van de naslagwerken. Van de Wetering is voor hem „een leidende figuur”, maar ook „een van de vele”: „Wat een Rembrandt tot een Rembrandt maakt of een Titiaan tot een Titiaan, is – zonder documentatie of ander betrouwbaar historisch bewijs – niet de mening van één persoon maar een consensus van meningen.”