Wat wil de vrouw (niet)

In Nederland hebben vrouwen bijna evenveel kans op zorg als mannen. Dat is mooi, al maakt de gemeten 4 procent verschil nieuwsgierig. Waar zit ’m dat in? Krijgen mannen net te veel zorg of vrouwen net te weinig? En weliswaar zijn er meer vrouwen hoger opgeleid dan mannen (scheelt 10 procent), maar komt het op salaris aan, dan leggen vrouwen het af: 33 procent verdient minder dan een mannelijke collega met een vergelijkbare functie. Wat betreft leiding geven kunnen Nederlandse vrouwen het nog altijd vergeten, met een cijfer van 29 procent. De rest van de bazen is man. Waarmee de bedrijven gewaarschuwd zijn. Het wettelijk ‘streefcijfer’ ligt per 2016 op een magere 30 procent vrouwen aan de top.

Met deze cijfers wordt Nederland gewaardeerd in The Global Gender Gap Report, sinds 2006 het verslag waarmee het World Economic Forum (WEF) jaarlijks bekijkt hoe het wereldwijd is gesteld met omvang en reikwijdte van de verschillen tussen de seksen. Het rapport concentreert zich op de toegang tot zorg, onderwijs, politieke macht en arbeidsmarkt. Aanvankelijk betrof het 111 landen. Dat aantal is, dankzij ruimere toegang tot cijfers, inmiddels uitgegroeid tot 142 en het geeft dus steeds meer inzicht.

Als altijd staan de Scandinavische landen aan top, met IJsland op nummer 1, klaarblijkelijk gevolg van de ruime mogelijkheden voor vrouwelijke arbeidsparticipatie aldaar. Onderaan hangen zes, islamitische, landen met culturen die traditioneel moeizaam omgaan met de positie van en rechten voor de andere sekse – een term die, veelzeggend, per definitie verwijst naar de vrouw. Algemeen valt te concluderen dat de landen die talent en inzet van vrouwen serieuzer nemen het economisch beter doen.

Volgens het WEF zijn gemiddeld genomen alle vrouwen beter af dan vorig jaar. Eén auteur van het rapport, de Pakistaanse Saadia Zahidi, spreekt zelfs van „een wervelende verandering”. De wens lijkt hier de moeder van de gedachte. Nederland wordt ‘afgerekend’ op het grote aantal werkneemsters in deeltijd, ook al geeft de Nederlandse vrouw er blijk van daar zelf voor te kiezen.

Intussen werken in de Indiase spinnerijen vele vrouwen fulltime. Wat heet, ze maken niet zelden excessieve werkdagen. Soms mogen ze het terrein van de fabriek, waar ze intern wonen, niet af. Voor hun veiligheid, is het argument. Wat des te wranger is omdat het weleens kan kloppen: in India lopen vrouwen buitenshuis een onevenredig grote kans slachtoffer te worden van seksueel geweld.

Zulke gegevens maken geen verschil voor de plaats van India op de index. Cijfers zeggen iets maar niet alles, zolang abominabele omstandigheden niet kunnen worden verdisconteerd.