Letterlijk en figuurlijk gezichtsverlies

Niemand had zich druk gemaakt als zij stiekem met wat medische hulp haar strakke huid had behouden. Maar nu het zo zichtbaar is, zijn we in paniek omdat niet alles maakbaar blijkt, menen Amber van Harskamp en Tamar de Waal.

Actrice Renée Zellweger toen (linkerhelft) en nu (rechterhelft) Foto’s AP, Beeldbewerking studio nrc
Actrice Renée Zellweger toen (linkerhelft) en nu (rechterhelft) Foto’s AP, Beeldbewerking studio nrc

‘Het heeft te maken met de cultuur van Hollywood!’, fulmineerden sommigen. ‘Renée moet vooral haar uiterlijk kunnen veranderen als zij dat wil’, reageerden anderen. De plastische transformatie van het gezicht van Renée Zellweger is, mild uitgedrukt, niet onopgemerkt gebleven. Ontzet stuurde men de foto’s van het resultaat rond via Whatsapp, Twitter ontplofte van verbijstering en de bladen stonden er vol van. Ook nrc.next schreef: ‘Ineens was Renée Zellweger zichzelf niet meer.’

Wat zegt deze ophef over ons? De publieke schok over de nieuwe oogleden van de vrouw die Bridget Jones zo ontwapenend vertolkte, maskeert een diepe angst. De gedaanteverwisseling van de bekende actrice onthult hoe verkrampt wij omgaan met de strijd tegen onbeheersbaar verval, doordat zij ons geloof in de metamorfose als redding schaadt. Zellweger legt de spagaat bloot waar wij ons in hebben gemanoeuvreerd: wij willen alleen ideaalbeelden zien en zijn, maar sporen van continu onderhoud of verloop roepen onze afkeer op.

Harsen hou je geheim

Dit lot treft vooral de vrouw (al verschuiven onze maatstaven over de man). Nog altijd moet zij haar gevoel van eigenwaarde sterk ontlenen aan een artificieel geconstrueerd uiterlijk; de koppeling waar vrouwenbladen hun complete industrie omheen bouwen. Maar waar perfecte verzorging (lees: strak, haarloos en met babyhuidje) voor de vrouw de norm is, wordt excessief harsen, trainen of gebruik van make-up afgedaan als treurig en geheim gehouden.

En het is precies deze spagaat – het niet geconfronteerd willen worden met het vleselijke proces, maar wel slechts perfecte eindresultaten dulden – die het tumult rond de zichtbare correcties van Zellweger verklaart. Het is beangstigend om te zien hoeveel moeite het kost de fabel van het beheersbare lijf in stand te houden. Bovendien blijkt ook het gezicht van een gefortuneerde filmster een heilloos work in progress dat er zelfs na voortdurende toewijding niet fris en naturel uit blijft zien. Oftewel, er zit een stuk in de natuur dat we niet kunnen beheersen. Hoe we, metaforisch, de tuin ook blijven snoeien en maaien, de planten woekeren en bloeien zoals ze willen, en hoeveel water je ze ook geeft, uiteindelijk gaan ze toch echt dood. Dat is schrikken, net zoals Renée Zellweger waarschijnlijk schrok toen ze na haar plastische behandelingen voor het eerst in de spiegel keek. Het schokkende is niet dat ze besloten had tot een cosmetische behandeling, maar dat de tekenen ervan zichtbaar waren gebleven. Als een veteraan die onder de littekens zit, toont Zellweger ons de gruwelen van de loopgravenoorlog tegen lichamelijke veranderingen waar geen bevredigende oplossing voor is. En dat stuit ons tegen de borst.

De metamorfose als redding

Tegelijkertijd is de metamorfose als redding ook een van de mythes van onze cultuur. In Disneyfilms, bijvoorbeeld, is de heldin vaak pas klaar voor de wereld op het moment dat ze een uiterlijke transformatie heeft ondergaan (behalve Pocahontas, maar die krijgt dan ook geen verkering). De kleine zeemeermin Ariel ontdoet zich eerst van haar rare vissige lijf voordat ze eindigt in een bruidsjurk op een boot; Assepoester doet niets anders dan treurig poetsen, totdat zij wordt omgetoverd tot een glitterende barbieprinses naar wie de prins omkijkt. Dit is minder vergezocht dan het klinkt, want deze droom van een magische ingreep zet zich voort in televisieprogramma’s die ons voorspiegelen dat na een compleet nieuwe garderobe, lijn, of neus het leven pas echt losbarst.

De Amerikaanse cultuurcritica Camille Paglia heeft een verklaring voor deze pogingen om ‘de wilde, natuurlijke vrouw’ te temmen. Zij stelt dat de wereld wordt geregeerd door twee soorten krachten. Het Dionysische of ‘chtonische’, waarmee ze het onbeheersbare van de natuur identificeert, en het ‘Apollinische’, de scheppende, ordenende kracht die zorgt dat wij de vijandige wereld om ons heen én in onszelf in toom kunnen houden. Het cultiveren van ons lichaam is volgens Paglia onze manier om het oncontroleerbare te overmeesteren met ons intellect, vooral als het de vrouw betreft. Haar lichaam is aan veel veranderingen onderhevig: zij menstrueert, baart kinderen en de tand des tijds is op haar lijf eerder en ingrijpender te zien. Daarmee is zij het levende bewijs van de grenzen van onze macht over de natuur.

Het oncontroleerbare beheersen

De reacties op de onherkenbare verschijning van Renée Zellweger moeten in het licht van deze tweestrijd worden begrepen. Het lichaam is onderhevig aan verandering, én we willen het oncontroleerbare overheersen. Niet ons schoonheidsideaal staat ter discussie, maar het feit dat we zo direct worden geconfronteerd met een mislukte metamorfose die leidde tot ‘gezichtsverlies’, letterlijk en figuurlijk. Het Apollinische delft het onderspit, het chtonische eist haar tol. Niemand had zich druk gemaakt als Renée met wat medische hulp tot in lengte van dagen haar glanzende strakke huid had behouden; dat had ons immers het geruststellende gevoel gegeven dat zij (en daarmee wij) de zaken onder controle had. Maar controle, schreef Paglia terecht, is precies het enige waar we niet van uit kunnen gaan. En precies om die reden is het gezicht van Zellweger zo griezelig.