Letland omarmt gehate Rothko

Eerst kenden ze hem niet. Toen wilden de Letten geen Russische jood als belangrijkste nationale kunstenaar. Maar Farida Zaletilo kreeg het toch voor elkaar. Met beslissende hulp van de Amerikaanse ambassadeur.

Familie Rothkowitz in 1912. Rechtsonder, met boek, zit Marcus Rothkowitz, negen jaar. Pas als kunstenaar in de VS zou hij zichMark Rothko noemen.
Familie Rothkowitz in 1912. Rechtsonder, met boek, zit Marcus Rothkowitz, negen jaar. Pas als kunstenaar in de VS zou hij zichMark Rothko noemen. Foto uit bezit van Kenneth Rabin, via DMRAC

Diep in de dennenbossen van Letland, op drie uur rijden van Riga, ligt Daugavpils. Met zo’n 100.000 inwoners is het de tweede stad van het land. Het contrast met de eerste is enorm: waar Riga wordt gedomineerd door art nouveau, toeristen en zojuist opgeleverde, hippe koffietentjes, is Daugavpils een troosteloze industriestad, zwaar geteisterd door twee wereldoorlogen, emigratie en betonrot. Toch heeft de stad een beroemde zoon: Mark Rothko, de Amerikaanse abstract expressionist wiens werken op kunstveilingen miljoenen euro’s opbrengen.

De kunstenaar kwam in 1903 ter aarde als Marcus Rothkowitz, zoon van apotheker Jacob Rothkowitz en zijn vrouw Anna Goldin. Op tienjarige leeftijd vertrok hij, met zijn zusje en moeder, naar Portland, aan de westkust van Amerika. Zijn vader en broers waren hen drie jaar eerder al voorgegaan, om te voorkomen dat de oudste broers in het leger van de tsaar moesten dienen. Daugavpils heette nog Dvinsk en was onderdeel van Rusland.

Toen Rothkobiograaf James Breslin, een Amerikaan, in 1992 afreisde naar de stad aan de Wit-Russische grens, kon niemand hem iets vertellen over de familie Rothkowitz. Het verbaasde hem niet: hij wist dat er geen familieleden meer zouden zijn. Tussen juni 1941 en mei 1942 hadden de Duitsers 29.600 van de 30.000 joden uit de stad omgebracht. Ze waren niet afgevoerd naar vernietigingskampen, maar doodgeschoten, de meesten in de bossen rondom de stad.

Het verbaasde hem wel dat niemand wist van het bestaan van de kunstenaar Rothko. De studenten die hij afbeeldingen liet zien van zijn schilderijen, waren niet onder de indruk. Zacht gezegd.

Ziel der natie

Bijna twintig jaar later was alles anders. In de mensa van de universiteit van Daugavpils keken studenten belangstellend mee toen de Nederlandse schrijver Jan Brokken langzaam door een catalogus met Rothko-reproducties bladerde. Hun reacties: „Ongelooflijk”; „magisch”; „geniaal”.

Nu, weer vijf jaar na Brokkens bezoek, is er zelfs een Rothkocentrum in Daugavpils, in het enige echt mooie gebouw dat de stad rijk is: het militaire fort aan de rivier de Daugavu. De Sovjets gebruikten het nog als militaire basis. Er hangen, sinds de opening in de lente van het afgelopen jaar, maar liefst zes Rothko-schilderijen; de enige in Oost-Europa. Ze zijn in langdurige bruikleen gegeven door de kinderen van de kunstenaar, Christopher en Kate. Een folder ter promotie van het land noemt Rothko „de ziel der natie”.

Dat hij deze status kon krijgen na totale anonimiteit, komt allemaal door één vrouw: Farida Zaletilo. Dit is geen journalistieke overdrijving: zonder de verbeten strijd van deze kleine, 58-jarige bebrilde Letse had Rothko’s geboorteland hem nooit gevierd als nationaal icoon. Ze is nu hoofdconservator van het centrum en staat bekend als ‘mevrouw Rothko’.

Zware strijd

Begin jaren negentig, kort na het bezoek van Breslin, had Zaletilo haar hoop gericht op de nieuwe autoriteiten van het land, aan de macht gekomen na de eerste vrije verkiezingen na decennia Sovjetoverheersing. Die wilden hun land toch meenemen in de vaart der westerse volkeren? Hoe kon dat beter dan met een icoon uit de geschiedenis van de westerse kunst?

Maar dat bleek toch anders te liggen. Het was in Zaletilo’s eigen kring al moeilijk genoeg om genegenheid te vinden voor een abstract werkende kunstenaar die carrière had gemaakt in Amerika – en jood was bovendien. Bij de nieuwe machthebbers en de Letse intelligentsia speelde ook nog iets anders, iets onoverkomelijkers: Rothko was een Rus. Zo had hij zichzelf ook altijd gezien. Al vertelde hij zijn leven lang honderduit over zijn eerste jaren in Dvinsk, het woord ‘Letland’ had hij, volgens biograaf Breslin, nooit in de mond genomen.

Zaletilo is eveneens Rus. In Letland zet dat je op forse achterstand als je iets gedaan wilt krijgen. De onafhankelijkheid van het land, in 1991, was een overwinning geweest van de Lets sprekende meerderheid. De Russische Letten hadden minder reden voor feest. Duizenden zijn sindsdien zelfs stateloze burgers. Ze slaagden niet voor de Letse taaltest, vereist voor het staatsburgerschap, of ze wilden die test niet afleggen, omdat ze die als vernederend ervaarden. Stateloos betekent, onder meer: geen stemrecht. Reizen is ook een probleem. De Russen die wel genaturaliseerd zijn, stemmen steevast op Russische partijen. De Letten op Letse partijen: de politiek in Letland is volledig langs etnische scheidslijnen verdeeld.

Hoewel de Russisch-talige Letten landelijk in de minderheid zijn, vormen ze in Daugavpils een overgrote meerderheid. Het voormalige Dvinsk is een klein stukje Rusland in de EU. Dat helpt de stad niet.

Zaletilo wist dat. Toch stelde ze een plan op om Rothko te vieren in 2003, honderd jaar na zijn geboorte. Haar plan bevatte elf punten, waaronder een monument in Daugavpils en een symposium met de grootste Rothkokenners ter wereld. Twee jaar lang reisde ze iedere week naar Riga, om daar politici, ambtenaren en mogelijk geïnteresseerde cultuurinstellingen om steun te vragen. Ze vond dichte deuren, telkens weer. Of lompe desinteresse. „Op het ministerie vroegen ze mij eens retorisch: hoe hoog denk jij dat wij, in deze economisch moeilijke tijden, een Rus uit Daugavpils op onze prioriteitenlijst zetten?’” Ook kreeg Zaletilo regelmatig de vraag of ze niet een kunstenaar kon vinden die geen jood was.

Want dat kwam er nog eens bij: als jood herinnert Rothko aan een weinig fraaie kant van de Letse geschiedenis. De Duitsers kregen bij hun moordpartijen hulp van Letse fascisten; die bleken fanatiek en talrijk.

Amerikaanse interventie

Na vijf jaar stond Zaletilo op het punt op te geven. Ze bereikte het einde van haar lijst met mogelijk geïnteresseerden. Onderaan stond de Amerikaanse ambassadeur, Brian Carlson.

Hij ontving haar. Pas vijf uur later stond Zaletilo weer op straat. Carlson was onder de indruk. En hij ging voor haar aan het werk. Bij iedere ontmoeting met een Letse politicus, van premier tot parlementslid, herhaalde hij dat Letland eigenlijk slechts één werkelijk unieke troef in handen had: Rothko. Zeker in die eerste jaren van de republiek Letland, was de ambassadeur uit Amerika machtig.

Dat bleek. Omdat de ambassadeur telkens Zaletilo’s naam gaf, gingen deuren opeens open.

Haar leven veranderde drastisch, al was het maar omdat Carlson besloot dat Zaletilo niet meer wekelijks naar Riga hoefde te liften – openbaar vervoer was te duur voor een medewerker van het historisch museum van Daugavpils, met een maandsalaris van 60 euro. De ambassadeur liet haar voortaan ophalen.

Fast forward: de viering van 100 jaar Rothko in 2003 werd een groot succes. De kunstwereld kwam naar Daugavpils, inclusief Rothko’s kinderen.

Toch was zelfs daarna de strijd nog niet gestreden. Officials waren om. Zij begrepen dat het land met Rothko een bruikbaar uithangbord in de garage had staan. Ze wilden nu ook Zaletilo’s plan voor een museum steunen. Maar daarop klonk gemor onder een aantal Letse intellectuelen. Ze overhandigden een petitie aan de minister van Cultuur. Strekking: geen belastinggeld naar Rothko. De regering moest Letsprekende kunstenaars vieren. De bezetter, de Rus, had zijn tijd gehad.

Zaletilo: „Jij noemt ze intellectuelen. Het zijn kleinzielige nationalisten. Gelukkig verschrompelt het werk van hun kunstenaars naast dat van Rothko.”

Zonder Rus

Zaletilo moest zelf ook oppassen. Want nadat de officials om waren, hoopten ze de campagne voort te zetten zonder die Russische dramneus uit Daugavpils: er kwamen pogingen haar buitenspel te zetten.

Die heeft ze verijdeld met haar grootste troef: de sympathie van de kinderen Rothko. Zij kregen tot drie keer toe een plan voorgelegd waarin Zaletilo geen rol speelde. In een uiterste poging de Rothko’s naar Riga te krijgen, noemde directeur van het Nationaal Museum de Rothko-pionier uit Daugavpils een „prutser” en een „amateur”. Het hielp niets: de Rothko’s bleven bij haar.

Een voordeel voor Zaletilo was dat het van de Rothko’s niet per se hoefde, zo’n eigen museum. Zoals de 51-jarige Christopher zei bij de opening van het centrum: „Voor mijn vaders reputatie is het niet meer nodig. Maar we denken dat het goed kan zijn voor de regio, de plaats waar hij is geboren en waar hij graag over vertelde.”

Nu willen ze wel

Eind goed al goed, zou je zeggen. Maar Zaletilo wil dat maar half beamen. „Van een afstandje misschien. Maar ze begrijpen het nog steeds niet.” Ze vertelt dat ze onlangs werd uitgenodigd op het ministerie. „Ik werd allervriendelijkst ontvangen, door een heel comité. Ze vroegen me: ‘wie is het belangrijkste boegbeeld van Letland?’ Ik geloof dat ze het Engelse woord brand gebruikten. Ik speelde mee en antwoordde: ‘Ik denk Rothko. Wat denken jullie?’ Ja, vonden zij ook. En dus, zeiden ze, hadden ze een geweldig plan, ter markering van het Letse voorzitterschap van de EU dat op 1 januari begint. ‘Als we daarvoor nu eens tijdelijk jouw Rothko’s in Brussel ophangen. Wat dacht je daarvan?’”

Ze vertelden het, zegt Zaletilo, op een manier alsof ze haar een prijs uitreikten. Maar Zaletilo was getroffen door de stompzinnigheid van het plan. „Ten eerste zijn het niet ‘mijn’ Rothko’s, maar die van Kate en Christopher. Ten tweede hebben ze die in bruikleen gegeven om mensen naar Daugavpils te krijgen; niet om bezoekers in Brussel te overtuigen van de grootse prestaties van Letland.”

Maar dat recht in het gezicht van de secretaris-generaal van het ministerie zeggen - wat ze deed- was nog niet gemakkelijk. Jarenlang wilde Zaletilo iets van de Letse autoriteiten, nu wilden die voor het eerst iets van haar.

In een kelderrestaurant van Daugavpils – een Russische popzender tettert onafgebroken – lijkt ze er nog altijd mee te zitten. Ervaart ze het voorstel dan niet als ultieme genoegdoening, voor al die deuren die in haar gezicht dicht sloegen? Ja, zo zou ze het moeten zien, zegt ze. Maar dat lukt niet echt. Daarvoor vindt ze het Letse nationalisme te weerzinwekkend. Eigenlijk, zegt ze, heeft ze er zelfs spijt van dat ze de test heeft gedaan voor haar naturalisatie. „Een paspoort was belangrijk om te kunnen reizen. Maar het voelt niet goed.”

Plotseling stokt haar stem, wat atypisch is. Eenmaal herpakt, zegt ze: „Het is principieel onjuist zolang mijn oude moeder geen kans maakt. Zij gaat geen Lets meer leren, terwijl ze evenveel recht heeft Let te zijn als ik.”

Het verhaal van haar moeder in vogelvlucht: in de oorlog vanuit Leningrad op transport gesteld naar Duitsland om dwangarbeid te verrichten voor het Derde Rijk. Maar in Letland werd de trein gebombardeerd. „Ze is het bos in gelopen en heeft vervolgens hier een leven opgebouwd. En zij mag geen Letse zijn? Zij is een bezetter geweest?”

De tranen die volgen lijken weinig meer met Rothko van doen te hebben. Maar dat is schijn. Met een lichte snik: „Met de strijd voor Rothko laat ik hopelijk zien dat Letland van heel veel mensen is.”