Hoe supersympathiek is Blendle?

Foto ANP

Maandag meldden alle media dat Blendle een investering van drie miljoen euro krijgt van gerenommeerde buitenlandse uitgevers, The New York Times en Axel Springer Verlag. Mooi verhaal: twee jonge ondernemers die met 25 medewerkers de uitgeefbranche op z’n kop zetten.

Er zijn heel wat start-ups die grotere investeringen binnen slepen en geen voorpagina halen. Dat is de verdienste van mede-oprichter Alexander Klöpping. Hij brengt de digitale kiosk van bedenker Marten Blankesteijn aan de man en is meester in het generen van free publicity in betaalde media. Die combinatie heeft wel iets van de twee Steves die Apple oprichtten: Steve Wozniak als het brein, Steve Jobs als de charismatische verkoper.

Blendle noemt zich de iTunes van de journalistiek. Zoals iTunes cd’s ‘ontbundelt’ en losse liedjes aanbiedt, blader je bij Blendle door ruim zestig titels en schaf je losse artikelen aan. Met makkelijke micropayments, zodat zelfs die ‘ontleesde’ Jeugd van Tegenwoordig – beter gezegd: generatie paperless – zich aan journalistiek met een lange J kan laven. En betaalt.

Blendle maakt geen winst

Apple maakt dit jaar veertig miljard dollar winst, zover is Blendle nog niet: 20 procent van de 130.000 gebruikers vulde het gratis tegoed weer aan. Ik ben er een van. Mijn eerste aanschaf was de rubriek Anybody uit de Viva, gekocht op 4 mei 2014 voor zegge en schrijve één cent. Niks om trots op te zijn, maar mijn Blendle-potje is nu gevuld om ook Echte Achtergronden te lezen. Ik zette zelfs een vinkje om het tegoed automatisch op te waarderen. Van elke aankoop gaat 70 procent naar de uitgevers; bij artikelen die tegenvallen kun je geld terugkrijgen. Klik maar op het knopje ‘supersympathiek!’.

C’est le ton qui fait la musique. Blendle weet feilloos de jonge generatie aan te spreken. Alleen de slogan al:

‘Alle kwaliteitskranten en tijdschriften van Nederland. En Story.’

Het is de vraag of die speelse toon ook in het buitenland werkt, als serieuze Duitsers en Amerikanen zich ermee bemoeien.

Platte tekst zonder poespas

Hoe modern ook, Blendle presenteert verhalen nog in de oudste vorm; platte tekst zonder poespas. Een artikel uit Quote ziet er bijna hetzelfde uit als een stuk uit The Economist of Autoweek. Die herverpakking staat haaks op de vernieuwing die kranten en tijdschriften zelf doorvoeren. Zij proberen ‘los’ van de tekst te komen met webby extra’s, meer beeld, meer updates. En interactie, want voor een journalist in het digitale tijdperk is het van levensbelang om met lezers te discussiëren. Via reacties op de site of via Facebook en Twitter, wetend dat nuttig commentaar een volgend artikel beter en scherper maakt.

Je schrijft een stuk met de grootst mogelijke zorg vooraf en na de publicatie begint het echte werk. Die persoonlijke nazorg wordt er niet eenvoudiger op met nóg een extra loket dat, in het geval van Blendle, weer een eigen sociaal netwerk bouwt van volgers en trending topics.

Om Blendle te laten bloeien is schaalgrootte nodig. Meer titels, meer gebruikers. Daarvoor is het wellicht nodig het iTunes-model los te laten. De omzet uit de Apple-winkel daalt immers nu mensen streaming-muziek ontdekken; ze downloaden minder omdat Spotify of Deezer alle muziek voor een vast maandbedrag aanbieden. Blendle wil ook graag all-you-can-read aanbieden. Uitgevers zullen zich echter niet aan zo’n Spotify-model wagen. Dat levert veel minder geld op dan huidige abonnementen.

Als gebruiker zou ik het supersympathiek vinden, een onbeperkt buffet met achtergrondverhalen en een Anybody als tussendoortje. Maar als betaald journalist snijd ik mezelf er mee in de vingers – minder sympathiek. Ik word dus verscheurd. Dat is disruptive innovation – op z’n Hollands: marktverstoring – in optima forma.