Het ‘moreel kompas’ in de volkshuisvesting is zoek

De problemen bij tal van woningcorporaties zijn niet alleen veroorzaakt door falend bestuur en gebrekkig toezicht. Ook de politiek – Kamerleden en bewinds- personen – liet steken vallen.

Voorzitter Roland van Vliet van de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties, voorafgaand aan de eerste openbare verhoren in juni van dit jaar.
Voorzitter Roland van Vliet van de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties, voorafgaand aan de eerste openbare verhoren in juni van dit jaar. Foto ANP

Verbaasd, geschokt en verontrust. Dat is de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties na haar onderzoek. Commissievoorzitter Roland van Vliet en de vijf andere Kamerleden zagen wanbestuur, ernstig mismanagement, „opvallend veel” gevallen van zelfverrijking, of op z’n minst het gebrek aan een „moreel kompas”.

Na twee jaar van onderzoek en verhoren presenteerde de commissie vandaag haar eindrapport. Daarin beantwoordt ze de drie kernvragen: wat is er gebeurd, hoe kon dat gebeuren en wie is daarvoor verantwoordelijk?

Wat ging er mis?

Aanleiding voor het parlementaire onderzoek was het derivatendrama bij Vestia. Dat illustreert volgens de commissie treffend de valkuilen van het bestuursmodel in de corporatiesector: een bestuur met een vaak te machtige voorzitter, en commissarissen die aan die „dominante” bestuurder geen tegenwicht kunnen bieden. Bovendien is het externe toezicht „onder de maat”.

Dat de politiek corporaties heeft aangemoedigd „om ambitie en lef te tonen”, is nu „op z’n zachtst gezegd behoorlijk gênant”. Het vertrouwen van de politiek in de zelfregulering was „naïef” en „bij vlagen zelfs dogmatisch”.

En dan is er nog de „problematische opzet” van het corporatiestelsel zelf. Heldere doelen en normen ontbreken. Dat is vooral ook erg, omdat er enorm veel gemeenschapsgeld is verspild.

Hoe kon dit gebeuren?

De commissie deelt de oorzaken op in „de vier G’s”: gedrag, grenzen, governance en geld. De betrokken bestuurders namen alle ruimte die ze kregen – en ja: „gelegenheid maakt de dief”. Er zijn dan ook nauwelijks grenzen: onduidelijk is wat corporaties wel en niet moeten doen en hoe groot ze mogen zijn.

Het governancemodel dat de corporaties sinds de verzelfstandiging hebben – bestuurder en raad van commissarissen – werkt niet voor deze sector. Ze hebben de vorm van een stichting, maar moeten als bedrijf werken. Vaak met commissarissen die niet competent zijn.

Daarbij is er de rijkdom van de corporaties. Ze beschikken over heel veel geld dat ze moeten investeren in volkshuisvesting. Dat werkt het oprekken van hun grenzen in de hand, schrijft de commissie.

Wie faalden?

Tot slot: de schandpaal. Zo ongeveer alle betrokkenen hebben fouten gemaakt, volgens de commissie. In de eerste plaats de bestuurders en hun commissarissen. Zij hebben, „soms op grove wijze”, gefaald en het in hen gestelde vertrouwen geschaad.

De commissie stuitte bij bestuurders op „mismanagement, manipulatie, het achterhouden van informatie aan toezichthouders, zelfoverschatting, zonnekoninggedrag, belangenverstrengeling, fraude en zelfverrijking”.

Des te erger vindt de commissie het, dat zij tijdens hun verhoren niet of nauwelijks blijk gaven van spijt of bezinning. Zo schrijft de commissie in het lijvige deelrapport over Vestia dat bestuurder Erik Staal „zijn formele en morele verantwoordelijkheid onvoldoende (h)erkent”. Dat rekent de commissie hem zwaar aan.

Er zijn meer verantwoordelijken. Zo had de financiële toezichthouder CVF onvoldoende zicht op de risicovolle producten die zich opstapelden bij Vestia – CFV faalde „op cruciale punten”. Keurde waarborgfonds WSW, met zijn „verkeerde ambities en prioriteiten”, de fatale derivaten goed. Onderkenden accountants de risico’s onvoldoende. Lieten banken zich meer leiden door commerciële overwegingen dan door de belangen van hun klanten. En heeft brancheorganisatie Aedes haar leden niet voldoende weten te „disciplineren”.

Tot slot hadden de verantwoordelijke bewindspersonen hun „toezicht niet op orde”. Zo krijgt minister Donner ervan langs in de Vestia-casus: dat hij naliet de Kamer te informeren over de problemen en risico’s bij Vestia, staat „op gespannen voet” met de „actieve informatieplicht” die hij had.

Bovendien heeft de Tweede Kamer zich te lang aan de zijlijn opgesteld. Ze lijkt „gegijzeld” te zijn door het zelfreguleringsdenken over de sector. De politiek is te wispelturig geweest en heeft zichzelf daarmee „al bijna twintig jaar buitenspel gezet”.