‘Eén waakhond voor corporaties’

Een nieuwe ‘Woonautoriteit’ mag niet, zoals het kabinet wil, onder de minister vallen.

De Gaarden en de Dreef, met corporatieflats, in Den Haag Zuidwest.
De Gaarden en de Dreef, met corporatieflats, in Den Haag Zuidwest. Foto Hollandse Hoogte

Eén toezichthouder die waakt over alle facetten van woningcorporaties en níét onder directe controle van de minister staat. Dat is de belangrijkste aanbeveling van de parlementaire enquêtecommissie die vandaag haar eindrapport presenteert. Deze ‘Woonautoriteit’ moet toezien op de financiën, governance, integriteit en rechtmatigheid bij sociale huisvesters. Een autoriteit die ook direct sancties kan opleggen. „Alleen als deze niet onder de minister valt, is er geen risico dat beleid en toezicht opnieuw vermengd worden”, zegt commissie-voorzitter Roland van Vliet. Er ligt op dit moment een voorstel van minister Stef Blok (Wonen, VVD) bij de Tweede Kamer dat het toezicht weliswaar samenvoegt, maar juist onder zijn hoede.

Twee jaar onderzoek van de commissie leverde 1.250 pagina’s op over wat er misging en beter moet in de corporatiesector. Naast de onafhankelijke woonautoriteit wil de commissie dat de sector teruggaat naar zijn „klassieke kerntaak”. Corporaties moeten wettelijk aan banden worden gelegd om te voorkomen dat zij opnieuw beginnen aan buitenissige projecten, zoals het renoveren van cruiseschepen en het bouwen van universiteitscampussen. Ook moet onmogelijk worden gemaakt dat corporaties oneindig en schijnbaar risicoloos over enorm veel geld kunnen beschikken, zoals met het waarborgfonds WSW jarenlang gegarandeerd was. Als corporaties in problemen komen, moet „faillissement een reële optie” zijn.

Veel constateringen van de commissie waren sinds de uiteenlopende schandalen bij woningcorporaties, waarvan het derivatendrama bij Vestia het voornaamste was, al breed uitgemeten. Wel boden openbare verhoren eerder dit jaar een bijzondere inkijk in de rol die verscheidene betrokkenen en instanties precies gespeeld hebben. „Schokkende feiten” kwamen volgens de commissie zo boven tafel.

De commissie constateert dat de excessen van wanbeleid en zelfverrijking die hebben plaatsgevonden in de eerste plaats de verantwoordelijkheid zijn van de bestuurders die ze begingen. Tegen sommigen lopen daarvoor nu ook rechtszaken – zo werd gisteren bekend dat het OM Hubert Möllenkamp van woningcorporatie Rochdale en Henk Sligman van de corporatie PWS (nu Havensteder) gaat vervolgen wegens fraude.

Maar de bestuurders werden, zo schrijft de commissie, gefaciliteerd door „commissarissen die niet in staat [zijn] om als een volwaardige tegenkracht te functioneren”. Daarnaast waren er accountants die „niet altijd de rol spelen die van hen mag worden verwacht” en „binnenlandse en buitenlandse banken [die] het gebruik van complexe derivaten bij corporaties actief en soms agressief promootten”. Daarin speelde ook het WSW, dat voor zelfregulering moest zorgen, „een kwalijke rol”. Terwijl de toezichthouder CFV feitelijk buitenspel gezet was. De politiek greep niet in toen er incidenten waren en geloofde „naïef” en „dogmatisch” in de zelfregulering van de sector. „Een ontnuchterende en trieste constatering”, schrijft de commissie. „De politiek heeft de sociale huisvesting daarmee geen dienst bewezen.”

De commissie beveelt hervormingen aan van het systeem. Ze vindt niet dat het volkshuisvestingsstelsel volledig op de schop moet. De vorm van het toezicht zal daarbij politiek het belangrijkste twistpunt worden.