Een tientje in ruil voor uw gegevens

Google en Facebook verdienen miljarden met persoonsgegevens. Hoe kunnen gebruikers zelf aan hun eigen data verdienen?

Illustratie Roel venderbosch

Iedere like op Facebook en iedere zoekterm op Google verraadt de voorkeuren van gebruikers. Adverteerders betalen grof geld om daar een passende advertentie bij te plaatsen. En wat krijgen de gebruikers die al die data produceren ervoor terug?

Natuurlijk, een gezellige sociale netwerksite en een goede zoekmachine. En verder? In de VS zijn de eerste initiatieven gestart waarbij internetgebruikers geld kunnen verdienen door hun data te verkopen.

Ook in Nederland zijn jonge ondernemers klaar om in dit gat te springen. Op crowdfundingsite Doorgaan.nl probeert Dime (data is me) momenteel 34.000 euro bij elkaar te krijgen om van start te gaan. Zoveel denken de vier studenten van de Hogeschool van Amsterdam nodig te hebben om een site te bouwen waar bezoekers hun Google-, Facebook-, en LinkedIn-profielen kunnen koppelen.

Als dat eenmaal is gebeurd, maakt Dime automatisch een selectie van honderden gebruikers en hun voorkeuren. Bijvoorbeeld: tussen de 20 en 30 jaar oud, hoogopgeleid, wonend in Den Haag en geïnteresseerd in koopwoningen in die stad. Dat is interessante informatie voor lokale makelaars die starterswoningen aanbieden. Zij kunnen zo’n bestand kopen en mensen vervolgens benaderen via e-mail, telefoon, of sociale media.

Tien euro per maand

Afhankelijk van de vraag naar hun gegevens verwacht Dime gebruikers tot 10 euro per maand te kunnen uitbetalen. Dat bedrag hangt ook af van de hoeveelheid informatie die mensen willen delen. „Toegang tot iemands Facebook- én LinkedIn-profiel geeft ons bijvoorbeeld de mogelijkheid om gegevens over iemands woonplaats op juistheid te controleren. Later kunnen mensen ook hun locatiegegevens met ons delen”, zegt medeoprichter Aarnout Mettes van Dime.

Dime richt de werving voorlopig op studenten. „Die zijn interessant voor bedrijven en hebben vaak geld nodig”, zegt Mettes lachend. In tegenstelling tot de grote Amerikaanse internetbedrijven belooft Dime volledig inzicht te geven in wie de gegevens kopen. Ook kunnen gebruikers aangeven wat voor soort bedrijven en instanties hun data niet mogen aanschaffen en door wie ze dus niet kunnen worden benaderd.

Dime hoopt volgend jaar te beginnen. Net als Leaflad, een ander Nederlands initiatief. Leaflad vindt het koppelen van profielen nogal een privacyinbreuk en laat mensen daarom zelf een profiel met interesses invullen. Zo ontstaat een dynamische online reclamefolder waarin gebruikers op maat gesneden advertenties en aanbiedingen krijgen voorgeschoteld. Ze worden niet op andere manieren benaderd, maar moeten dus wel telkens Leaflad bezoeken om de site interessant te maken voor adverteerders.

Leaflad wil 20 procent van de inkomsten delen met de gebruikers. Maar wie zit er te wachten op alleen commerciële informatie? „Een website als reclamefolder.nl heeft meer dan een miljoen bezoekers per maand. Er is dus veel behoefte aan, zeker als bezoekers in ruil voor hun voorkeuren ook nog wat kunnen verdienen”, zegt Harm Snaphaan, medeoprichter van Leaflad. De drie oprichters moeten nog 125.000 euro inzamelen om van start te kunnen gaan.

Het Amerikaanse Datacoup vraagt eveneens toegang tot profielen op sociale media, maar eist daarnaast ook inzicht in creditcardtransacties. Veel bedrijven willen namelijk weten of likes op Facebook, of het aanklikken van advertenties, ook wat zeggen over daadwerkelijke aankopen, zowel online als offline. Datacoup neemt dus een forse inkijk in iemands leven, maar het verkoopt de data niet. Wel de analyses die het uitvoert op al die gegevens om het gedrag van consumenten in kaart te brengen. Gebruikers van Datacoup krijgen tot 10 dollar per maand.

Meer geld? Privacy weg

Meer verdienen? Dat betekent volledig inzicht geven in je privéleven. In de schaduw van het New Yorkse Datacoup begon Luth Research uit San Diego een veel ingrijpender geld-voor-je-data-systeem. Het bedrijf pompt alle data van iemands computer en smartphone via een beveiligd netwerk naar de eigen servers. Luth leest de inhoud van berichten niet, maar registreert wel de zoektermen die mensen gebruiken, welke sites ze bezoeken en het gedrag op sociale media.

Bovendien houdt het bedrijf bij waar smartphonegebruikers zich bevinden om ook hun winkelgedrag te kunnen volgen. Daarnaast moeten gebruikers vragen beantwoorden over hun aankoopgedrag. Op basis van welke beoordelingssite ze uiteindelijk een bepaalde auto kochten bijvoorbeeld.

Zien mensen dat zitten, al hun bewegingen en zoektermen laten volgen door een bedrijf? Luth claimt ondertussen 26.000 internetgebruikers te volgen, van wie 6.000 die ook hun smartphone laten traceren. De diepste geheimen van mensen blijken te koop voor 100 dollar per maand. Dat is wat Luth ongeveer betaalt, afhankelijk van hoeveel consumentenvragen gebruikers beantwoorden.

Betaald krijgen voor je data komt er dus aan. Dat is niet meer dan rechtvaardig, toch? Dat vindt privacyjurist Ot van Daalen ook, maar hij vindt ook dat mensen moeten nadenken over hoe ver ze willen gaan. Van Daalen: „Ik vind dat mensen soms tegen zichzelf beschermd moeten worden. Gebruikers kunnen niet overzien wat de gevolgen zijn wanneer die gegevens later opeens weer ergens opduiken. Bovendien weten bedrijven zo steeds meer over consumenten, waardoor ze misschien ongewild worden aangezet tot nog meer consumptie.”

Hij voegt eraan toe: „Als het gaat over communicatiedata geef je ook de privacy van je vrienden en andere relaties prijs.”