Een ademstokkende derwisjdans

Femmy Otten, The eternal hunting field, 2014. Olieverf op doek, 64×70 cm.
Femmy Otten, The eternal hunting field, 2014. Olieverf op doek, 64×70 cm. Foto Gert Jan van Rooij

Het is onmogelijk om de kunstwerken van Femmy Otten (Amsterdam, 1981) niet verrassend te noemen. De eerste keer dat ik haar werk zag op de Rijksakademie vond ik het regelrechte kitsch. De gipsen plastieken die ze op de muren van haar atelier boetseerde, speelden leentjebuur bij alle antieke voorgangers die er maar te bedenken waren: een tikje Egyptische oudheid, een snufje Parthenon en veel Ovidius. Kalm vond ik ze. Bevestigend. Ambachtelijk keurig gedaan. Maar wat voegden ze toe, vroeg ik me af.

Ottens werk had onmiddellijk succes. Ze werd uitgenodigd voor groepstentoonstellingen, in 2012 won ze de Volkskrant Beeldende Kunstprijs en in 2014 werd ze (samen met Iris van Dongen en Rineke Dijkstra) uitverkoren om het officiële staatsieportret van koning Willem-Alexander te maken. De galerie van Fons Welters omarmde haar: eerst met een proefproject in de kleine voorruimte, nu met een grote solo. Op die solo, And Life is over there, is goed te zien hoe breed Otten zich heeft ontwikkeld vanaf 2011.

De beeldschone beelden van gips zijn er nog steeds, maar ze zijn nu onderdeel van een mysterieuze enscenering die zich niet alleen uitdrukt in gips maar ook in potlood, olieverf en foto. Die beelden zijn eerder het begin van een draad dan het einde. In de grote achterruimte is een totaaltheater ingericht met tekeningen, schilderijen, beelden, foto’s en een schitterende performance: een ademstokkende derwisjdans die het ambigue vloerbeeld The restless gods tot leven wekt.

Ieder werk vergroot het raadsel. Dat geldt voor een klein werk als Today, my head lies in my feet (2014), een foto van een naakte vrouw zonder hoofd met daarboven, losjes op de muur gepind, twee androgyne potloodtekeningen. Het geldt ook voor de grotere schilderijen. Zij raken aan het surrealisme van Magritte en Broodthaers, maar combineren dat met het zuidelijke palet van Bonnard. My talk with Morandi (2014) bijvoorbeeld, wordt daardoor zowel feeëriek als bedreigend.

Femmy Otten heeft beslist haar eigen stem gevonden.