Derde ring Mad Bum en Bam Bam

Giants wint met Nederlandse hittingcoach Meulens voor derde keer in vijf jaar de World Series

Pitcher Madison ‘Mad Bum’ Bumgarner (rechts) sluit catcherBuster Posey in de armen nadat de Giants de World Series heeft gewonnen.
Pitcher Madison ‘Mad Bum’ Bumgarner (rechts) sluit catcherBuster Posey in de armen nadat de Giants de World Series heeft gewonnen. Foto AFP

Anders dan de naam doet vermoeden zijn de World Series geen wereldkampioenschap. De strijd om de Amerikaanse honkbalbokaal is hooguit ‘werelds’ in de zin van geweldig. Dit jaar was de finale van Amerikaanse honkbalseizoen minder mondiaal – minder nationaal zelfs – dan ooit. Naar elk van de zeven wedstrijden tussen de Kansas City Royals en de San Francisco Giants keken minder mensen dan naar een succesvolle reality-tv-show.

Lokaal was de finale wel een hit. In de steden van beide ploegen werd genoten van de reeks van zeven ontmoetingen. De World Series eindigden vannacht met een bloedstollende zege voor de Giants (3-2) waarmee de eindstand in de serie 4-3 werd. In San Francisco barstte een volksfeest los om de honkbaltitel te vieren: het derde kampioenschap in vijf jaar. Het betekende de derde kampioenschapsring voor de Nederlander Bam Bam Hensley Meulens, die hittingcoach is bij de Giants.

Een beslissende ‘game 7’ naar het winner-take-all principe is zeldzaam in deze laatste fase. Meestal wint een dominante club eerder. „Het bijzonderste moment in de topsport”, zei een commentator op CBS: negen innings in het bomvolle, extreem luidruchtige stadion van Kansas City.

Het was inning na inning een gespannen duel tussen ploeterende werpers en slagmannen. Opnieuw schitterde de beste pitcher van Amerika, Madison Bumgarner (25), de werper van San Francisco. Als man van de wedstrijd hield hij Kansas City op twee punten; tijdens zijn innings op de werpheuvel werd er niet gescoord. Mad Bum werd verkozen tot beste honkballer van de World Series. Nog nooit gooide een pitcher zoveel innings in de play-offs (52.2) en in de World Series (21).

Hoewel de profbasketballers deze week begonnen met hún nieuwe seizoen, kregen de honkballers nog één keer alle aandacht – zo niet van de kijkers dan wel van de media. De afgelopen weken klonk er geweeklaag over de kijkcijfers. Vrijwel elk Amerikaans kind honkbalt en baseball is de volkssport, meer dan basketbal en American football. Maar op het professionele plan zakt de trage topsport – de ooit geliefde slow game – weg, wat ook tijdens deze eindstrijd werd bevestigd.

Tijdens de climax van de serie overstemde de opwinding over het spel de zorgelijke geluiden. En terecht. Honkbal is een sport van cijfers: slaggemiddelden, aantal worpen, snelheid van de bal, slag en wijd. En in deze reeks werden allerlei records gebroken. „Geen van de eerdere 109 World Series zijn zo gegaan”, zoals honkbalcolumnist Tyler Kepner opmerkte.

Hoewel de ploegen elkaar in balans hielden in aantal zeges, waren de verschillen telkens groot bínnen de wedstrijden. Tot gisteravond spande het er alleen om in de derde ontmoeting (ook 3-2, maar voor Kansas). Voor het eerst ooit was het verschil in vijf van de zeven wedstrijden vijf punten of méér. Sinds 1960 werd een startende werper in een Game 7 niet zó snel van het veld gehaald als Tim Hudson van San Francisco. Zijn ploeggenoot Santiago Casilla hoefde het veld in zeven duels slechts één keer te betreden als closer: de werper die een wedstrijd afsluit om de zege veilig te stellen.

Cruciaal feit: voor het eerst sinds 1979 won de ploeg die uit speelde de zevende wedstrijd. En voor het eerst ooit in een game 7 moesten de beginnende werpers van beide teams eruit voordat de vierde inning begon – omdat ze te veel slagen toelieten. Voor de cijfergekke honkballiefhebbers waren deze World Series, kortom, een zeldzaam genoegen. „Een Game 7 is een feest voor iedereen”, zoals Hunter Pence van San Francisco zei. Of de World Series hun megalomane naam moeten behouden, is iets anders.