’Denk niet aan mij. Ik heb geen gedachten nodig, ik heb de mijne’

Binnenkort verschijnen brievenboeken van Herman Gorter en August Willemsen & Marian Plug. Een dubbele voorpublicatie.

Herman Gorter aan Ada Prins, Franeker, 10 februari 1904. – Gorter, dan 39 jaar, maakt een propagandatocht voor de SDAP. Ada Prins, de eerste vrouwelijke doctor in de chemie in Nederland, was zijn geliefde. Gorter was getrouwd met Jenne Clinge Dorenbosch.

Lieve Ada!

Ik zit hier nu in Franeker, waar ik gisteren avond een zeer onstuimige vergadering had, die pas om half een eindigde. Dat was in Leeuwarden ook al zoo, en ik was bang voor mijn keel. Maar het loopt goed af. Ondanks het schreeuwen dat ik moest doen om de Calvinisten te temmen, is mijn stem er niet slechter op geworden maar beter. Een aap is een sterk beest. Ik heb ook in Leeuwarden die menthol-paraffine kunnen krijgen en mijn stembanden met een penseel daarmee ingesmeerd.

Ben je gisteren naar Lobry geweest. Ik heb nog gedacht naast wien je zou zitten. Van te voren zijn die dingen toch altijd aardiger dan als je er bent, vind je niet. Ik heb dat ten minste altijd. Je denkt: het zal wel aardig zijn, maar na afloop is het toch altijd zoo leeg en nix, vind je niet?

Het is hier een prachtig stadje. Ik wou dat je er was dan zou ik het je eens laten zien. Prachtige stille grachtjes met oude huizen, een magnifiek stadhuis, oude wallen en kerken. De Friezen zijn ook een flink mooi slag lui. Je hebt ze geloof ik ook wel eens in Friesland gezien. Ben je er niet eens in het voorjaar geweest? Of in het begin van den zomer? Het is zoo’n mooi land. Er is in het Zuiden een plekje, Kippenburg, daar ben ik vroeger dikwijls en later ook nog eens geweest. Midden in Gaasterland in de bosschen, en aan een klein vaartje, de Lutz. Daar heb ik heerlijke uren gehad, de heerlijkste uren van mijn leven.

Nu begint juist de zon over het oude stadje te schijnen. Een vloed van licht valt hier binnen over de tafel en je ziet de daken tegen een heerlijke gouden lucht.

Ik heb het leven lief.

Ik zal de brief nog even open laten om te zien of ik in Leeuwarden nog iets bij moet schrijven. Dag Ada.

Herman