China vertilt zich aan kolossale loodgietersklus

Met een ambitieus nieuw waterleidingproject wil de Chinese regering water beter over het land gaan verdelen. Maar er zijn financiële, ecologische en sociale problemen.

De familie Zhao was, als goede communisten, zelfs een beetje trots toen haar werd „gevraagd” een offer te brengen voor partij, moederland en dorstige Beijingers. Met een gevoel van kameraadschappelijke solidariteit lieten zij hun lemen huis, halve hectare land en zijderupskwekerijtje achter omdat hun dorp in de weg lag van het Zuid-Noord Wateromleidingproject. Dit grootste waterverdelingsysteem ter wereld gaat het uitgedroogde noorden van China water voeden uit het nattere zuiden.

Als vandaag de sluizen opengaan van het centrale, 1.267 kilometer lange traject van pijpen, afgeschermde waterwegen, brede tunnels en aquaducten wordt een vijftig jaar oude suggestie van Mao Zedong („kunnen we in het droge noorden niet een beetje water lenen van het natte zuiden”) werkelijkheid. Het oostelijke tracé, 1152 kilometer lang wordt na een valse start ook opnieuw in gebruik genomen.

Het grote enthousiasme waarmee jaren geleden de Drieklovendam in de Yangtze in gebruik werd gesteld of waarmee iedere nieuwe tak van het hsl-treinnetwerk wordt bejubeld, ontbreekt in de media. De kolossale loodgietersklus, die bij de start van de aanleg in 2002 werd aangeprezen als nieuw bewijs van het kunnen van Chinese ingenieurs wordt geplaagd door financiële, ecologische en sociale problemen. De geplande kosten bedroegen twaalf jaar geleden 15 miljard dollar, de werkelijk gemaakte kosten overschrijden de 79 miljard dollar en dan blijft de exploitatie nog buiten beschouwing.

Verleid door beloftes over een nieuw huis en een nieuw, nog vruchtbaarder stuk land verhuisden de Zhao’s uit hun inmiddels ondergestroomde dorp naar een nieuw dorp, waar rijen pastelkleurige flatgebouwen met rode daken strak in het gelid staan. Natuurlijk kenden zij Mao’s uitspraak over het uitlenen van een beetje water. Natuurlijk hebben ook Beijingers recht op schoon drinkwater en blauwe luchten. „Daarom maakten wij destijds geen problemen, maar waarom moeten wij zoveel bitterheid eten, terwijl de lokale bazen in grote auto’s rondrijden”, vraagt Zhao Hao (58) destijds boer en nu bewaker van een vijfsterrenhotel dat aan de oevers van het Danjiangkou Reservoir verrijst.

Het reservoir fungeert vanaf vandaag als de drinkwatertank van het verre Beijing. Zo’n 9,5 miljard kubieke meter zal jaarlijks vanaf hier naar de hoofdstad en naar havenstad Tianjin stromen. In totaal moet er als ook het omstreden westelijke trace is opgeleverd 50 miljard kubieke meter water van het Yangtze-stroomgebied naar het noorden vloeien.

Zhao Hao laat de foto zien van de dag waarop zij hun huis verlieten. Hij en zijn familie worden omringd door plaatselijke partijfunctionarissen die hun een cheque overhandigen, die later weer werd teruggevraagd. Als dank voor hun patriottische medewerking werden hij en enkele honderden andere, voormalige dorpsgenoten in 2011 gearresteerd toen zij tijdens een bezoek van premier Wen Jiabao aan de regio betoogden voor betere huisvesting en een royalere compensatie.

Zij wilden ‘opaatje Wen’ een petitie overhandigen, maar dat werd met inzet van honderden politiemannen verhinderd. „Ik geef de centrale overheid niet de schuld, maar ik wil graag dat zij weten dat de lokale bestuurders hier door en door corrupt zijn en ons geld hebben gestolen”, zegt Zhao. Het zit de Zhao’s niet mee want hun nieuwe stukje land raken zij ook kwijt omdat het toeristenoord rondom het luxehotel uitbreidt.

De ruim 400.000 Chinese plattelanders, die over het algemeen vrijwillig en in sommige gevallen met fors geweld werden verplaatst, volgen deze week met gemengde gevoelens de publiciteit waarmee de opening van het mammoetproject gepaard gaat. Zhao heeft te horen gekregen dat hij zich deze week gedeisd moet houden en niet met de buitenlandse media mag praten. Hij is een van de weinigen die zich niet aan de instructie houden, want anderen die werden gedwongen te verhuizen mijden contact, blijkt tijdens een tocht rond het Danjiangkou Reservoir.

De bittere stemming van de Zhao’s weerspiegelt zich natuurlijk niet in de officiële berichtgeving in de staatsmedia, hoewel aandacht wordt besteed aan het lot van getroffenen en de ‘bureaucratische behandeling’ die zij moesten ondergaan. Ook tegenstanders – en dat is tamelijk nieuw – krijgen de ruimte om de lage compensatieregelingen, de spectaculaire kostenoverschrijdingen en de kortzichtige visie van lokale en regionale bestuurders te bekritiseren.

„Wat 50 jaar geleden misschien een goed idee leek, is in de 21ste eeuw een enorm hoofdpijnproject geworden dat niet meer is dan een tijdelijke kostbare oplossing met een enorme hoge financiële en sociale prijs”, analyseert Ma Jun (46) van het Instituut voor Openbare en Milieuzaken, dat nauw verbonden is aan het ministerie van Milieu. Ma weet zich politiek gedekt. Eerder dit jaar verraste een groep hoge partijfunctionarissen, onder wie een minister, en wetenschappers land en partij met scherpe kritiek op het miljardenproject. Dat deden zij zo overtuigend en gezaghebbend dat de toch al omstreden voorbereiding van het derde, meest westelijke traject – de 300 kilometer lange pijp op het hooggelegen Tibetaans-Qinghai Plateau – meteen werd stilgelegd. Critici denken dat de bouwstop tijdelijk is.

Ma Jun legt uit dat de noordelijke provincies van oudsher droger zijn dan het zuiden, maar dat de noordelijk gelegen Gele Rivier en zijn zij-armen tot ver in de 20ste eeuw voldoende water gaven om te voorzien in de behoeftes van boeren (tweederde van de landbouwgebieden liggen in het noorden) en de uitdijende metropolen.

Echter, sinds de industriële opmars en de urbanisatie vanaf de jaren ’80 is „de moederrivier van de Chinese beschaving” zwaar vervuild geraak. Het grondwater in het noorden is totaal ongeschikt voor menselijk gebruik. Daar komt nog bij dat Chinese bedrijven tien maal zoveel water per geproduceerde eenheid gebruiken als hun westerse evenknieën.

De meest voor de hand liggende oplossingen – waterzuivering, lozingsverboden, waterconservering, ontzilting van zeewater – worden sinds enkele jaren wel besproken, maar om politieke en economische redenen niet in praktijk gebracht. „Geen enkele noordelijke provincie of stad langs de Gele Rivier is bereid concessies te doen die de economische groei in gevaar kunnen brengen”, aldus Ma Jun. De lozingswetgeving wordt openlijk genegeerd en provincies en steden die afhankelijk zijn van het Gele Rivier-water blokkeren een speciale wet, waarover al jaren wordt gesproken.

De vervuiling van het milieu speelt ook het Zuid-Noord Wateromleidingsproject zelf parten. Het water van de bron – de Yangtze – is al niet schoon, maar raakt onderweg zo vervuild dat het bij aankomst onbruikbaar is zonder intensieve zuivering. Een van de belangrijkste oorzaken van de budgetoverschrijding is dat er 432 nieuwe waterzuiveringsinstallaties gebouwd moesten worden. „Het succes van het hele project staat of valt met de vraag of het water drinkbaar te maken is. Ik heb goede hoop dat ons dat zal lukken”, zegt He Fengci, een onderdirecteur van het project tijdens een rondleiding op het terrein van een waterzuiveringsinstallatie.

Het centrale traject heeft daar geen last van, want wordt over, onder en om 250 vervuilde rivieren en meren en industriegebieden geleid. Het meest spectaculaire bouwwerk is de 180 meter diepe tunnel onder de vergiftigde Gele Rivier door. „Het water van de centrale pijp komt nergens in aanraking met ander rivierwater of het grondwater. Daarom kunnen wij hoge kwaliteit garanderen”, aldus ingenieur He.

De Chinese ingenieurs, die zelden opzien tegen het afgraven van een heuvellandschappen, het ondertunnelen van hooggebergtes en het indammen van de wildste rivieren, worden bovendien geconfronteerd met een nieuw, onoplosbaar probleem. Als gevolg van de klimaatveranderingen doen zich in Zuid- en Midden-China steeds langere periodes van aardeverscheurende droogtes voor.

„Water dat vanaf nu naar Beijing gaat, hebben de boeren in Hunan, Henan en Hubei heel hard nodig om de extreem droge zomers te doorstaan”, vertelt een plaatselijke milieu-activiste die alleen met haar achternaam Zhang in de krant wil. Het omleidingsproject vormt een „te gevoelig” thema voor een openlijk gesprek met een buitenlandse journalist. Zij werkt bovendien bij de regionale overheid als milieu-inspectrice. „Voor de vorming van het Danjiangkou Reservoir zijn vier rivieren ingedamd en drooggevallen en bovendien zwaar vervuild geraakt. Boeren mogen zelfs niet in het water voor Beijing hun handen wassen”, vertelt zij als wij over de Danjiangkou Dam lopen.

Het waterpeil in het reservoir tikt de 176-meter markering aan; de Han-rivier aan de stroomafwaartse zijde van de dam is op plekken droog gevallen. Ma Jun concludeert: „Wij proberen een oude watercrisis op te lossen door een nieuwe watercrisis te creëren.”