Brieven

Rekentoets geen taaltoets

Veel leerlingen zijn niet in staat om toets- en examenvragen te beantwoorden. Niet omdat ze zich niet goed hebben voorbereid, maar omdat ze onvoldoende leesvaardig zijn om te begrijpen wat er eigenlijk staat. Neem deze zin uit een geschiedenisexamen voor de vmbo-basis/kadergerichte leerweg: „Dit laat echter onverlet dat deze partij het opleggen van de doodstraf door een wettige overheid een legitieme (gerechtvaardigde) straf vindt.” Voor veel leerlingen onbegrijpelijk. De meerkeuzevraag die volgt, wordt op de gok ingevuld. Nog een paar voorbeelden uit toetsen: Vabor kruiwagens en Doornenburgse jongens met boter en spijs, ze passeren allemaal de revue in rekentoetsen en zijn niet nodig voor het berekenen van de opgave. Het belast het werkgeheugen van leerlingen, terwijl we willen dat een leerling al zijn cognitieve energie steekt in het oplossen van de rekenopgave.

Als toets- en examenmakers en als docenten beseffen we vaak onvoldoende dat we materialen schrijven voor een publiek waarvan 25 procent onvoldoende leesvaardig is om deze teksten te begrijpen. En dat terwijl maar liefst 85 procent van het curriculum bestaat uit geschreven taal. Uit mijn promotieonderzoek komen een aantal handvatten voor de praktijk. Versimpel teksten niet zomaar wanneer een tekst is bedoeld voor de lagere leerwegen. Een vmbo’er heeft evenveel behoefte aan zinnen met verbindingswoorden als ‘want’, en ‘omdat’ als een vwo’er . Aan zakelijk geformuleerde teksten zonder opsmuk, afleidende weetjes en opgevoerde personages. Ze scoren beter op toetsvragen als de taal voor hen geen struikelblok is. Het is dus hoog tijd om als docenten, uitgevers, toetsmakers en wetenschappers samen hard aan de slag te gaan. Door taalkundigen de aardrijkskundeteksten en rekentoetsen te laten controleren, door onderzoekers effectieve tekstkenmerken te laten achterhalen. Om zo leerlingen optimaal begrijpelijke teksten en toetsen aan te bieden.

, onlangs gepromoveerd op tekstbegrip, Bureau ICE

Wietteelt

Gebruik die lege stallen

Op 16 oktober 2014 besloot de rechtbank in Groningen twee wiettelers niet te straffen voor hun illegale praktijken. Daarmee lijkt de deur naar verantwoorde legale wietteelt op een kier gezet. Wageningen Universiteit rekende in maart dit jaar voor dat 24 duizend boerenbedrijven de komende jaren zullen stoppen. Dat gaat over 32 miljoen m2 aan woon- en bedrijfsgebouwen. De onderzoekers schatten in dat de helft van eigenaar zal wisselen, de andere helft is gedoemd leeg te blijven. De rechtbank in Groningen bepaalde dat de twee teelden binnen de belangrijkste doelstellingen van het door de overheid ontwikkelde softdrugsbeleid, te weten het belang van de volksgezondheid en het handhaven van de openbare orde. De telers betaalden netjes kun rekeningen, hielden een administratie bij en betaalden belasting. Chemische middelen werden niet gebruikt en de plantage was niet gevaarlijk. Kortom, er was sprake van een keurige onderneming en de wiettelers verdienden volgens de rechter geen straf. Wiet telen in lege stallen kent veel voordelen. De luchtwassers zijn reeds aanwezig, waardoor de stankoverlast voor de omgeving tot een minimum beperkt wordt. De warmte kan in de stallen al goed en veilig gecontroleerd worden, de omgeving is hierop reeds ingericht. Bovendien bevinden veel van de stallen zich vanwege gezondheidsredenen al op minimaal 250 meter afstand van woningen. Het is tijd om de wietteelt van schimmige zolderkamertjes te verplaatsen naar veiligere omgevingen.

Dirkjan Tijs, Arend Meijer, Jonge Democraten, jongerenafdeling van D66

Radicalisering

Praktiseren geloof helpt niet

In zijn brief Geloof praktiseren wel goed (NRC, 23 okt.) schrijft Arnoud van Doorn dat praktiserende moslimjongeren juist moeten worden gekoesterd, want deze jongeren vervullen een voorbeeldfunctie in onze samenleving. Voorwaarde is wel dat ze de ‘correcte islamitische kennis opdoen’. Daar zit het probleem, want wat is de ‘correcte islamitische kennis’? Binnen elke religie zijn er door de eeuwen heen talrijke stromingen en afsplitsingen ontstaan, allemaal met de pretentie de correcte leer te vertegenwoordigen. Deze schisma’s gingen helaas vaak gepaard met conflicten en geweld (reformatie). Het geweld van nu in het Midden-Oosten, Afrika en Azië, gaat over de vraag wie het correcte islamitische geloof vertegenwoordigt. Het is vooral een strijd tussen de moslims onderling. De beste remedie om jongeren ‘weerbaar te maken voor personen met dubieuze intenties’ is niet door indoctrinatie in een bepaald geloof, maar door ze kritisch en zelfstandig te leren denken, zodat zij in vrijheid hun eigen levenswijze kunnen ontwikkelen. Dit is de beste remedie tegen verdere radicalisering.

Lou Beeren

Correcties en aanvullingen

Tabloid

In Chaos blijft – ook in ‘halve’ Telegraaf (10 oktober, p. C16) staat dat Het Parool in 2004 het eerste dagblad in Nederland was dat overstapte op het halve of tabloidformaat. Maar in 2003 stapte het Agrarisch Dagblad al over van een groot formaat naar tabloid.