Als hij praat dan denk je: zoiets hoorde ik nog nooit

Deze Republikeinse politicus is de nieuwe held van jonge Amerikanen. Die hechten aan individuele vrijheid en denken net als hij partij-overschrijdend: tegen de vakbond én tegen Wall Street.

Foto EPA/JIM LO SCALZO

Bobby Kaufmann geeft een barbecue, en het dorp loopt uit. Kaufmann, een jonge Republikein die in het Huis van Afgevaardigden van de staat Iowa zit, heeft het buurthuis van het plaatsje Wilton afgehuurd voor zijn herverkiezingscampagne. Zo’n honderd mensen, meestal stokoud, komen op de hamburgers en appeltaart af. Wilton vergrijst en loopt leeg, zoals het hele agrarische midwesten van Amerika.

De avond is halverwege als een kleine man in coltrui de zaal binnenloopt. Het is Rand Paul, de Republikeinse senator uit Kentucky. Iedereen krijgt een hand en een praatje. Opeens zijn aan de tafeltjes andere mensen aangeschoven: twintigers met geverfd haar, legerkisten en tatoeages. Een meisje draagt een leren jack met de tekst ‘Kill Your Rapist’. Het zijn jongeren uit de universiteitssteden van Iowa, die naar hun held komen luisteren. „Rand Paul kan dit als geen ander: jonge mensen inspireren”, zegt Bobby Kaufmann. „Als hij praat, dan denk je: zoiets heb ik nooit eerder gehoord. Zoals hij over persoonlijke vrijheid praat, dat spreekt jongeren aan.”

Rand Paul is deze dagen veel in Iowa te vinden. Waarom hij zich op buurtbarbecues laat zien? Paul glimlacht. Iowa was ooit conservatief, zegt hij. Een ‘rode’ staat, die steeds meer een Democratische, ‘blauwe’ staat wordt. „Iowa zit daar nu tussenin: het is een paarse staat. Ik wil alles doen om het weer conservatiever te maken.” Maar de aanwezigen weten de echte reden van Rand Pauls ijver. Wie wil meetellen als Republikeinse kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2016, moet beginnen in Iowa. Dit is de eerste staat die voorverkiezingen houdt en winst maakt je één van de favorieten voor de nominatie.

Aanpassen of sterven, zegt hij

Rand Paul als Republikeinse leider – er wordt vaak en met verbazing over gefluisterd onder Republikeinen. Paul zelf presenteert zich als het antwoord op problemen waar de Grand Old Party al jaren mee worstelt. De partij is te grijs, te kleinburgerlijk. „We moeten ons ontwikkelen, ons aanpassen of sterven”, zei Paul daar een paar maanden geleden over. Om die reden staat hij niet alleen voor Republikeinse zaaltjes, maar laat hij zich ook zien op Berkeley, het linkse academische bolwerk aan de westkust. „Individuele vrijheid is een thema dat millennials bezighoudt”, zei Paul dit voorjaar in een speech. „Zij vinden ook dat we te laks zijn geweest met het opgeven van onze privacy. Onze regering wil weten wat voor boeken we lezen. Wat we zeggen in telefoongesprekken. Wat we mailen.”

De kracht van Rand Paul, zei politicoloog John Straayer van de Universiteit van Colorado eerder dit jaar in een gesprek in Boulder, is dat hij iets kan dat de twee partijen nalaten. „Ze blijven in hun eigen ideologie hangen, en zijn daarmee oninteressant voor mijn studenten. Amerikaanse jongeren zijn meestal niet progressief of conservatief. Ze zijn tegen de NSA, maar ook tegen militair ingrijpen in Syrië. Ze zijn net zo hard tegen de vakbond als dat ze tegen Wall Street zijn.” In een tijd dat de Republikeinen en Democraten allebei impopulair zijn – volgens bureau Gallup denkt 40 respectievelijk 42 procent ‘gunstig’ over de partijen – is er een groot politiek gat. Rand Paul kan dat gat volgens Straayer vullen.

Rand Paul is Republikein, maar draagt een ideologie uit die in beide partijen terug te vinden is: het libertarisme. Die stroming is sterk afhankelijk van persoonlijke interpretatie, maar komt neer op het maximaliseren van de persoonlijke vrijheid. De overheid moet gewantrouwd worden, want die is uit op een zo groot mogelijke invloed op de levens van burgers. De overheid int belastingen, waarmee het de economische vrijheid van burgers beperkt. De overheid begint oorlogen, voert monetaire politiek, breidt uit – allemaal dingen die geld kosten en waar individuen nauwelijks invloed op hebben.

Libertarisme hoort bij Amerika, maar is ook een stiefkindje

Libertaire ideeën horen bij Amerika: miljoenen Amerikanen geven hun kinderen thuis les, omdat ze bang zijn voor indoctrinatie van de overheid. Er zijn net zo veel vuurwapens in privébezit als er Amerikanen zijn. Zelfbescherming wordt breed gezien als een taak van de burger. Wie als conservatief een beetje wil meedoen, noemt zichzelf libertair, zoals talk radio-presentator Glenn Beck of Sarah Palin.

Toch was het libertarisme politiek gezien altijd een stiefkindje. De Libertaire Partij is nooit doorgebroken als serieuze uitdager van het tweepartijensysteem. Deze partij bracht in 1988 wel een interessante presidentskandidaat voort: Ron Paul, een gynaecoloog met radicale anti-overheidsideeën. Ron Paul had een knipperlichtrelatie met de Republikeinse Partij, en besloot het na het falen in 1988 weer bij de Republikeinen te proberen. Keer op keer kandideerde hij zich voor het presidentschap, maar nooit kwam hij in de buurt. In 2012 probeerde Ron Paul het voor het laatst. Tijdens debatten werd hij weggelachen om zijn gedram over zijn stokpaardjes: de goudstandaard en het Oostenrijkse inflatiemodel.

Wat de Republikeinen over het hoofd zagen, was dat Ron Paul een volstrekt unieke aanhang had gecreëerd. Jonge activisten, ‘truthers’ die een ‘inside job’ in de aanslagen van 11 september 2001 zien, radicale vrije markt-denkers – mensen met een hang naar zelfontplooiing en een afkeer van traditionele instituten.

Toen Ron Paul stopte, wierp zijn zoon Rand zich op als zijn politieke erfgenaam. Rand Paul is net als zijn vader arts, lijkt uiterlijk sprekend op hem en deelt zijn ideeën. Er is ook een groot verschil: Ron Paul is een ideoloog, Rand Paul een politicus. Sinds de 51-jarige Rand Paul in 2010 in de Senaat werd gekozen, is hij handig gebleken in het opbouwen van steun. Ron Paul werd als een melaatse behandeld, Rand is overal welkom.

Voor een principieel libertair is Rand Paul dan ook opvallend buigzaam. Hij maakte in zijn eerste jaren als senator een groot punt van de Amerikaanse betrokkenheid bij buitenlandse conflicten. Hij sprak eens dertien uur lang op de Senaatsvloer, uit protest tegen de Amerikaanse drone-aanvallen in Pakistan en Jemen. Paul presenteerde zich als een echte isolationist, die wilde stoppen met militaire steun aan dictators en bevriende naties. Oorlogen in Irak en Afghanistan hadden Amerika alleen maar slecht gedaan, vond hij. Lange tijd was dit een populair standpunt in Amerika. Maar de opmars van de Islamitische Staat veranderde de houding in de VS.

Hij is een politicus: buigzaam

Vorige week hield Rand Paul een speech over buitenlands beleid en opvallend was hoe buigzaam hij meeging met de publieke opinie. Hij pleitte nu voor ‘conservatief realisme’, en was nu vóór luchtaanvallen op IS. Als Amerikaanse belangen worden bedreigd, zei hij, zijn aanvallen toegestaan. Vrede en veiligheid vragen bovendien om „diplomatie en leiderschap”. Dat klinkt niet als isolationisme, dat klinkt meer als de visie van Barack Obama. De speech werd dan ook goed ontvangen in de progressieve pers, terwijl conservatieven teleurgesteld waren dat Paul minder principieel is dan hij leek.

Rand Paul kan niet alleen op libertaire ideeën het Republikeinse leiderschap winnen. Hij moet Tea Party-conservatieven overtuigen, met wie veel overeenkomsten bestaan. Hij moet de evangelische anti-abortusvleugel bereiken. Dat is een lastige klus, tegen abortus zijn vereist overheidsingrijpen, maar hij is inderdaad tegen abortus. Toch wordt hij gewantrouwd door de religieuze Republikeinen. Een speech voor de Values Voter Summit in Washington, waar evangelisch-rechts samenkomt, viel vorige maand helemaal dood. De zaal was halfleeg, hij kreeg geen tussentijds applaus en eindigde in een peiling onder aanwezigen bijna helemaal onderaan. Senator Ted Cruz is hun held.

Maar bovenal moet Rand Paul de kern van de partij bereiken, de blanke ouderen als die in Wilton, die uiteindelijk de dienst uitmaken. En het is juist hier, in een onooglijk zaaltje, waar Rand Paul even zijn enorme politieke talent laat zien. Paul pakt een microfoon en zegt: „Ik ben één van u. Ik ben ook op het platteland opgegroeid.” Hij vraagt wie er, net als hij, weleens rauwe melk drinkt, zo uit de koe. Tientallen handen gaan omhoog. „Dat is dus waarom ik de overheid wantrouw. Die zeggen: nee, alleen door ons goedgekeurde melk mag u drinken. Ze criminaliseren u en mij.” De zaal is in een paar zinnen ingepakt.