‘40 procent van de studenten stopt binnen een jaar’

Dat zei hoogleraar Eveline Crone vorige week in deze krant

illustratie martien ter veen
illustratie martien ter veen

De aanleiding

Studenten zijn wispelturige wezens. Zijn ze net begonnen aan de bachelor werktuigbouwkunde, besluiten ze ineens dat hun hart ligt bij Keltische talen. Of ze bedenken na twee jaar discoursanalyse dat ze liever met hun handen werken. Kiezen voor een studie is voor sommigen zoiets als kiezen voor een winterjas: als hij niet bevalt, neem je een jaar later een andere. Als we hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie Eveline Crone moeten geloven, geldt dit voor een aanzienlijk deel van de studenten: 40 procent stopt binnen een jaar met hun studie, zei ze vorige week in deze krant.

Waar is het op gebaseerd?

Eveline Crone laat weten het alleen te hebben over het hoger onderwijs: hbo en universiteit. Haar cijfers haalde ze van de website van de Onderwijsinspectie. Overigens, zegt Crone, had ze tegen de krant gezegd dat bijna 40 procent van de studenten na een jaar afhaakt.

En, klopt het?

In het artikel over studie-uitval op de site van de Onderwijsinspectie waarnaar Crone verwijst worden cijfers uit 2007 gebruikt. Hieruit blijkt dat van de hbo’ers 36 procent na een jaar de opleiding verliet. Aan de universiteit lag het percentage afhakers iets lager: 33,5 procent.

Geen 40 procent dus. Maar dit zijn verouderde cijfers. We bellen met de VSNU (de Vereniging van Universiteiten) en de Vereniging Hogescholen voor de meest recente cijfers, die van het studiejaar 2012/2013. Hieruit blijkt dat in het hbo 37,4 procent van de studenten na een jaar de studie opgaf; hiervan koos 22,7 procent een andere opleiding, terwijl 14,7 procent het hoger onderwijs verliet.

Op de universiteit lag in 2012/2013 het percentage afhakers lager: 23 procent van de studenten stopte na een jaar met de opleiding. De meerderheid ging een andere universitaire opleiding doen, de rest vertrok naar het hbo of liet het hoger onderwijs achter zich.

Wanneer je in de berekening meeneemt dat het aantal eerstejaars aan hogescholen hoger ligt dan aan universiteiten (87.263 tegenover 26.492 studenten), blijkt dat 34 procent van de studenten in 2012/2013 na een jaar stopte met zijn studie.

Dit percentage ligt in lijn met de cijfers van eerdere jaren. Aan de universiteiten is het percentage afhakers van 2005 tot 2012 stabiel, zien we in de gegevens van VSNU. En uit een onderzoek van ResearchNed, een onderzoeksinstituut gespecialiseerd in onderwijs, blijkt dat in het jaar 2011/2012 gemiddeld 35 procent van alle studenten (hbo en wo) na een jaar zijn studie staakte.

Waarom stoppen zo veel studenten na een jaar met hun studie? Daarnaar heeft ResearchNed ook onderzoek gedaan. Uit een rapport uit 2008 blijkt dat ‘onvoldoende motivatie’ en ‘verkeerde studiekeuze’ met afstand aan kop gaan in de lijst van redenen voor studie-uitval. Daarna volgen ‘moeite met de manier waarop het onderwijs wordt gegeven’ en ‘de studie is te zwaar’. Opvallend: de laatste reden wordt maar in een kwart van de gevallen gegeven. Blijkbaar zit het met het zelfvertrouwen van de afzwaaiers wel goed.

Overigens zou het goed kunnen dat het aantal afhakers de komende jaren daalt, zegt een woordvoerder van de Vereniging Hogescholen. De vervroegde inschrijving en de studiekeuzecheck dwingen aankomende studenten beter na te denken over hun opleidingskeuze.

Conclusie

In 2012/2013, het meest recente jaar waarvan cijfers zijn, stopte 34 procent van de studenten na een jaar met zijn studie. Uit eerdere jaren blijkt dat dit cijfer vrij constant is. Dit is een hoog percentage, maar wel duidelijk lager dan de 40 procent waarover Eveline Crone het had: het gaat om een verschil van 6.779 studenten in 2012/2013. Volgens de hoogleraar had zij eigenlijk gezegd dat ‘bijna’ 40 procent er na een jaar de brui aan gaf, dus ze zat er niet ver naast. Maar omdat we de oorspronkelijke uitspraak checkten, beoordelen we hem als onwaar.