Ik hoef geen carrière, ik wil elke dag buiten zijn

Elke carrière heeft wel een leermeester. Voor beroepsmolenaar Maarten Dolman (52) is dat Jan Hoogendoorn (1889-1977).

„Sinds vijfentwintig jaar werk ik elke dag op de molen in IJsselstein. Het is mijn roeping, de taak die ik gekregen heb van God. Dit werk wil ik dus ook altijd blijven doen. Met de molen zorg ik ervoor dat er letterlijk brood op de plank ligt bij mijn naasten. Deze levenshouding heb ik meegekregen van mijn leermeester Jan Hoogendoorn.

„De molen draaide heerlijk, steeds sneller zelfs. Jan en ik stonden in het mooie voorjaarsweer bij de maalbak waar het meel instroomde. Ik was twaalf jaar oud en was net aangekomen bij Jans molen in Woerden.

„Elke woensdagmiddag fietste ik naar de molen, waar ik met veel plezier mocht meekijken met Jan die koren maalde. Bij de maalbak vertelde hij me over vroeger.

„Ik luisterde aandachtig, totdat hij plotseling opsprong. ‘Nu gaat het mis’, riep hij. Binnen een mum van tijd zette hij de molen stil. ‘Kom, we gaan beneden thee drinken’, zei hij. Ik snapte er niets van. Waarom nu? Even later dronk ik van mijn thee en keek ik naar buiten. Ik zag een lichtflits. Nog één. Toen hoorde ik ook de donder.

„Ik realiseerde me dat Jan het onweer op de één of andere manier had zien aankomen. Dat vond ik zo mooi, dat wilde ik ook. In de jaren daarna leerde Jan me het weer inschatten. Hij legde me ook specifieke technieken voor het malen van koren uit.

„Van Jan leerde ik daarnaast tevreden te zijn. Zelf heeft hij nooit veel geld verdiend als molenaar, maar hij was op een andere manier rijk: hij genoot van elke dag. Dat geldt ook voor mij. Ik hoef geen carrière. Het is heerlijk om elke dag in de buitenlucht te zijn.

„Laatst moest ik naar een vergadering voor molenaars in de RAI in Amsterdam. Daar zat ik de hele dag in kunstlicht. Pas toen ik buiten kwam zag ik dat het een regenachtige dag was geweest. Het voelde alsof ik die dag niet geleefd had.

„Nee, laat mij maar malen. Het liefst zoveel mogelijk. En zo lang mogelijk. Net als Jan, die ging door tot hij op 88-jarige leeftijd overleed.”