Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Zeker duizend nazi’s werkten als spion tijdens Koude Oorlog

CIA en FBI hielden oorlogsverleden van medewerkers verborgen.

Otto von Bolschwing, nazi én spion
Otto von Bolschwing, nazi én spion

In het hoogtij van de Koude Oorlog maakten de CIA en andere Amerikaanse geheime diensten willens en wetens gebruik van de diensten van ten minste duizend nazi’s, blijkt uit een vandaag te verschijnen boek waarvan The New York Times een voorpublicatie kreeg.

Tot in de jaren ’90 probeerden de diensten ook het oorlogsverleden van de gerekruteerde nazi’s te verhullen en het feit te ontkennen dat ze hiervan wisten. De voormannen van de CIA en de FBI, Allen Dulles en J. Edgar Hoover geloofden dat de waarde van de nazi’s als informanten tegen de Russen groter was dan de „morele uitglijders” die ze in Hitler-Duitsland gemaakt hadden. Hoover keurde persoonlijk het aanstellen van sommige ex-nazi’s goed. Beschuldigingen over hun oorlogsmisdaden deed hij af als Russische propaganda.

Bewijs voor banden tussen de nazi’s en de CIA komt al sinds de jaren ’70 naar buiten. Maar vrijgegeven documenten, waarin de auteur van The Nazi’s Next Door, Eric Lichtblau, inzage kreeg, bieden meer inzicht in de reikwijdte ervan. Tal van documenten blijven nog achter slot en grendel.

Nog in 1980 weigerden FBI-agenten een verzoek van het ministerie van Justitie om inzage in de dossiers van zestien vermoedelijke nazi’s die in de VS woonden. In 1994 probeerde een advocaat van de CIA, Eli Rosenbaum, de vervolging tegen te houden van Aleksandras Lileikis. Dossiers van de CIA zelf brachten Lileikis in verband met de moord op 60.000 Joden in het Litouwse Vilna, het huidige Vilnius.

Lileikis werkte sinds 1952 voor de CIA in Oost-Europa tegen betaling van 1.700 dollar per jaar en twee sloffen sigaretten per maand. Hij kon naar de VS emigreren, waar hij woonde tot hij in de jaren ’90 werd uitgezet.

Sommige spionnen waren nazi’s van het hoogste niveau, zoals Otto von Bolschwing, een SS-officier en naaste medewerker van Adolf Eichmann. Als beloning voor „zijn loyale naoorlogse diensten en gezien de onschadelijkheid van zijn (nazi)partij-activiteiten” maakte de CIA mogelijk dat hij en zijn gezin in 1954 naar New York verhuisden. Volgens zijn zoon, Gus von Bolschwing, „gebruikten zij hem en hij hen”. „Maar het had niet mogen gebeuren. Hij had nooit toegelaten mogen worden tot de VS. Dat was niet in overeenstemming met de waarden van ons land.”

Volgens Richard Breitman, een historicus die deel uitmaakt van het regeringsteam dat de documenten onderzoekt en vrijgeeft, waren de morele valkuilen van het inhuren van nazi’s voor de CIA geen overweging. „Dit kwam allemaal voort uit een soort paniek, een angst dat de communisten verschrikkelijk machtig waren en dat wij met lege handen stonden.”