Dit is een artikel uit het NRC-archief

We houden ons rustig, tot er iets onbelangrijks gebeurt

Iraniërs uiten hun emoties sneller dan Nederlanders, dacht Maral Noshad Sharifi. Tot het over de schmink van Zwarte Piet ging. „Half Nederland komt schaamteloos uit voor z’n borderlinestoornis.”

Illustratie Jenna Arts

In het gereformeerde dorpje waar ik opgroeide, woonde ook een ander Iraans gezin. Op een nacht kwam de zeventienjarige zoon thuis van uitgaan. Hij had heftige hoofdpijn. Zijn moeder belde de ambulance, maar tegen de tijd dat die ons weggestopte dorpje bereikte, was het te laat. De jongen bleek een hersenvliesontsteking te hebben. Binnen enkele uren was hij dood.

Drie dagen later zat ik in hun woonkamer tussen zijn Hollandse dorpsvrienden te rouwen. Als kind wilde ik het leven van een Nederlands gezin leiden. Iraanse eigenaardigheden verborg ik zo veel mogelijk voor Nederlanders. Die dag kon dat niet. De familie van het gezin was overgevlogen uit Canada. Iraniërs sprongen gillend de huiskamer binnen. ‘Waarom?! Waarom?!’ schreeuwden ze. De ogen van mijn Hollandse dorpsgenoten werden groot. Van binnen schreeuwde ik met de Iraniërs mee. Van buiten zat ik snikkend met mijn armen over elkaar op een stoel.

Die huilende vrouwen waren nog niets, zei mijn moeder later. Zij was als kind in Iran wel eens naar een uitzonderlijke rouwbijeenkomst geweest, waar vrouwen van woede en verdriet het haar uit hun hoofd trokken en het om hun polsen wonden.

Ik heb mijzelf in de tussentijd zo aangepast dat ik nooit schreeuwend een ruimte kan binnenlopen, behalve misschien als ik heel dronken ben. Of het nou om verdriet of vreugde gaat, in Nederland uiten we onze emoties, in nuchtere staat, vaak heel gecontroleerd en binnen de lijntjes. Ik heb vrienden van wie de ouders ineens gingen scheiden, zonder dat de kinderen ook maar iets doorhadden. Mensen die iets vervelends hebben meegemaakt, zeggen vaak dat het hen ‘niet echt boeit’ en dat het ‘wel meevalt’ – ook als hun ogen iets anders zeggen.

Ik hoor mezelf achteraf excuses maken als ik mijn verdriet heb geuit. Hetzelfde gebeurt als mensen trots op iets zijn. Niet te veel laten zien, geforceerd nonchalant blijven, anders kom je onbescheiden over. Je ziet het aan de ongemakkelijke status updates op Facebook van mensen die door de regels heen trots laten blijken maar vooral bescheiden proberen te blijven.

Blijdschap uiten gebeurt ook op een ingetogen manier. De enige keren dat ik tussen de Nederlanders het gevoel heb op een Iraans feestje te zijn, is wanneer ik verboden drugs heb gebruikt en op een technofestival sta. Mensen dansen ongeremd met elkaar. Afstand vervaagt, er wordt geknuffeld en er worden zelfs complimenten uitgewisseld zonder argwaan.

Diezelfde vreugdevolle blikken, met natuurlijk grote pupillen, zie ik in mijn moeders woonkamer bij een verjaardagsfeest. Alle Iraanse vrienden, jong en oud, ook onbekenden van elkaar, staan vlak na binnenkomst met elkaar te dansen. Zonder alcohol of xtc-pilletje beleven we dezelfde euforie.

Aangeleerd

Wat verklaart dit verschil? „De manier waarop je je emoties uit, is aangeleerd”, zegt Carolien Rieffe, hoogleraar sociale en emotionele ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden. Je uit jezelf op een bepaalde manier, omdat dat gepast is, zegt ze.

Ik dacht altijd dat Iraniërs hebben geleerd emotioneler te zijn dan Nederlanders, tot ik vorig jaar oktober met een notitieblokje op de pro-Zwarte Pieten-demonstratie stond in Den Haag. Tillie Kaisiëpo, een vrouw van toen 62 jaar, was daar ook en had een Nieuw-Papoeaanse vlag meegenomen om kritiek te uiten op de Verenigde Naties. Die hadden zich niet met de pietendiscussie moeten bemoeien, er waren volgens haar belangrijkere zaken.

De voorstanders van Zwarte Piet liepen meteen op haar af. Ze dachten dat ze tegen Zwarte Piet was. Zij lichtte haar verhaal toe, maar ze werd volledig overschreeuwd. „Vieze kankerzwarte”, zeiden ze, „kanker op naar je eigen zwarte land”.

Het waren niet een paar mensen die zo reageerden.

Ze was omringd door een groep, mannen en vrouwen die veelal jonger waren dan zij. Een man schold haar in het bijzijn van zijn kleinkinderen uit en dreigde haar vlag in de fik te steken. De politie nam Kaisiëpo om veiligheidsredenen mee en bracht haar naar de trein. De demonstranten klapten en dachten dat ze werd gearresteerd door de politie, omdat ze hun feestje had verstoord. Er was eindelijk weer vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat.

Ik stond met verbazing om me heen te kijken. Wat was er met die ingetogen Hollanders gebeurd? Welke drugs hadden ze nu weer gebruikt? Danny Ghosen, oud-verslaggever van PowNed-nieuws, die wel wat agressie gewend is, vertelde me dat hij nog nooit zoiets had meegemaakt. Ik begreep de aanleiding voor hun woede/verdriet/agressie niet. Mensen die waarschijnlijk zonder te huilen de begrafenis van hun buurman bijwoonden, gingen nu janken omdat er misschien rode, witte, blauwe of oranje pieten zouden komen in plaats van zwarte.

De pietendiscussie maakt overdreven veel los. Het lijkt alsof half Nederland schaamteloos uitkomt voor z’n borderlinestoornis. Twee weken terug kreeg een vrouw klappen van een Zwarte Piet-fan. En ook op internet gaan mensen los. Tik op Google de woorden ‘Zwart’ en ‘Piet’ in en je staat midden in Kobani. Mensen schelden, slaan, schreeuwen alsof ze uit hun huis worden gezet. Ze doen me denken aan de emotionele Iraniërs die schreeuwend dat huis binnenliepen na het overlijden van mijn dorpsgenoot, maar toen was er iemand doodgegaan. Dit gaat over de kleur schmink van Piet.

Neo-nationalisme

Wat is er aan de hand met Nederland, is dit normaal?

Professor Rieffe is ook een beetje verbaasd over de reacties. „Het uiten van een emotie is niets meer dan een communicatiemiddel om je doel te bereiken. De grenzen van hoe je uiting geeft aan je mening zijn verlegd. Wat we zien is een heftige en nieuwe vorm van nationalisme die de afgelopen vijftien jaar een hype geworden is.”

Het is aangewakkerd door politici en door bijvoorbeeld tv-programma’s als Ik hou van Holland, legt Rieffe uit. „Van mensen wordt verwacht zogenaamde Nederlandse tradities te beschermen. Zodra ze denken dat die tradities bedreigd worden, steken ze elkaar aan met boosheid. Opeens is het gelegitimeerd je woede te laten zien.”

Oké, we willen onze tradities niet veranderen. Maar moeten we dan pislink worden omdat een supermarkt zijn pepernotenverpakking een beetje aanpast? Ik vind het nog steeds een beetje apart. Je zou zeggen dat het juist nationalistisch is om de traditie inclusiever te maken, om meer mensen deelgenoot te maken van je volkscultuur. Een nieuwe kleur voor Piet zal eerder helpen om de Sinterklaastraditie in stand te houden dan dat die daardoor wordt bedreigd. En de oplossing is zo simpel: andere schmink.

Gekker

Er is meer aan de hand.

Mijn moeder is misschien de enige die wat licht kan schijnen over mijn onbegrip. Zij woont al 21 jaar in Nederland en heeft daarvoor 29 jaar in Iran gewoond. Wie vindt zij eigenlijk gekker, Nederlanders of Iraniërs? Mijn moeder zegt direct dat Nederlanders over het algemeen eerlijker zijn, en minder snel tegen je liegen, ze zijn oprecht. „Maar ook al zijn Iraniërs minder oprecht, ze hebben wel een oprecht groter vermogen zichzelf in een ander te verplaatsen, om medelijden te voelen en te tonen. Nederlanders hebben dat minder.”

Ook de mate waarin we medelijden tonen, is cultuurbepaald, zegt professor Rieffe.

Ik vind de analyse van mijn moeder wel passen in de zwartepietendiscussie. We willen niet alleen vasthouden aan onze traditie, we willen vooral ook niet luisteren naar de mensen die zich gediscrimineerd voelen door de kleur en positie van de áltijd zwarte knecht van de ál-tijd witte Sint. Dat witte mensen dat niet kunnen begrijpen, is logisch, maar ze zouden wel kunnen proberen te luisteren.

Is er een oplossing voor deze grenzeloze hysterie?

Ja, zegt Rieffe. „We moeten het niet meer normaal vinden zo boos op elkaar te reageren. Als dergelijk gedrag vaak genoeg openlijk wordt afgekeurd, past de norm zich weer aan.”

Laten we daar dan ook naar streven.

Laten we verdriet uiten als we verdrietig zijn, vreugde uiten wanneer we blij zijn, en ons boos maken over belangrijke zaken, zoals jeugdwerkloosheid, armoede en discriminatie – maar níét over de kleur schmink van Piet. En dan niet onze woede tonen op een hysterische manier, maar met – zoals gebruikelijk in Nederland – ‘cool’.