Wat er vóór de onthoofding met James Foley gebeurde

The New York Times maakte een indrukwekkende reconstructie van het leven van gijzelaars van IS. James Foley werd het wreedst van allemaal behandeld. Hij werd geslagen, moest nep-executies ondergaan, en werd gewaterboard: een vorm van marteling waarbij de gevangene het gevoel krijgt dat hij verdrinkt.

De gevangenis waar onder anderen James Foley werd vastgehouden. De telefoon is van de vader van de Vlaamse Syriëganger Jejoen Bontinck, die kort vastzat in dezelfde gevangenis en ook werd geïnterviewd voor het artikel in The New York Times.
De gevangenis waar onder anderen James Foley werd vastgehouden. De telefoon is van de vader van de Vlaamse Syriëganger Jejoen Bontinck, die kort vastzat in dezelfde gevangenis en ook werd geïnterviewd voor het artikel in The New York Times. foto jasper juinen

James Foley moest huilen van blijdschap. Het was december 2013, acht maanden voordat de Amerikaanse journalist door een IS-beul zou worden gedood. Foley was uit z’n cel gehaald om een aantal zeer persoonlijke vragen te beantwoorden. Wie moest er huilen op de bruiloft van zijn broer? Wie was de aanvoerder van het voetbalteam op zijn middelbare school? Vragen waarop alleen hij en zijn familie het antwoord konden weten.

Die vragen konden maar één ding betekenen, vertelde hij aan zijn celgenoten: de ontvoerders wilden bewijzen dat hij nog leefde om te kunnen onderhandelen over zijn vrijlating. James Foley was ruim een jaar eerder in Syrië gegijzeld door militante moslims.

Het optimisme was misplaatst, al bleef James Foley hopen op een goede afloop. Dat blijkt uit een indrukwekkend verhaal in The New York Times over het leven van Foley en andere westerse gijzelaars in handen van IS, The Horror Before the Beheadings. De krant sprak met vijf vrijgelaten gijzelaars, lokale getuigen, familieleden en collega’s, en mensen die probeerden de gevangenen vrij te krijgen. Belangrijke details werden bevestigd door een voormalig lid van IS dat werkte in de gevangenis waar James Foley werd vastgehouden.

Twintig vierkante meter. Zo groot was de cel, een kelder in een ziekenhuis in Aleppo, waar in januari van dit jaar minstens negentien mannen waren opgesloten. In een cel ernaast zaten nog eens vier vrouwen. Het ging om 23 westerse gijzelaars uit twaalf landen: journalisten en hulpverleners.

James Foley komt uit het verhaal in The New York Times naar voren als iemand die onder erbarmelijke omstandigheden probeerde de stemming er zo goed mogelijk in te houden.

Een streepje licht onder de deur

Wekenlang zaten de gevangenen in het donker – alleen onder de deur kwam een streepje licht vandaan, dat was alles. Nadat de zon was ondergegaan zagen ze helemaal niets. Een tijdlang kregen ze nauwelijks te eten – de hoeveelheid van een theekopje per dag. En er werd gemarteld. Vooral de Amerikaanse en Britse gijzelaars moesten het ontgelden. „Het zit in het DNA van deze groep om Amerika te haten”, zegt een van de geïnterviewden. Maar wat ook meespeelde: de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk leken niet bereid tot onderhandelen.

James Foley werd het wreedst van allemaal behandeld. Hij werd geslagen, moest nep-executies ondergaan, en werd gewaterboard: een vorm van marteling waarbij de gevangene het gevoel krijgt dat hij verdrinkt. Een voormalige celgenoot van Foley zegt: „Als er geen bloed te zien was, dan wisten we dat hij iets had ondergaan wat zelfs nog erger was.”

De krant beschrijft hoe IS de ontvoeringspraktijken ontwikkelde. Sommige westerlingen waren al in handen van strijders die zich pas later bij IS aansloten. Pas eind vorig jaar werden alle gijzelaars samengebracht in Aleppo. Dit voorjaar werden de gijzelaars overgebracht naar Raqqa, de hoofdstad van het kalifaat dat IS in delen van Syrië en Irak heeft uitgeroepen. Nadat er maanden niets leek te veranderen in hun situatie, begon IS vanaf januari met het sturen van dreigboodschappen naar familie van de gijzelaars.

En toen werd ook duidelijk dat er een tweedeling ontstond tussen de gevangen van landen die wél onderhandelden en van de (Europese) landen die dat niet deden. Europese gijzelaars mochten steeds vaker hun cel verlaten om vragen te beantwoorden. De Amerikanen en Britten niet. Toen in maart de eerste betalingen arriveerden voor drie Spaanse journalisten, klaagden de bewakers dat de bankbiljetten er niet schoon en nieuw uitzagen.

Peter Kassig zit nog vast

Er was ook een Rus in het gezelschap, die door zijn medegevangenen Sergey werd genoemd. Volgens Russische media ging het om Sergey Gornunov, die in oktober 2012 zei dat hij zou worden vermoord als Moskou zou weigeren in te gaan op de eisen van de ontvoerders. Dit voorjaar werd hij door gemaskerde mannen uit de cel gehaald en buiten doodgeschoten. De bewakers filmden zijn lichaam en lieten het zien aan de overgebleven gijzelaars. „Dat is wat er gebeurt als je regering niet betaalt”, zeiden ze.

Tussen maart en juni werden vijftien gijzelaars vrijgelaten, voor bedragen van gemiddeld meer dan twee miljoen euro, aldus The New York Times.

Een van de laatsen die nog vastzit, is de Amerikaanse hulpverlener Peter Kassig. „Ik ben natuurlijk bang om dood te gaan”, schreef hij in een brief die onlangs werd gepubliceerd door zijn familie. „Het moeilijkste is het niet-weten, het hopen, en je afvragen of je wel moet hopen.” IS heeft aangekondigd dat Peter Kassig hun volgende slachtoffer is.

James Foley, die campagne had gevoerd voor president Obama, bleef geloven dat zijn regering hem zou komen redden. Hij probeerde de anderen in zijn cel te vermaken met spelletjes als Risk en schaken – van oud papier maakten ze schaakstukken. Ze ‘keken’ films, door scènes één voor één voor elkaar na te spelen. En ze gaven elkaar lezingen over onderwerpen waarvan ze veel wisten.

In augustus werd James Foley uit zijn cel gehaald. Hij werd naar een heuvel buiten Raqqa gebracht, waar hij moest knielen. De beelden van zijn executie gingen de hele wereld over. (NRC)